Tommie mag toch blijven

Zijn grote mond werd steeds kleiner de afgelopen weken. Zijn bloeddruk liep hoger op dan een huisarts lief is.

Hij zat zich te verbijten op de bank, hij was machteloos bij zoveel lamlendigheid, hij kon zijn meiden alleen maar naar voren schreeuwen. In de hoop dat de Chinese dames geen watervlugge counter zouden plaatsen, dat de Canadese vrouwen niet uit hun schulp zouden kruipen. Tommie zat erbij en keek ernaar. Hij had de bondsbestuurders nog zo gewaarschuwd na de Europese titel van afgelopen zomer. De hossanna in het VIP-dorp van Amstelveen kon hem gestolen worden. De olympische kwalificatie zou nog moeilijk genoeg worden, sprak hij eigenwijs. De bobo's geloofden hem niet. De speelsters zeiden dat ze hem geloofden maar eigenlijk telde er maar een plaats in Zuid-Afrika. De eerste. En heel stiekem zal Tommie zelf ook aan de hoogste klassering hebben gedacht. Hij noemt zichzelf een winnaarstype. Met minder dan een zege neemt hij liever geen genoegen. En hij houdt niet van excuses. Het moet gezegd, na elk wedstrijd in Kaapstad gaf hij zijn speelsters de schuld en niet de scheidsrechter of de hitte of het overvolle speelschema. Het siert de bondscoach dat hij geen uitwegen zoekt, maar ondertussen presteert hij nauwelijks beter dan zijn veel bekritiseerde voorganger. De Tilburgse leraar lichamelijke opvoeding Bert Wentink werd tweede op een sterk bezet toernooi in Amstelveen. Bij het wereldkampioenschap in Dublin leidde een zesde plaats tot zijn ontslag als bondscoach. Zijn opvolger Van 't Hek hekelde de werkwijze van Wentink die zich vernederd moet hebben gevoeld door alle geslaagde grappen van de Kampong-coach. In Kaapstad bleek dat Tommie ook niet alle wijsheid in pacht heeft. De zelden bekritiseerde keuzeheer eindigde op een vijfde plaats, terwijl het oppermachtige Australië niet eens van de partij was. Gelukkig stond er voor tegenstander Duitsland afgelopen zaterdag niets meer op het spel en kon Tommie uiteindelijk opgelucht adem halen. Als hij zich niet zou plaatsen voor Atlanta, beloofde hij zijn functie neer te leggen. Nu heeft hij nog acht maanden om het Nederlandse vrouwenhockey hogerop te tillen. De sfeer heeft hij al danig verbeterd, de meiden lachen om zijn grappen. Alleen de kwaliteit behoeft nog een impuls. Of heeft een coach met een grote mond en een hooggeschoolde hockeyachtergrond even weinig invloed op het spelniveau als een gymleraar met een zachte g?