Pollini geeft zich in de Pastorale over aan wat tussentijdse bezinning

Concert: Maurizio Pollini met werken van Beethoven en Debussy. Gehoord: 26/11 Concertgebouw Amsterdam.

Even leek de harteklop te stokken. In het Allegro van Beethovens Sonate op. 28 (Pastorale) komen kort na elkaar, enkele maten voordat opnieuw het eerste thema wordt ingezet, twee fermates voor: rustpunten die de geregelde gang van een stuk onderbreken. Meesterpianist Maurizio Pollini rekte deze fermates zondag in het Concertgebouw zo tergend ver op, dat het leek of zijn pianistieke machinerie erin vast liep. Maar het tegendeel was waar. Het bleken twee goed gekozen momenten van tussentijdse bezinning, die illustreren dat ook oude bekenden er soms verrassend spannend kunnen uitzien.

Zonder zich te verliezen in details of buitenissige tempocontrasten smolt Pollini, die dit seizoen de pianosonates van Beethoven integraal uitvoert in de Milanese Scala en de Carnegie Hall te New York, de delen van de gekozen sonates plastisch aaneen. In de eerste twee, traag gespeelde delen van de Mondschein-Sonate op. 27/2 ondersteunde hier en daar een versnelling de grote lijn om te cumuleren in een razend Presto met een prettig basgeluid. Ook de Pastorale-sonate kreeg een uitgewogen langzame opening mee. De reeksen 32-ste noten uit het daaropvolgende Andante werden lekker loom genomen. Doelbewust schenen deze te anticiperen op de veegjes van achtste noten in het Scherzo-thema. Het Trio werd in een hoog tempo genomen, evenals het afsluitende Rondo, waarin Pollini van de weeromstuit overigens enkele rusten negeerde.

Met dergelijke voorschriften - vooral met dynamische aanwijzingen - neemt Pollini het niet altijd even nauw, al dat doet weinig af aan de indruk die zijn spel maakt. Pollini paart een imponerende techniek aan een fluwelen toon, die hij inpast in uitgebalanceerde registerwisselingen. Om de Préludes van Claude Debussy tot hun recht te laten komen - Pollini speelde het eerste boek - zijn de beide laatste een voorwaarde. Vingervlugheid is in deze programmatische karakterschetsten meestal van ondergeschikt belang.

De eerste preludes waren nog wat stuurloos, de individuele noten in Les collines d'Anacapri zelfs wat onduidelijk, maar vanaf het opengewerkte, expressieve legato dat Pollini etaleerde in Des pas sur la neige en het krachtige akkoordenspel, de fascinerende gebroken octaven en de snelle tremolandi uit Ce qu'a vu le vent d'Ouest hield hij een gloedvol betoog voor Debussy. Met als summum La cathédrale engloutie, waarin verre uitersten in sfeer en dynamiek werden bereikt, ingebed in een hechte ritmische continuïteit en fijnzinnig spectrum van toonvorming. Volgend seizoen het tweede boek van de Préludes?