Automatiseerder Triple P: notering op beurs Nasdaq

ROTTERDAM, 28 NOV. Het Nederlandse automatiseringsbedrijf Triple P wil medio december naar de Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq. Bij de beursgang plaatst het bedrijf uit Vianen 5,4 miljoen nieuwe aandelen. Daarnaast brengt president-directeur en grootaandeelhouder F. Khalegi Yazdi een pakket van 650.000 aandelen naar de elektronische aandelenbeurs in New York.

De directie van het bedrijf verwacht dat de aandelen Triple P tussen de 9 en 11 dollar zullen opbrengen. De beursgang, die wordt begeleid door de Amerikaanse zakenbank Hambrecht & Quist, heeft daarmee een totale waarde van tussen de 54 en de 66 miljoen dollar (87 tot 106 miljoen gulden). Daarvan komt ruim zes miljoen gulden toe aan Khalegi. Eerder kozen ook de hightech-fondsen Baan, ASM Lithography en Besi voor de Nasdaq.

Juridisch directeur F. van Brussel van Triple P wil met de keuze voor de Nasdaq “de Amsterdamse beurs niet discrimineren.” De Nasdaq is volgens Van Brussel voor een snelgroeiende onderneming hoge risico's een betere keuze.

Directeur Khalegi, oprichter van het verongelukte automatiseringsconcern HCS Technology, startte Triple P in 1989. Onder de houdstermaatschappij Triple P - de drie P's staan voor Partnership, People en Performance - ressorteren ongeveer twintig dochterondernemingen die vooral in Europa, maar ook in de Verenigde Staten computerdienstverlening aanbieden.

Door kosten van nieuwe aankopen en herstructureringen was Triple P naar Amerikaanse maatstaven tot eind 1994 een verliesgevend bedrijf. In de eerste negen maanden van 1995 werd een netto winst behaald van 4,8 miljoen gulden. In Nederland boekt Triple P al enkele jaren winst. Volgens Van Brussel is dit te verklaren uit de verschillen in waarderingsgrondslagen tussen beide landen. “De zorgvuldigheid brengt dit verschil met zich mee”, zegt hij.

Triple P had eind september van dit jaar een negatief eigen vermogen van 64 miljoen gulden. Volgens Van Brussel wordt de emissie onder meer gebruikt “om bankschulden af te lossen en investeringen in nieuwe technologie te financieren”. “De beursgang is niet bedoeld ter verrijking van mijnheer Khalegi, maar zorgt er voor dat het eigen vermogen gedicht wordt.”

De belangrijkste afzetmarkten van Triple P liggen in de gezondheidszorg, de financiële dienstverlening, transport en logistiek en drukkerijen en uitgeverijen. Het bedrijf wil expanderen in Europa, maar behaalt voorlopig nog 85 procent van de omzet in Nederland en Duitsland.

De omzet van Triple P is sinds 1990 gegroeid van 127,5 miljoen gulden in 1991 tot 144,1 miljoen in 1993. De aanzienlijke toename in de omzet van 169,5 miljoen gulden in 1994 tot 252,7 miljoen in de eerste negen maanden van 1995 was voor een belangrijk deel te danken aan de overname van de Europese tak van de Amerikaanse branchegenoot MAI.

Het belang van Khalegi in Triple P wordt door de beursgang teruggebracht van 61,7 procent tot 44,5 procent. Ook het belang van de overige grootaandeelhouders, die geen aandelen zullen aanbieden, verwatert. De belangen van ING Bank en Alpinvest lopen terug van 5,6 tot 4,3 procent. Het belang van oud-directeur S. Nadjafi neemt af van 17,8 procent tot 13,7 procent en dat van commissaris P. Vermeer van 5,1 procent tot 4 procent.

Khalegi gaf kort na de overname van MAI - in oktober vorig jaar - aan dat van een beursnotering voor zijn bedrijf voorlopig geen sprake zou zijn. Volgens Van Brussel was een beursgang “toen niet aan de orde, omdat Triple P werkte aan de integratie van een groot bedrijf”.