Minister De Boer ziet niets in VVD-discussie over extra kernenergie

GRONINGEN, 27 NOV. Het was tot dan toe zo aardig, vond minister M. de Boer (VROM). De VVD en de PvdA zijn elkaar op het gebied van energie- en milieubeleid dicht genaderd, had ze met tevredenheid geconstateerd. “Twintig jaar geleden waren dit soort geluiden uit uw partij niet te horen.” Maar op twee punten moest ze nog een afstand vaststellen: de ecotax en kernenergie.

Op een VVD-themadag, die drie kwartier later begon doordat enkele honderden actievoerende boeren minister De Boer (PvdA) wilden toespreken, stond zaterdag in het hoofdkantoor van de Gasunie in Groningen de energiepolitiek centraal. De daadkrachtige ontwikkeling van duurzame energiebronnen, energiebesparing, liberalisering van de energiemarkt, een verhoging van de energieprijs en het doorbreken van schotten tussen energiebeleid, woningbouwbeleid en ruimtelijke ordening, de aanwezige VVD'ers waren het er met elkaar over eens.

Maar de invoering van de ecotax, een heffing voor bedrijven op energiegebruik waar de VVD-fractie in de Tweede Kamer onlangs onder druk van het regeerakkoord morrend mee akkoord ging, zat de meesten nog dwars. De Groninger Commissaris der Koningin H. Vonhoff, tevens voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Gasunie, noemde de heffing op energie een “schrijnend voorbeeld van een eenzijdige verzwaring op een concurrentiefactor”. “Heffingen die beogen laakbaar gedrag af te straffen zijn sinds mensenheugenis mislukt”, aldus Vonhoff.

Volgens Tweede Kamer-lid J. Remkes, die de ecotax in het Kamerdebat als een “onding” omschreef, is de regeling weinig efficiënt. “Er komt bij mij een beeld boven van het rondpompen van geld.” Minister De Boer noemde alle maatregelen om de gevolgen van energiegebruik voor het milieu terug te dringen, zoals de ecotax, “nog adhoc-maatregelen”. Het ontbreekt volgens haar nog aan een 'totaal-concept'. Maar aan de ecotax wilde ze niet tornen. Vonhoff zei te hopen dat de Eerste Kamer bij de bespreking van dit onderwerp afstand zal nemen van de Tweede Kamer.

De VVD'ers vonden wel dat de maatschappelijke kosten van energiegebruik, zoals de kosten ter voorkoming van schade aan of voor herstel van het milieu, in de energieprijzen moeten worden verrekend. Nederland mag dit volgens hen echter niet op eigen houtje doen. Remkes: “Als nationale heffingen de verschuiving van economische activiteit tot gevolg hebben, is de winst voor CO2-uitstoot nul komma nul.” Ook bij andere maatregelen wilden de VVD'ers niet dat Nederland zich zal opstellen als “gidsland met een opgeheven vingertje”.

N.G. Ketting, Eerste Kamer-lid en directeur van de Samenwerkende Elektriciteitsproduktiebedrijven (SEP), betoogde dat binnen een “goede brandstofmix” ook kernenergie hoort. Met de opslag in Borssele is volgens hem het afvalprobleem voor de komende 100 tot 150 jaar opgelost. Ook Remkes pleitte voor een open en zakelijke discussie over kernenergie, “zonder taboes en zonder dogma's”. Hij voerde aan dat Nederland tenslotte ook energie importeert uit landen met veel kerncentrales. “De afgelopen tien jaar was het te veel een discussie tussen gelovigen en niet-gelovigen.” Hij zei te hopen dat de binnenkort verschijnende energienota van minister Wijers (economische zaken) de mogelijkheid tot een goede discussie openlaat.

Minister De Boer benadrukte dat er in deze kabinetsperiode geen discussie over kernenergie wordt gevoerd. Ze wil “het pad van kernenergie niet bewandelen” zolang er voor het afvalprobleem geen pasklaar antwoord is. Remkes erkende dat op dit moment het draagvlak en de noodzaak voor de bouw van een nieuwe kerncentrale ontbreekt.