Volleyballers na verlies voor zware opgave

FUKUSHIMA, 27 NOV. De excuses, wel of niet gerechtvaardigd, waren snel bedacht. Concentratiegebrek door chronische vermoeidheid, blessures wegens overbelasting en te weinig inspiratie omdat het tamme Japanse publiek pas opgewonden raakte als een speler in de boarding dook om een bal binnen de lijnen te brengen.

De feiten waren dat het Nederlands volleybalteam gisteren in twee uur werd afgedroogd door Italië, dat wel een gedreven indruk maakte (3-1). De zilveren medaille-winnaar van het EK zal in het toernooi om de World Cup in Japan de resterende wedstrijden moeten winnen om nog een kans te maken op een van de drie eerste plaatsen die recht geven op deelname aan de Olympische Spelen. Morgen speelt Nederland tegen Argentinië, donderdag tegen China en vrijdag volgt het cruciale laatste duel tegen gastland Japan.

Vanochtend boekte de Nederlandse ploeg een 3-0 triomf op Canada. Nederland won de eerste set met gevarieerd en soepel spel (15-7). In de tweede set lieten de ervaren volleyballers zich even in slaap wiegen, maar na een 8-4 achterstand won Oranje met 15-10. Bij 12-1 in de derde set mocht blokkeerder Posthuma nog even sfeer proeven. Reinder Nummerdor verving Ron Zwerver in de slotfase.

Voor de wedsrtrijd tegen Italië koesterde bondscoach Joop Alberda de hoop dat zijn team door een zege twee vliegen in één klap zou slaan. Enerzijds was de kwalificatie dan nagenoeg een feit geweest, anderzijds zou Nederland hebben bewezen dat het terug is als kandidaat voor olympisch goud.

Zo ver is het nog niet, want het verschil tussen Italië en Nederland bleek veel groter dan verwacht. Alberda sprak van een off-day. De rampspoed was in zijn ogen al snel onomkeerbaar. Ondanks de noeste arbeid van Ron Zwerver en Olof van de Meulen. Slechts één speler had recht op een excuus over zijn matige optreden: aanvoerder en spelverdeler Peter Blangé. Hij kreeg al in de eerste set last van een spierverrekking, die hem reeds parten speelt sinds het begin van het toernooi.

Blangé hield het nog uit tot het begin van de derde set en bleef vervolgens op de bank, waar hij lijdzaam moest toezien hoe zijn ploeggenoten werden vernederd. “Mijn blessure doet denken aan spierpijn die je weleens oploopt in de voorbereiding van het seizoen. Ik blaas elke wedstrijd opnieuw mijn been op”, klaagde de speler van Parma. Tegen Canada deed Blangé vanochtend toch weer mee.

Blangé stelde in Fukushima het kwalificatiesysteem voor de Zomerspelen in Atlanta (1996) ter discussie. Als hij samen met Zwerver en Van de Goor ook nog deelneemt aan een afsluitend gala, heeft het drietal straks vijftien wedstrijden in twintig dagen gespeeld. Na het EK in september en competitieverplichtingen in Italië kan gerust van een slopend programma worden gesproken.

Blangé: “Het is van de zotte zoveel wedstrijden als wij hier moeten spelen. Het kwalificatietoernooi voor Barcelona bestond nog uit poulewedstrijden met kruisfinales, hier moet je een complete competitie afwerken. We maken simpele fouten die voornamelijk met vermoeidheid te maken hebben. Volleybal is gebaseerd op concentratie en die verslapt als je niet fit bent. We hebben wel twee dagen rust gehad, maar op de ene dag moesten we reizen en de andere dag had je nodig om te trainen. Tegen Korea kon een aantal van ons nauwelijks meer recht overeind staan.”

De vermoeidheid begon al met een jetlag. Sommige spelers zijn daar nog steeds niet helemaal overheen. Zoals Olof van der Meulen die vrijwel elke morgen om zes uur wakker wordt. Hoewel de Nederlanders overal gastvrij worden ontvangen, heeft Blangé geen goed woord over voor de organisatie van de World Cup. En die handelt natuurlijk in de geest van de wereldvolleybalfederatie FIVB.

“Het internationale volleybal wordt steeds meer een speeltuin. De commerciële belangen staan voorop. Met de spelers wordt nauwelijks nog rekening gehouden. Japan moet hier elke dag voor de tv op prime-time zijn wedstrijden spelen. Dat team hoeft niet, zoals wij, honderd kilometer op en neer te reizen om in het hotel te komen. Japan kan gewoon drie wedstrijden achter elkaar in Sendai spelen. In Tokio treffen we straks dezelfde situatie aan. De nationale competities worden door een toernooi als dit in vier maanden afgeraffeld. Als ik het puur zakelijk zou bekijken, zou ik eigenlijk niet meer voor het Nederlands team moeten uitkomen.”

Het beleid van de FIVB bekort volgens Blangé de loopbaan van de huidige topvolleyballers. “Ik speel in een seizoen veertig wedstrijden met Parma en veertig met het Nederlands team. Door zo'n grote belasting krijg je sneller last van slijtage aan je gewrichten, zoals je knieën. Typische volleybalblessures waar je op een gegeven moment niet meer vanaf komt.”

Bij de Italianen was de sleet gisteren in elk geval nog niet zichtbaar. Met veel meer raffinement en fanatisme gaven ze na de eerste set de Nederlanders volleyballes. Alberda ontkende vooraf dat Italië een Angstgegner begint te worden voor Oranje, maar Nederland gaf de strijd al snel op. Van de Meulen smeekte om meer sfeer en riep in een verloren fase nog radeloos: “Jongens, we maken ze helemaal gek.” Na een 15-13-zege in de eerste set (Van de Meulen: “Toen speelden we al slecht”), moest Oranje drie keer diep buigen: 15-6, 15-8 en 15-3.

Alberda was vol lof over de professionele instelling van zijn spelers. “Als je het hier redt, bewijs je voor de zoveelste keer dat je tot de wereldtop behoort.” Woorden uitgesproken vóór de deceptie tegen Italië dat sinds 1992 in belangrijke duels niet meer heeft verloren van Nederland. ----------------------------------------------------------------------