Een verpleegkundige onder verdenking

Cor Veensma doet zijn uiterste best om mevrouw Meulens te negeren, maar dat valt niet mee in zo'n kleine rechtszaal. Bovendien heeft mevrouw Meulens zich in haar rolstoel tamelijk ostentatief opgesteld: vooraan het gangpad tussen de twee helften van de publieke tribune, op slechts enkele meters van de verdachte. Daar zal ze, soms hevig geëmotioneerd, blijven luisteren naar de rechtszaak tegen Veensma.

Mevrouw Meulens is een gehandicapte patiënt - ze kan haar benen niet meer gebruiken - van een psychiatrisch ziekenhuis. Omdat ze suïcidale neigingen heeft, wordt ze verpleegd op de gesloten afdeling van dit ziekenhuis. Daar is ze, zo beweert ze, in augustus in vier dagen tijds driemaal verkracht door Veensma, een 37-jarige verpleegkundige.

“Ik heb haar niet verkracht”, zegt Veensma tegen mr. Th. Clarenbeek, de voorzittende rechter van de Utrechtse rechtbank.

“U heeft wèl driemaal gemeenschap met haar gehad?”

“Ja.”

Volgens mevrouw Meulens was Veensma op 3 augustus met avances begonnen. Hij had haar een kopje thee gebracht. “Wat lief”, zei mevrouw Meulens. “Jij bent ook lief”, zou Veensma gezegd hebben, maar hij ontkent dat.

De dag daarop zou Veensma pas ècht hebben toegeslagen. Maar is het waar? Dat is de grote vraag.

Dit zegt mevrouw Meulens: “Ik lag 's avonds tv te kijken toen Veensma binnenkwam. Hij deed de deur op slot en zei: 'Ik hik hier al twee dagen tegenaan'. Hij kuste me met zijn tong, voelde aan mijn borsten, ontblootte mijn bovenlichaam, liet zijn broek zakken, trok mijn onderbroek uit, stopte zijn penis in mijn vagina en kwam klaar.”

En dit zegt Cor Veensma: “Toen ik de ronde liep, vroeg zij: 'Stop het laken in'. Toen greep ze me bij mijn nek en kuste me op de mond. Ik zei dat dit niet de bedoeling was. Daarop zei ze: 'Ik beschuldig je van verkrachting als je niet doet wat ik wil'.”

“Waarom bent u niet meteen naar uw baas gegaan”, vraagt de rechter. “Dat begrijp ik echt niet.”

“Ik ook niet.”

“Als verpleegkundige zul je toch vaker moeten oppassen dat er niets vreemds gebeurt.”

“Ik wilde iedereen beschermen: mijn gezin, mijn positie.”

De volgende ochtend had Veensma opnieuw - al dan niet afgedwongen - gemeenschap met mevrouw Meulens.

“Waarom heeft u toen geen collega gestuurd”, vraagt de rechter.

“Die collega was maar een invaller.”

Twee dagen later kwam Veensma na middernacht voor de derde maal langs en was er opnieuw geslachtsverkeer. “Met spanning kom ik gauw klaar”, zou Veensma toen gezegd hebben.

's Morgens merkte een verpleegster dat mevrouw Meulens ernstig in de war was. Toen de verpleegster aandrong, begon mevrouw Meulens over haar ervaringen te vertellen. “Ik kan me niet verweren en dan schakel ik de knop om, zodat het gauw voorbij is”, had ze gezegd. Het was geen nieuwe situatie voor haar, want ze was in haar jeugd een incestslachtoffer geweest.

“Ze zegt dat ze helemaal niet met u wilde vrijen”, zegt de rechter, “want ze moest u niet.”

“Ik ben erin geluisd”, zegt Veensma.

Tegen de politie had Veensma met grote spijt gezegd: “Ik had nooit met haar naar bed moeten gaan.”

“Wist u dat zij een incestverleden had”, vraagt een bijzittende rechter.

“Ja.”

“Was dat voor u geen reden om niet in te gaan op haar toenadering?”

“Nee. Het was niet het eerste dat bij me opkwam.”

“Waarom zou ze aangifte hebben gedaan”, vraagt de voorzittende rechter.

“Omdat ik na de derde keer had gezegd dat ik zó niet verder wilde.”

Volgens de psycholoog die Veensma heeft onderzocht, lijdt hij niet aan een psychiatrische stoornis. Wèl is zijn seksuele ontwikkeling achtergebleven. Veensma stelt zich zeer nadrukkelijk op als slachtoffer “omdat hij daarmee de controle over de situatie in handen houdt”.

“Nou, die controle ben ik allang kwijt”, zucht Veensma.

De psycholoog acht de kans op herhaling niet groot om de eenvoudige reden dat Veensma niet meer snel in zó'n machtspositie zal komen: het ziekenhuis heeft hem immers op staande voet ontslagen.

“Ik zal me na de detentie onder behandeling stellen bij de Riagg”, belooft Veensma.

“Samen met uw echtgenote, zo luidt het advies”, zegt de rechter.

“Ja, maar dat heeft ook een andere reden.”

“Uw huwelijk dreigt vast te lopen?”

“Dat weet ik wel zeker. Mijn vrouw spreekt al van 'haar' kinderen. Er zal heel wat moeten gebeuren in de behandelingssfeer als ik mijn huwelijk goed wil houden.”

De officier van justitie, mr. C. Kok, twijfelt niet aan de schuld van Veensma. Hij eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tweeëneenhalf jaar.

“Mevrouw Meulens had een gescheurd nachthemd. Daaruit blijkt dat er iets van een worsteling is geweest. En waarom heeft hij het als professional niet meteen gezegd? Eerst komt hij bij de politie met een leugenachtige verklaring, pas als er een DNA-onderzoek wordt aangekondigd zegt hij: 'Het is wel waar, maar het ligt anders'. Hij kende haar incestverleden, dus hij kon weten hoezeer ze daaronder geleden heeft. Hij is een opportunist die zijn kans heeft gegrepen.”

De advocaat, mr. D. van den Heuvel, gebruikt het incestverleden juist als een verklaring voor de in zijn ogen onterechte aanklacht. “Haar woede en hevige angsten kunnen de weergave van de feiten kleuren. Zij heeft rancune tegen mannen, àlle mannen in het psychiatrische ziekenhuis heeft zij 'naar' genoemd.”

Volgens de advocaat heeft mevrouw Meulens al eerder een valse aangifte wegens verkrachting gedaan, maar hij heeft het slachtoffer, een fysiotherapeut, niet kunnen opsporen. Hij bespeurt ambivalente gevoelens bij haar. “Nog op 31 juli is er gezamenlijk gedronken in het patiëntencafé en heeft er een vriendschappelijke worsteling tussen beiden plaatsgevonden.” Het pleidooi mondt uit in de vraag: “Waarom heeft ze niet eerder aan de bel getrokken? Ze had er alle gelegenheid voor.”

“Als ik een verkrachter zou zijn”, zegt Veensma in zijn laatste woord, “zou het verstandiger zijn geweest om het de eerste nacht te doen, toen er verder niemand op de afdeling was.” Hij zucht nog eens diep. “Ik heb er spijt van. Dit heeft grote gevolgen voor de rest van mijn leven.”

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drieëneenhalf jaar.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.