Op de biënnale van Istanbul maakt het leven deel uit van de expositie

ISTANBUL, 27 NOV. Antrepo, de centrale expositiehal van de vierde Biënnale in Istanbul, is een voormalige douane-opslagplaats aan de Bosporus. Aan de kade worden Russische vrachtschepen geladen en gelost. Het uitzicht vanaf de bovenste verdieping van het gebouw biedt een uitgelezen panorama: de Haghia Sophia in het historische deel van Istanbul, de drukke scheepvaart in de Zee van Marmara, de oude wijk Üsküdar aan de Aziatische kant van de stad en ook nog een blik op de Bosporus in de richting van de Zwarte Zee.

“We hebben vier grote laadluiken in dit pakhuis vervangen door ramen”, vertelt Rene Block, de Duitse organisator van de vierde Biënnale in Istanbul; “daardoor maakt het leven nu ook deel uit van de expositie.” Enkele werken van Turkse kunstenaars hebben een directe relatie met die omgeving: Esra Ersen heeft transparante foto's van zwetende havenarbeiders tegen één van de ramen geplakt, zodat we via hun gezichten naar buiten kijken. Vanuit een luidspeker klinkt zachtjes een in het Turks gesproken versie van een verhaal uit Duizend en één nachten.

Ook Gülsün Karamustafa koos één van de ramen als onderdeel van haar installatie. Nieuwe Oriëntatie is een uitdrukking van de pijn en het verdriet van de vele vaders en moeders, wier maagdelijke dochters wellicht met één van de schepen werden ontvoerd die de Turkse kunstenares ons via het raam laat zien. Op witte linten staan de namen van deze meisjes en de data waarop ze verdwenen. De politie in Istanbul registreert hun namen nog steeds op die manier.

De twee andere lokaties van de Vierde Biënnale in Istanbul zijn historische gebouwen: de uit 358 stammende Irene Kerk aan de ingang van het als museum fungerende Topkapi-paleis en het zesde eeuwse 'Verzonken Paleis', Yerebatan, dat gedurende de Byzantijnse tijd dienst deed als waterreservoir. Na de verovering van Istanbul in 1453 gebruikten de Ottomanen het water voor de tuinen van het Topkapi paleis. Het 'Verzonken Paleis' is met zijn 336 marmeren zuilen het grootste en mooiste waterreservoir in Istanbul.

Hoewel het leeuwendeel van de 115 werken van de Biennale in de ruime hallen van Antrepo is te zien, bevinden de hoogtepunten van de tentoonstelling zich, wat mij betreft, in de Irene Kerk en Yerebatan. Het is alleen al een fascinerende ervaring om juist in deze historische kontekst in aanraking te worden gebracht met radicale hedendaagse kunst. De confrontatie is soms verrassend; soms verwarrend en vrijwel altijd prikkelend. Zoals de gebedsmat, gemaakt van naalden en voorzien van een kompas van de in Libanon geboren, maar in Londen levende Mona Hatoum. Het werk geeft pijnlijk duidelijk aan hoe ze het oprukkende moslim-fundamentalisme in dat deel van de wereld ervaart.

Van een heel andere orde is Voorjaar in de hal van Jade van de in China geboren maar in Berlijn levende Yufen Qin. Aan rijen stalen wasrekken hangen behalve stroken rijstpapier ook draden en luidsprekers waaruit gemurmel opklinkt. De drie, met het Zen-Boedisme verbonden, aspecten in het leven die voor Qin belangrijk zijn, zijn kalmte, meditatie en poëzie. Voorjaar in de hal van Jade, dat voorin op het podium in de kerk staat opgesteld, is vooral een esthetisch beeld. Ontroerend ook, omdat het zo verrassend harmonieert met de kerk en de sfeer die er heerst.

Datzelfde geldt voor de bijdrage van de Finse Maaria Wirkkala, die in het water tussen de zuilen van Yerebatan een keukenstoel en een paar kinderlaarsjes heeft neergezet, verlicht door schijnwerpers. Wie niet weet dat Bagage zonder Begeleider onderdeel uitmaakt van de Vierde Biënnale, zou het gemakkelijk kunnen opvatten als en stel willekeurige opjecten die daar door onverlaten ooit werden achtergelaten. De verkoper in één van de tapijtzaken dicht bij Yerebatan vertelde dat hij als kind verschillende keren met een bootje door het waterresorvoir had gevaren, voordat het 'Verzonken Paleis' in 1987 werd opengesteld voor het publiek.

