Afschaffen ziektewet slecht voor zieke werknemers

Het kabinet wil de Ziektewet afschaffen. Hierdoor dreigen werknemers met een zwakke gezondheid uitgesloten te worden van werk. Deze week wordt het wetsvoorstel in de Tweede Kamer behandeld.

ROTTERDAM, 28 NOV. “Verschrikkelijk, hè.” Boekhouder B. Gorissen van aannemersbedrijf Jacques Groen in het Limburgse Eijsden hoeft niet lang na te denken over de vraag naar de effecten van privatisering van de ziektewet. “Een zeer slechte zaak voor werknemers. Als onze mensen iets aan hun rechterhand mankeren, worden ze tegenwoordig thuis weggehaald om met hun linkerhand in het magazijn te gaan werken. Ze moeten alternatief, desnoods nutteloos werk verrichten. Als ze maar niet ziek thuis zitten.”

De twee jaar geleden genomen maatregel dat bedrijven, afhankelijk van hun grootte, twee tot zes weken voor zeventig procent het loon moeten doorbetalen van zieke werknemers, heeft volgens de boekhouder diepe wonden geslagen in de cultuur van het 35 werknemers tellende bedrijf. Gorissen: “Vroeger maakte het niet veel uit als er iemand ziek was, omdat er werd doorbetaald. Nu zegt de directie tegen zo iemand: jij kost mij veel geld. De kans op ontslag is groter geworden. Er zijn om die reden ook al mensen ontslagen.”

Vandaag zet de Tweede Kamer het debat over de privatisering van de ziektewet voort. Als de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan met het kabinetsplan, betalen bedrijven vanaf komend jaar niet maximaal zes weken maar in totaal 52 weken voor zeventig procent het loon van zieke werknemers. Aannemer Jacques Groen overweegt, net als duizenden andere bedrijven in Nederland, zich tegen dat risico te verzekeren. Het ziekteverzuim bij de Limburgse aannemer is de afgelopen twee jaar gedaald van acht naar twee procent. Het is zaak dit percentage enige tijd zo laag mogelijk te houden, zegt Gorissen, om straks een zo gunstig mogelijke premie te kunnen bedingen bij een verzekeraar.

Sinds de eerste herziening van de ziektewet, twee jaar geleden, is het ziekteverzuim onder de Nederlandse bedrijven flink gedaald, zo blijkt uit onderzoek eerder dit jaar van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen. In 1994 lag het gemiddeld ziekteverzuim bij Nederlandse bedrjven een half procent lager dan in 1993. Volgens deskundigen bedenken veel werknemers zich nu twee keer voordat ze zich ziek melden en hun werkgever daarmee direct in zijn portemonnee raken. “Er ligt een enorme druk op werknemers om zich netjes te gedragen”, meent directeur A. Ostendorf van de Arbodienst Friesland, tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Arbeid en Bedrijfsgeneeskunde.

Naast de terugdringing van het ziekteverzuim treden ook andere effecten op: een toename van het aantal tijdelijke contracten en van uitzendarbeid (daarvoor geldt de verplichte doorbetaling niet) en een toename van het aantal keuringen van sollicitanten. Ook bij de beslissing om werknemers al dan niet in dienst te houden, speelt een verhoogde kans op ziekte en ziekteverzuim een grotere rol, zo blijkt uit een ander onderzoek van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen. Volgens dit onderzoek is het aantal aanstellingskeuringen van de tot in de laatste ronde doorgedrongen sollicitanten gestegen van 43 procent in 1993 tot 57 procent in maart van dit jaar, met een verdere verwachte stijging tot 63 procent. Daarbij steeg het aantal afkeuringen bij bedrijfsartsen van 1,8 procent in 1991 tot 5 procent in 1993. Het college tekent daarbij aan dat de meeste afwijzingen op medische gronden vermoedelijk al voor de keuring plaatsvinden, na het sollicitatiegesprek.

Een van de slachtoffers van het alerter geworden aanstellingsbeleid van de werkgevers is de voormalige bankmedewerker N. Uittenhout. De 37-jarige Voorburger lijdt aan een relatief gunstige vorm van leukemie die hem naar eigen zeggen al vijf jaar niet in 't minst hindert. Al drie jaar is hij aan het solliciteren, maar steeds krijgt hij in gesprekken nul op het rekest zodra de chronische aandoening ter sprake komt. “Ik ben ook zo'n oen dat ik het altijd vertel.” Tot een aanstellingskeuring komt het meestal niet eens. Uittenhout: “Mijn specialist zegt dat het risico voor de werkgever in mijn geval minder groot is dan voor andere werknemers, niet alleen omdat ik gewoon kan werken, maar omdat mijn motivatie veel groter is dan die van anderen.” Af en toe werkt hij voor uitzendbureaus. Hij voelt zich hopeloos onder de situatie. “Soms wil ik dat ik echt ziek word, zodat ik de pijp aan Maarten kan geven en in mijn grafkistje kan verdwijnen.”

