De Europese stakingsgolf

HET IS HERFST en de stakingen in Europa breiden zich uit. De Amsterdamse trams bleven gisterochtend in de remise, later deze week staakt het stads- en streekvervoer in het hele land. De politie voert al een tijd verbeten acties. (Een aangekondigde staking in het onderwijs is afgelast.) En niet alleen in Nederland is het stakingsseizoen volop uitgebroken. In België stonden vorige week de treinen een etmaal stil, in Frankrijk grijpen de stakingen om zich heen. De Franse spoorwegen hebben het werk neergelegd, de ambtenaren staken, de posterijen en overheidsbedrijven bereiden acties voor.

Achter deze arbeidsonrust gaat een patroon schuil. Het gaat in Frankrijk, België en Nederland om overheidspersoneel, dat wordt geconfronteerd met bezuinigingen en pogingen om starre CAO's flexibeler te maken. Het gaat ook om sectoren waar de vakbeweging nog macht heeft en dreigt die macht te verliezen.

Ooit begon de arbeidersbeweging de strijd tegen uitbuiting door kapitalistische ondernemers, maar tegenwoordig vormen vakbonden en werkgevers in de particuliere sector een informeel bondgenootschap. Natuurlijk, er blijven stevige meningsverschillen, maar de sociale partners zijn zich maar al te goed bewust van hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor en belang bij een winstgevend bedrijfsleven. Zolang ondernemingen winst maken, is er werkgelegenheid en valt er wat te verdienen, ook voor het personeel.

DE ORGANISATIEGRAAD in het particuliere bedrijfsleven is lager dan in de collectieve sector. Daar zijn de vakbonden (in Nederland de AbvaKabo, ABOP, Vervoersbond, in Frankrijk de communistische CGT en Force Ouvrière) sterk en daar hebben de meeste arbeidsconflicten plaats. Dat komt door de toenemende overheidsinvloed op de economie en de uitdijende collectieve sector in de naoorlogse periode. Die is, alle retoriek over terugtredende overheid ten spijt, nog lang niet verdwenen. De vakbeweging heeft tegenwoordig haar bolwerk in de (semi-)overheidssector en vindt in de overheid als werkgever haar grootste tegenstander. Niet het particuliere kapitaal, maar de gesocialiseerde produktiewijze staat in de vakbondsacties ter discussie.

Dat is een voortvloeisel uit de veelal verstarde arbeidsomstandigheden voor het overheidspersoneel. Bij alle arbeidsconflicten die nu in West-Europa spelen, gaat het om verzet tegen flexibilisering en beperking van 'verworven rechten'. De conflicten draaien om roosters, pensionering, onregelmatigheidstoeslagen en het behoud van de ambtenarenstatus. De Westeuropese overheden bezuinigen drastisch op hun uitgaven, al dan niet met het oog op de criteria van het Verdrag van Maastricht. Vooral in Frankrijk is dit duidelijk. Daar doet de regering-Juppé alle moeite om de tekorten op de sociale zekerheid te beteugelen om in 1997 te kunnen voldoen aan de eisen van de Monetaire Unie. De sociale onvrede in Frankrijk roept wat dat betreft herinneringen op aan de ambtenarenacties van de winter van '83-'84 in Nederland, toen het kabinet-Lubbers I voor het eerst hard ingreep in de Nederlandse collectieve uitgaven.

OVERHEDEN PROBEREN tegenwoordig om de collectieve dienstverlening aan te passen aan de eisen van de markt. De nadruk op grotere marktwerking kan in veel gevallen heilzaam zijn, maar dat geldt niet voor alle terreinen van overheidsactiviteiten. Een geprivatiseerde bewakingsdienst is geen vervanging van de politie, bij het openbaar vervoer gelden andere eisen dan alleen maar die van het rendement.

De vakbondsstrijd in de collectieve sector tegen flexibilisering en tegen beperking van de collectieve middelen is een achterhoedegevecht. Maar voordat alle betrokkenen zich hierbij hebben neergelegd, zal het publiek nog heel wat ongemak moeten ondergaan. Dat is voor niemand, ook de direct betrokkenen bij de acties, geen prettig vooruitzicht.