Onafhankelijk Toneel brengt een intercultureel stripverhaal in Rotterdam; Moeder leren westers te leven

Voorstelling: De beschaving, mijn moeder, door Onafhankelijk Toneel. Regie en decor: Gerrit Timmers; spel: Saïda Baâdi, Youssef Ait Mansour, Hassan El Fad, Mohammed Arifi, Najat Belfadil. Gezien: 24/12 Theater Zuidplein, Rotterdam. Tournee t/m 4/12 Inl. 010-47690229.

De Marokkaanse moeder op het toneel gilt verontwaardigd: 'Ik ben geen vrouw uit de Middeleeuwen!' Daar heeft ze ten dele gelijk in; ze leeft in de twintigste eeuw. Maar de moderne tijd, door haar zonen het huis binnengebracht, stelt haar voor gigantische raadsels. Een lap stof op de gloednieuwe Singer-naaimachine naait ze per ongeluk in haar haren, ze is nog niet zo handig. En het Mannetje van de Radio bestaat voor haar nog echt: ze noemt hem Meneer BlauPunKte en ze praat urenlang met hem, ook al geeft hij geen antwoord op haar brandende vragen. De naaimachine en de radio, de telefoon en de elektrische lamp: steeds leidt de confrontatie van de moeder met de westerse technologie tot hilarische scènes. Al die voorwerpen, sommige koddig uitgevoerd en meer dan levensgroot, wekken in De beschaving, mijn moeder niet alleen de lachlust op maar bieden het publiek ook houvast. Dat is prettig omdat de taal, voor de Hollanders in de zaal althans, géén houvast biedt: de acteurs spreken Arabisch. Weliswaar verschijnt er een boventiteling in het Nederlands, maar die is niet overal even goed leesbaar.

Uit praktisch oogpunt had het Onafhankelijk Toneel, gesteund door het interculturele netwerk Med Urbs Vie, net zo goed met een Nederlandstalige bewerking van La Civilisation, ma Mère! kunnen komen. De Nederlandse vertaling van Driss Chraïbi's roman ligt immers al in boekvorm klaar, zo bleek zaterdag uit een presentatie van uitgeverij De Geus, terwijl een Arabische vertaling speciaal voor de toneelvoorstelling moest worden vervaardigd. Een omslachtig procedé - maar het resultaat maakt een ongekunstelde en bijna authentieke indruk.

Waarschijnlijk zag de Frans-Marokkaanse Driss Chraïbi bij het schrijven zijn eigen moeder voor zich. Een paar autobiografische gegevens wijzen daarop: het verhaal speelt zich af in het Casablanca van de jaren veertig en een van de twee zonen heet Driss. In de enscenering van Gerrit Timmers vertelt nu eens zoon Driss, dan weer zoon Nagib het verhaal van de moeder, die op haar dertiende trouwde en sindsdien haar huis niet meer uit mocht. En we zien hoe de jongens hun moeder in rap tempo van haar onwetendheid afhelpen. Ze leren haar niet alleen hoe ze met elektrische apparaten moet omgaan en zich modieus moet kleden, ze leren haar ook lezen en schrijven, geven haar seksuele voorlichting en gaan met haar naar buiten, waar zij verbijsterd naar de auto's, de etalages en de mensen kijkt. Studenten van de Academie voor Beeldende Kunsten in Casablanca maakten van hun stad een reeks tekeningen, die op een diascherm worden geprojecteerd. Grappige, snelle tekeningen zijn het, en ze geven de voorstelling het karakter van een stripverhaal. Een mooi vormgegeven stripverhaal, dat wel. Prachtig is het moment waarop de achterwand openschuift en er een gordijn van repen papier tevoorschijn komt: de repen baden in een betoverend licht, de moeder omhelst ze onstuimig en een van de zoons vertelt dat zij de bomen kust, die ze voor het eerst van haar leven voelt, ruikt en ziet.

De uit Marokko overgevlogen acteurs spelen op een manier die zowel nuchter is als grotesk en pathetisch. Hollands is de laconieke gebarentaal van Hassan El Fad en Youssef Ait Mansour, de zonen; exotisch het uitbundige spel van Saïda Baädi, de moeder. Gelukkig heeft regisseur Timmers, die ook het decor ontwierp, plat realisme vermeden. Erg diep gaat zijn interpretatie niet, maar wat overblijft is een vrolijk, speels en bij vlagen poëtisch spektakel.