Immigranten-elftal zonder samba

De Braziliaanse voetballers van Gremio worden afgeschilderd als gemene spelers. De kampioen van de Copa Libertadores zal alle toegestane middelen hanteren om Ajax morgen van de wereldtitel af te houden. Dan maar zonder samba.

De strijd om de wereldbeker is van oudsher een botsing tussen twee verschillende voetbalculturen. De kampioen van Zuid-Amerika steekt anders in elkaar dan de kampioen van Europa. De meeste Zuidamerikaanse clubs paren een superieure techniek aan een overdreven hardheid. De meeste Europese teams koppelen tactisch vernuft aan een ingetogen speelwijze. Ajax - Gremio lijkt geen uitzondering, hoewel de Amsterdamse fans hun idolen ongetwijfeld een betere techniek toeschrijven.

Gremio staat in eigen land bekend als een ploeg met weinig technische spelers. Trainer Scolari was zelf een harde, middelmatige verdediger en hij laat Gremio sober spelen. Krachtvoetbal is de basis voor succes, het voetbal van de toekomst. In een vraaggesprek met De Telegraaf gaf Scolari een bijzondere verklaring voor het harde spel van Gremio, dat in de zuidelijk gelegen provincie Rio Grande do Sul zijn thuisduels afwerkt. “Het is hier in de winter gedurende zes maanden koud weer met regen en wind. Bij zulke omstandigheden neig je eerder naar hard spel dan naar goochelwerk. Bovendien is het biotype speler dat mij ter beschikking staat in het algemeen groot en lang. Wij hebben te maken met veel immigranten uit Europa. Verder spelen we dichtbij de grens met Argentinië en Uruguay, daar wordt ook op zijn Europees gespeeld.”

Porto Alegre is de hoofdstad van de provincie. Het merendeel van de anderhalf miljoen inwoners leeft van de schoenenexport. De plaatselijke bevolking moet een keuze maken tussen de lokale voetbalclubs Gremio en Internacional, dat van oudsher de grootste aanhang heeft maar sportief gezien minder tot de verbeelding spreekt. De geblesseerde Ajacied Santos speelde jarenlang voor Internacional. Hij noemt Gremio een hard spelend elftal zonder frivoliteiten.

Gremio is in 1903 (drie jaar na Ajax) opgericht door enkele Duitse immigranten. Tot 1954 maakten alleen blanke voetballers deel uit van de club. Dat discriminerende karakter is een van de redenen waarom Gremio buiten haar eigen provincie nooit echt populair is geworden. De grootste talenten in Brazilië zijn nog altijd afkomstig uit de sloppenwijken waar het aantal blanke mensen in de minderheid is.

De laatste twee decennia is het aanzien van Gremio aanzienlijk gestegen. Voorzitter Koff is de man die de club in financieel opzicht van de ondergang heeft gered. Het voorlopig hoogtepunt was daarna de wereldtitel in 1983. Op alle verkochte produkten staat sindsdien vermeld: Gremio Campeao du Mundo. Wijn, fietsen, damesslipjes: de marketingstrategie van Koff heeft lang niet altijd met topsport te maken.

Ondanks de verbeterde financiële situatie maakte de club drie jaar geleden op sportief gebied nog een diepe crisis door. Onder leiding van trainer Scolari wist Gremio de degradatie naar de tweede divisie een jaar later weer ongedaan te maken. Door het behalen van het Zuidamerikaanse kampioenschap, de strijd om de Copa Libertadores, heeft Scolari zich inmiddels bijzonder populair gemaakt. De coach noemt de vooroordelen over zijn ploeg een beetje overdreven. Gremio speelt hard maar niet gemeen, luidt zijn mening.

Sommige insiders vrezen een herhaling van eerdere wereldbekerduels die flink uit de hand liepen. Zij moeten dan wel ver terug gaan in de tijd. Vooral de Argentijnse club Estudiantes had een geduchte reputatie in wedstrijden tegen Manchester United (1968), AC Milan (1969) en Feyenoord (1970). Ook stadgenoot Independiente hanteerde, in 1972 tegen Ajax, de botte bijl. Ajax liet daarna prolongatie van de wereldtitel aan zich voorbij gaan. Sinds de finale op neutraal terrein wordt afgewerkt, is het gedaan met de keiharde confrontaties. Het vriendelijke publiek in Tokio heeft vanaf 1980 een positieve uitwerking op het gedrag van de spelers. Door het winnen van de beker (ten koste van HSV) verwierf Gremio enige faam in eigen land, maar de ploeg met het verticaal gestreepte blauw-zwarte tenue heeft altijd in de schaduw gestaan van erkende Brazilaanse instituten als Fluminense, Flamengo, Santos en Sao Paolo. De laatste club won de wereldbeker in 1992 en 1993. Santos was de eerste Brazilaanse vereniging die de gouden trofee in de wachte sleepte, met de jonge Pelé in 1962 en 1963.

Emerson Leao is een van de weinige bekende namen die in de geschiedenisboekjes van Gremio zijn terug te vinden. De kalende en regelmatig blunderende keeper was de nationale doelman bij de wereldkampioenschappen in 1974 en 1978. Leao bevestigde het vooroordeel dat een voetbaltalent in Brazilië per definitie geen handschoenen aantrekt. De kneusjes worden keeper.

In het huidige elftal zijn centrumspits Jardel en rechtsbuiten Paolo Nunes de meest talentvolle spelers. De kleine Nunes is de mooie jongen van het elftal. Met zijn blonde haren doet hij een beetje denken aan de charismatische linksback Marinho, die in de jaren zeventig de meeste vrouwelijke fans aan zijn voeten wist. Nunes is meer een pingelaar met gevoel voor theater. De donkere Jardel is gevaarlijk in de lucht. Hij is een spectaculaire speler die dit seizoen topscorer is van zijn club. Onlangs kreeg hij de lachers op zijn hand door zijn doelpunt vlak voor de camera op uitbundige wijze te vieren. “Deze goal is voor jou”, schreeuwde hij naar zijn tv-kijkende vriendin.