Effect extra geld voor achterstand onduidelijk

ZOETERMEER, 28 NOV. De ongeveer 400 miljoen gulden die basisscholen sinds 1986 elk jaar hebben gekregen om de prestaties van kinderen met een leerachterstand te verbeteren hebben niet tot een duidelijke verbetering geleid.

Dit constateren wetenschappelijke onderzoekers uit Nijmegen, Groningen en Den Haag. Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) zegt dat de basisscholen “nog te ongericht” werken. Zij wil strengere eisen stellen aan de besteding van het geld.

Het gaat hierbij om allochtone leerlingen en om Nederlandse kinderen van ouders met een lage opleiding. Allochtone kinderen lopen gemiddeld anderhalf jaar achter bij hun klasgenoten, autochtone kinderen uit achterstandsgroepen ongeveer één jaar.

Allochtone kinderen zijn wel iets beter geworden in taal en rekenen, maar het is de vraag of die verbetering een gevolg is van het extra onderwijs. Onderzoeker L. Mulder van de Nijmeegse Universiteit: “Waarschijnlijk komt het doordat Turkse en Marokkaanse kinderen langer in Nederland zijn en daardoor beter Nederlands spreken.”

Om de effectiviteit van het onderwijs aan deze kinderen te verbeteren wil Netelenbos dat basisscholen in de toekomst gaan samenwerken met welzijnsinstellingen en 'zo vaak als nodig' overleg plegen met het gemeentebestuur. Anders kan “in het uiterste geval” de subsidie voor achterstandsleerlingen worden ingetrokken.

Bovendien laat Netelenbos uitzoeken of kinderen met vier jaar kunnen worden getest, zodat de school elk kind 'hulp op maat' kan bieden.

D. van den Bout, directeur van het overlegorgaan voor het onderwijs in onderwijsvoorrangsgebieden: “Trek nou eens conclusies in plaats van steeds te wachten op een nieuw onderzoek.”