Weigeren medische hulp; Kamer vraagt meer uitleg Srebrenica

DEN HAAG, 27 NOV. De Tweede Kamer wil tekst en uitleg van minister Voorhoeve (defensie) over de bewering dat Dutchbat medische hulp heeft onthouden aan gewonde moslims in Srebrenica.

Vier Nederlandse VN-militairen en twee stafleden van Artsen zonder Grenzen hebben die beschuldiging zondag geuit in de actualiteitenrubriek Brandpunt van de KRO. Een vrouw met kogelwonden in haar borst en heup zou daags voor de val van de enclave op 10 juli een spuitje morfine hebben gekregen, in plaats van een operatie. Een dringend verzoek om medische assistentie door Artsen zonder Grenzen (AzG) zou door de bataljonsleiding zijn afgewezen.

Het debriefingsrapport over Srebrenica - waarmee Voorhoeve eind oktober had gehoopt het Dutchbat-dossier te kunnen sluiten - rept met geen woord over het verbod op geneeskundige hulp aan moslims, dat in een militair bevel zou zijn vastgelegd.

Kamerlid J. de Hoop Scheffer (CDA) spreekt van “een schijnbaar grote leemte die moet worden opgevuld”. Net als zijn collega G. Valk (PvdA) wil hij weten wie het bevel heeft gegeven. J.D. Blaauw (VVD) dreigt met het stellen van nieuwe Kamervragen, als de minister donderdag tijdens het overleg met de vaste Kamercommissie in gebreke blijft. D66 is van mening “dat het hele verhaal nog maar eens opnieuw moet worden verteld”.

De Australische arts Daniel O'Brien van AzG zegt dat de weigering “zonder enige twijfel” de dood van een aantal patiënten tot gevolg heeft gehad. “We hadden een schrijnend gebrek aan vakbekwaam personeel en equipment. De gewonden lagen dood te gaan, omdat we er maar één tegelijk konden opereren.”

De humanitaire hulporganisatie deed op 10 juli per fax een beroep op Dutchbat om twee gewonden over te nemen. Hoewel Artsen zonder Grenzen aanbood om ook de benodigde medicijnen te leveren, zou majoor R. Franken dat verzoek schriftelijk hebben afgewezen.

Een woordvoerder van het ministerie van defensie zegt die afwijzing niet te kennen. Volgens hem heeft de commandant van de verbandplaats op 10 juli juist de order gegeven wel te assisteren, maar dat stuitte op verzet van het medisch personeel. De opdracht zou niet zijn uitgevoerd omdat de situatie in Srebrenica te gevaarlijk werd bevonden.

In overleg met de crisistaf in Den Haag heeft de bataljonsleiding de zogeheten ijzeren voorraad (geneesmiddelen voor de eigen manschappen) kort voor de val van de enclave aangevuld uit de reguliere medicijnkast. “In plaats van twintig zwaargewonde soldaten konden er toen dertig worden behandeld”, aldus Defensie. “Zodra het acute gevaar voor de eigen mensen was geweken zijn alle beperkingen ongedaan gemaakt. Dat was op 11 juli. Toen de vluchtelingen uit Srebrenica die dag bij de compound aankwamen, stonden er medische teams van Dutchbat klaar om de gewonden op te vangen.”

Pagina 3: Verklaringen: verbod hulp bleef van kracht Drie leden van de geneeskundige eenheid van Dutchbat hebben niettemin in notariële verklaringen laten vastleggen dat het verbod om moslims te helpen ook nog van kracht was nadat de vluchtelingen op 11 juli het kampement van Dutchbat overspoelden. “Er waren mensen bij die totaal uitgedroogd waren, die hadden een infuus nodig”, zo verklaart een van hen. “Het is een schande dat je daar met 56 man medisch personeel aanwezig bent en niet mag helpen.” De drie stellen ook dat het debriefingsrapport op dit punt niet klopt. Daarin staat dat de ijzeren voorraad wèl is aangesproken ten behoeve van moslims.

Over het al dan niet opereren van een moslimvrouw die in een kritieke toestand op 10 juli bij de Dutchbat-compound in Potocari werd afgeleverd, ontstond een felle discussie. Kolonel-arts Hegge, de eindverantwoordelijke van de geneeskundige eenheid, zou volgens de verklaringen “niet meer dan vijf seconden naar haar hebben gekeken” om tot het oordeel te komen: “We doen er niets aan (...) Breng haar maar naar de bunker want ze gaat toch dood.” Ze kreeg morfine toegediend “want dan zou ze sneller overlijden”.

Hegge zelf zegt dat hij een spreekverbod heeft van Defensie, maar kwalificeert de beschuldigingen niettemin als “absolute onzin”. Het verhaal van de vrouw zou uit zijn verband zijn gerukt. “Er was een beleidslijn dat we slechts humanitaire hulp aan de moslims mochten geven als de omstandigheden dat toelieten. En die lieten het niet toe.”

Defensie zegt de zaak verder uit te zoeken, onder meer door het ondervragen van dertien lokale medewerkers van Artsen zonder Grenzen.