Sikkens-prijs voor Geuze en stadsreiniging

AMSTERDAM, 27 NOV. Een minuut of twintig, meer niet, had architect Rem Koolhaas (1944) zaterdagmiddag in De Doelen in Rotterdam nodig voor de doodverklaring van de stad. Maar de boodschap van waarschijnlijk de kortste Mondriaanlezing uit de geschiedenis was er niet minder krachtig om: stedebouw is een illusie geworden, sterker nog: stedebouw is ongewenst en leidt alleen maar tot onnodige vertragingen van de bouw. Stedebouwers gaan nog steeds uit van een rationeel ontwerp waarin de verschillende onderdelen van de stad - straten, pleinen en gebouwen - een samenhangend geheel vormen. Maar in de praktijk is dit al lang niet meer mogelijk: de stad bestaat tegenwoordig niet meer maar is het gevolg van een onbeheersbaar proces. Koolhaas illustreerde dit aan de hand van vier Aziatische steden (Seoul, Hongkong, Shanghai en Kuala Lumpur), waar 'de dingen gewoon gebeuren', waar onvoorspelbare opeenhopingen van gebouwen ontstaan zonder dat iemand daar greep op heeft.

Twintig minuten waren zelfs voldoende om een alternatief te formuleren voor de doodverklaarde stedebouw. De stad is dood, leve het landschap, zo zou Koolhaas' Mondriaanlezing kunnen worden samengevat. Over de stad bestaat grote onvrede, over het landschap niet. Aan steden stoort men zich, maar met een landschap heeft men veel meer geduld. Stedebouwers zijn niet meer in staat om een identiteit te scheppen, maar het landschap doet dit moeiteloos. Het landschap koppelt vanzelf allerlei tegenstrijdigheden aan elkaar, het is 'zowel natuurlijk als artificieel, decoratief als programmatisch, zowel kritisch als onkritisch, links als rechts', aldus Koolhaas: “Er zit niets anders op dan de stad te ondergaan als een landschap, als iets dat gebeurt en niet wordt ontworpen.”

Met zijn Mondriaanlezing, die sinds 1979 elke twee jaar door het bedrijf Sikkens wordt georganiseerd en eerder werd gehouden door onder meer de schrijver Umberto Eco en filmregisseur Ettore Scola, sloot Koolhaas aan op de uitreiking van de Sikkensprijs aan landschapsarchitect Adriaan Geuze. De jury van de prijs, die sinds 1959 wordt uitgereikt aan kunstenaars 'die werk hebben gecreëerd waarin een synthese van ruimte en kleur is verwezenlijkt', prees Geuze 'voor zijn alerte reageren op de snel veranderende visie op stad en natuur in Nederland' en voor de ontwikkeling van 'een verrassend esthetisch vocabulaire, gebruik makend van de kleur van schelpen en planten, maar ook van harde en nieuwe combinaties van bouwmaterialen'.

In zijn dankwoord bracht Geuze, met zijn bureau West 8 ontwerper van onder meer het Schouwburgplein in Rotterdam en het stedebouwkundig plan voor het eiland Borneo Sporenburg in Amsterdam, een ode aan de snelweg. Terwijl het publiek keek naar beelden die filmer Hans Keller vanuit een rijdende auto had gemaakt van de A 16 tussen Breda en Rotterdam, vertelde Geuze lyrisch over deze snelweg. De naar Rotterdam toe steeds breder wordende weg snijdt op 'fascinerende wijze door het landschap van polders en rivieren', aldus Geuze. De snelweg is een van de grootste culturele daden van deze eeuw, vond hij, maar wordt in Nederland nog ondergewaardeerd. Rijden op snelwegen wordt in Nederland beschouwd als tijdverlies, hoewel veel mensen er een groot deel van hun leven doorbrengen. Snelwegen worden weggemoffeld achter geluidsweringen en omzoomd door treurige bedrijvenparken, tankstations en wegrestaurants. Het wordt hoog tijd voor meer en zorgvuldigere aandacht aan de vormgeving van snelwegen, betoogde Geuze enthousiast.

Na Geuze kreeg ook de Propreté de Paris, de reinigingsdienst van Parijs, de Sikkensprijs 1995. Sinds 1979 gebruikt deze dienst consequent de kleur groen als herkenningsteken van alles wat met vuilnisverwerking heeft te maken. In zijn dankwoord voor de prijs zei Philippe Galy, Directeur de la Protection de l'Environnement de la Ville Paris niets opmerkelijks.