Ook de 45-jarige WAO'er R. Jillings uit Sneek komt nergens aan de bak. Hij lijdt aan de ziekte van Bechterev, een reumatische aandoening die een stijve rug veroorzaakt. Vijf jaar geleden werd hij ontslagen als chef stoffeerder. Zijn werkgever wilde niet opdraaien voor een wekelijke fysiotherapeutische behandeling. Jillings besloot aanvankelijk zonder die behandeling verder te werken. “Ik ben net zo lang doorgegaan tot ik niet meer kon.” Op de laatste dag kwam hij thuis op de fiets, kon zich niet meer bewegen en viel met fiets en al om in de tuin van zijn huis. Sindsdien heeft hij tweehonderdvijftig keer zonder succes gesolliciteerd. Hij wilde conducteur, suppoost, chef bij een kartonfabriek, vakbondsmedewerker en klachtenfunctionaris bij een doe-het-zelf-markt worden, maar niemand wil hem. Jillings: “Er is nog zo ontzettend veel werk dat ik doen kan.” Het enige dat hij doet is eens in de week handvaardigheid geven op een LOM-school. “Dat vind ik schitterend.”

Welke rol spelen de Arbodiensten in de terugdringing van het ziekteverzuim? Het is een prangende vraag voor onder meer de artsenorganisatie KNMG, die vreest dat de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt wordt geschaad doordat bedrijfsartsen onder grotere druk van de werkgever komen te staan. Die angst is niet ten onrechte, zo leert de ervaring, daarvoor zijn de belangen van de werkgever te groot. E. Tielens, secretaris sociale zekerheid en pensioenen van MKB-Nederland, de organisatie voor het midden- en kleinbedrijf: “Een aanstellingskeuring is voor bedrijven een vorm van verzekering tegen verrassingen, tegen beperkingen van toekomstige werknemers. Chronisch zieken vallen daar onder. En bij zo'n keuring vallen de chronisch zieken als eersten af.”

De erkende Arbodiensten hechten aan hun onafhankelijkheid tegenover werkgevers en verzekeraars, die nu nog door geen enkele wet is gegarandeerd. Verzekeraars en werkgevers hebben er belang bij om eisen aan de Arbodokter te stellen: snel en goedkoop keuren en veel controleren bijvoorbeeld, het liefst op de eerste dag van ziekte. De Arbodiensten staan niet te trappelen. Arbodirecteur Ostendorf: “Controle is geen taak voor een arts. Als ik ga controleren of iemand ziek is, moet er wel heel wat aan de hand zijn. Als ik hoor dat iemand ziek is, nodig ik hem uit in de spreekkamer. Ik vind het nogal indringend om bij iemand thuis te staan.”

Ook bedrijfsarts J. Schreurs, directeur van Arbodienst Gelderland, is geen voorstander van agressieve verzuimterugdringing, en al helemaal niet van selectie op gezondheidsrisico's bij aanstellingskeuringen. Schreurs: “Wij houden regelmatig aanstellingskeuringen. Het ABP stelt zo'n keuring voor iedere sollicitant verplicht. Maar er bestaan allerlei protocollen over wat je wel en niet mag keuren. Wij mogen kandidaten niet screenen op aids en gebruik van drugs en alcohol. En ook chronisch zieken kunnen gewoon functioneren. Er bestaan geen pure selectiecriteria. De geschiktheid van iemand hangt af van een mix van zaken. Van de honderd mensen met een aandoening weet ik misschien dat er veertig op termijn problemen krijgen. Maar als ik een individuele kandidaat moet keuren, kan ik niet voorspellen of hij bij die veertig zit.”

Tot nog toe heeft elf procent van de bedrijven zich verzekerd tegen uitbetaling bij ziekteverzuim. De wens om zich te verzekeren vermindert naarmate het bedrijf groter is en zelf de risico's kan dragen, stelt Tielens van MKB-Nederland. Die elf procent is aanzienlijk minder dan waarop de verzekeringsmaatschappijen hadden gehoopt. Verzekeraar De Amersfoortse had gerekend op veertig tot vijftig procent. M. Kerkhof, lid van de raad van bestuur van De Amersfoortse: “De markt is tot nu toe tegengevallen. Maar als straks de hele ziektewet omver gaat, zullen de risico's veel bedrijven toch te gortig worden. Dan ontstaat een nieuwe situatie. Wij denken dat er voor ongeveer één à twee miljard gulden aan premie in de markt ligt.”

Het eerste half jaar, zo hebben de verzekeraars in het Verbond voor Verzekeraars afgesproken, zal iedere werknemer in de verzekering worden geaccepteerd. Daarna kunnen ze gezondheidsverklaringen eisen. De kans bestaat, zo waarschuwt hoogleraar gezondheidskunde F. van Dijk van de Universiteit van Amsterdam, dat verzekeraars hun premies gaan differentiëren naar de mate waarin individuele werknemers meer of minder gezondheidsrisico lopen. Van Dijk: “Het kan gebeuren dat bedrijven voor werknemers met een chronische aandoening straks meer premie moeten gaan betalen dan voor andere werknemers. En wat krijg je dan? De afdeling personeelszaken ziet dat de premie voor mevrouw Jansen die een jaarcontract heeft veel hoger is dan gemiddeld, en denkt: hé, er is iets aan de hand met haar, laten we haar jaarcontract nog maar niet omzetten in een vast dienstverband want dat kan ons wel eens scheppen met geld kosten. Dat wil ik niet. Er moeten wettelijke waarborgen komen tegen misbruik.”