Brede steun voor Duits plan ter garantie van hardheid Euromunt

BRUSSEL, 28 NOV. De Europese ministers van financiën steunen een plan van hun Duitse collega Theo Waigel voor een zogeheten stabiliteitspact, dat de hardheid moet garanderen van de Europese eenheidsmunt die vanaf 1999 wordt ingevoerd. Dat bleek gisteren tijdens een bijeenkomst van de vijftien ministers uit de Europese Unie in Brussel.

De ministers konden echter geen overeenstemming bereiken over de naam van de munt, over de precieze datum waarop wordt bepaald welke landen aan de muntunie kunnen deelnemen en over de vraag of staatsleningen in de laatste overgangsfase naar de ene munt - van 1999 tot 2002 - direct in de eenheidsmunt moeten worden uitgeschreven of dat dit ook nog mogelijk moet zijn in de nationale munten. Deze drie kwesties zijn doorgeschoven naar de Europese top van staats- en regeringsleiders op 15 en 16 december in Madrid.

Het Duitse plan voor een stabiliteitspact werd met algemene instemming aanvaard, hoewel de precieze inhoud nog verder moet worden besproken. Zo zal de Europese Commissie met het Monetair Comité bekijken hoe landen zich aan het pact kunnen binden, zonder dat dit in strijd is met het huidige verdrag over de muntunie. Voorts maakt vooral België bezwaar tegen de door Duitsland voorgestelde automatische sanctie die volgt als een land de norm overschrijdt voor het maximum financieringstekort van 3 procent van het bruto binnenlands produkt. Nederland is voorstander van zo'n automatische boete (een kwart procent van het bruto binnenlands produkt voor iedere procent waarmee de maximumwaarde wordt overschreden).

Over de drie kwesties die in Madrid moeten worden opgelost bleek vooral een tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland. Frankrijk houdt vast aan eind 1997 voor het bepalen welke landen kunnen toetreden tot de Europese muntunie. Duitsland opteert voor begin 1998, omdat dan de cijfers over 1997 beschikbaar zijn en landen zich niet kunen verschuilen achter optimistische prognoses. “Je kunt een overgang niet baseren op het kerstrapport”, verwoordde een diplomaat in Brussel de Duitse argumenten. Frankrijk zou vasthouden aan eind 1997, omdat het wil voorkomen dat de eenheidsmunt inzet wordt van de campagne die voorafgaat aan de parlementsverkiezingen van maart 1998.

Ook uit Frankrijk komt de eis dat per 1 januari 1999 schuldpapier van de overheid in de nieuwe munt moeten worden uitgegeven. Parijs ziet dit als een ondersteuning voor de nieuwe munt. Andere landen, waaronder Nederland, vinden dat de EU-lidstaten zelf mogen bepalen welke munt ze gebruiken. Minister Zalm (financiën) zei gisteren dat Nederland wel direct leningen in de euromunt wil uitschrijven, “maar we vinden een voorschrift niet noodzakelijk”.

Ook over de naam van de nieuwe munt botsen Frankrijk en Duitsland. Terwijl de meeste landen zich kunnen vinden in de 'euro', voelt Frankrijk meer voor het handhaven van 'ecu'. De ecu is echter voor de Duitsers niet acceptabel omdat die voor hen synoniem is met instabiliteit. Overigens loopt niemand echt warm voor de kleurloze term 'euro'.

Op de Eurotop in Madrid moeten de laatste twistpunten over de blauwdruk voor het invoeren van de Europese eenheidsmunt worden afgerond. Over de grote lijnen van het overgangscenario zijn de ministers van financiën het eens: per 1 januari 1999 moeten de wisselkoersen van de munten die kwalificeren worden vastgeklonken. Drie jaar later zullen de 'euro-munten' in omloop worden gebracht en in juli 2002 moeten de nationale munten verdwenen zijn.

Terwijl de raad van ministers het eens is over de ingangsdatum van 1 januari 1999, heeft de Britse eurocommissaris Neil Kinnock (transport) hierover zijn twijfels. In een lezing die hij eind vorige week hield in Groot-Brittannië noemde Kinnock die datum “niet realistisch”. Hiermee doorbrak Kinnock, die weliswaar op persoonlijke titel sprak, de consensus die in de Europese Commissie bestaat. Zij nam gisteren afstand van de uitspraak van Kinnock. Verantwoordelijk eurocommissaris Yves-Thibault de Silguy stelde: “De eenheidsmunt zal er zijn op 1 januari 1999.”