Onder de titel Oriëntatie bracht Block bijdragen uit 48 landen voor de vierde Biënnale in Istanbul bijeen, waaronder ook werken van bekende kunstenaars als Broodthaers, Kounellis, Kabakov, Nauman, Polke, Trockel en Whiteread. Via het woord 'Oriënt' kwam hij uiteindelijk op dit thema uit. “Het is dan ook beslist geen tentoonstelling over oriëntalisme,” waarschuwt hij. Voor hem is de vierde Biënnale van Istanbul vooral een spiegel van de recente ontwikkelingen in de Turkse en internationale kunstwereld aan de hand van radicale bijdragen van zowel jonge als enkele gevestigde kunstenaars. “Het overzicht roept dan ook meer vragen op dan dat het antwoorden geeft”, meent hij. “Maar dat ligt besloten in mijn interesse: kunst in relatie tot de samenleving, tot de problemen die er spelen, zoals de ontwikkelingen in de internationale politiek die enerzijds nieuwe openingen bieden, anderzijds nieuwe grenzen stellen.”

Volgens Block is een biënnale als die in bijvoorbeeld Venetië vooral bedoeld voor een internationaal publiek. “De stad zelf is een plezierig decor. De Biënnale in Istanbul richt zich daarentegen juist op de inwoners van deze stad zelf, op Turkije en de omringende landen. Dat is de reden waarom de Turkse kunstenaars die in Istanbul leven de kern van deze expositie vormen.” Verrassend is dat van de twaalf uit Istanbul deelnemende kunstenaars er acht vrouw zijn. Uit omringende landen als Irak en Iran ontbreken zelfs werken van mannelijke kunstenaars. Block: “Het is een interessante ontdekking dat onder de jonge generatie kunstenaars en onder de dertigers en veertigers, het juist de vrouwen zijn die met uiteenlopende middelen een meer radicaal standpunt innemen. In het Midden-Oosten beperken de mannen zich nog voornamelijk tot het schilderen.”

Eén van de meest provocerende werken, die in Antrepo is te zien, is voor Block die van de Iraakse, maar in New York wonende Shirin Neshat. “Ze nam foto's van zichzelf, verkleed als een militante bedoeïnenvrouw, met daaroverheen teksten die we niet begrijpen, maar die ons toch angst aanjagen. Dat gevoel ebt zelfs niet weg als we later gewaar worden dat het poëzieteksten zijn.”

Bovendien heeft Block doelbewust gebroken met de traditie dat op een biënnale de bijdragen per land worden gepresenteerd. “Dat is een model dat zich vandaag de dag niet meer laat toepassen en dat zich ook niet verdraagt met de titel Oriëntatie, aan de hand waarvan we de deelnemende kunstenaars vragen om hun positie ten opzichte van hun omgeving opnieuw te bepalen. Veel landen hebben inmiddels een multi-culturele samenstelling. De bijdragen uit bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn dan ook voor de helft van autochtonen en voor de helft van buitenlandse kunstenaars die in die landen leven.” Ook de leeftijd van de deelnemende kunstenaars is relatief jong, enkelen zijn nog maar 23 jaar oud. “Biënnales zijn in tegenstelling tot veel andere kunstexposities vooral ateliers waarin gewerkt wordt', meent de Duitse conservator, wat hem de mogelijkheid gaf 'zijn nieuwste ontdekkingen' naar Istanbul te halen.

Voor Turkije is deze Vierde Biënnale meer dan een tijdelijk evenement. Het land ontbeert nog steeds een museum voor hedendaagse kunst. Drie jaar geleden, tijdens de derde biënnale van Istanbul, leek dat vacuüm te worden opgevuld. Nejat Eczacibasi, de inmiddels overleden, schatrijke eigenaar van een keten van farmaceutische fabrieken en een pionier op kunstgebied in Turkije, bouwde een voormalige fabriek, waarin het traditionele Ottomaanse hoofddeksel, de fez, werd geproduceerd, om tot een museum voor hedendaagse kunst. Maar het gebouw aan de oevers van de Gouden Hoorn is eigendom van de gemeente Istanbul en de stad wordt inmiddels bestuurd door een religieus-fundamentalistische burgemeester, die er een permanente expositie over de geschiedenis van Istanbul in wil vestigen.

De Vierde Biënnale van Istanbul duurt nog tot 10 december. Antrepo: dag. beh. ma. van 12-20 uur, Irene Kerk dag. beh. di. 10-17 uur. Yerebatan: dag. 10-17 uur.