Basisonderwijs

In NRC Handelsblad van 17 november wordt teruggekeken op tien jaar basisschool. Daarbij wordt teleurgesteld geconstateerd, dat er in wezen niet veel veranderd is in die tien jaar. Maar ook de omstandigheden waarin de leerkrachten werken zijn niet veranderd. De grootte van de groep, waarvoor zij de zorg hebben is ongeveer gelijk gebleven. De basis van lesgeven is de leerstof vertellen aan een groep. Wil men differentiëren, binnen de klas dan moet de docent enkele malen lesgeven. Dat betekent gewoon enkele malen meer arbeid verrichten. Dat is niet realistisch. Iedere leerkracht heeft maar één lijf en één mond. Wil men hier iets bereiken, dan heeft het weinig nut om de docenten anders op te leiden. Het heeft wel nut om door systematische voorbereiding van instructie de leerkrachten werk uit handen te nemen. Daar zijn in het huidige tijdsgewricht goede voorwaarden voor aanwezig. Het instructieprogramma is voor zeer vele scholen uniform. Er hebben in de communicatietechniek grote ontwikkelingen plaats gevonden. Als technisch docent heb ik me afgevraagd, waarom onze eigen werkomstandigheden als docent zo ambachtelijk bleven. In feite verricht je al het instructiewerk alleen en zonder steun. Dat geldt in feite voor alle onderwijssoorten. Waarom is er maar eenmaal aan het eind van de basisschool een citotoets? Dergelijke opgaafjes zouden er door de hele opleiding heen beschikbaar moeten zijn voor de leerkrachten. Daarnaast kunnen er lessen op video gezet worden. De leerkrachten kunnen dan zelf naar eigen inzicht de toetsen benutten en oordelen hoeveel van die videolesjes zij nuttig gebruiken, zonder het contact met de klas te verliezen. Een arbeidsontlasting voor docenten zal veel effectiever zijn voor nieuwe onderwijsontwikkelingen dan allerlei aanwijzingen vanaf de zijlijn.