Hockeysters schieten op mentaal vlak ernstig tekort

ROTTERDAM, 27 NOV. De Nederlandse vrouwenhockeyploeg heeft zich zaterdag ternauwernood geplaatst voor de Olympische Spelen van volgend jaar zomer in Atlanta. In een onderhoudend duel dat bol stond van de spanning won het nationale team op de slotdag van het olympische kwalificatietoernooi in Zuid-Afrika met 3-2 van Duitsland. Door de overwinning troefde Oranje naaste concurrent China af op doelsaldo (0 tegen -1) en eindigde het op de vijfde plaats in de eindrangschikking, net voldoende om te voorkomen dat de ploeg voor het eerst sinds 1980 zou ontbreken op de Spelen.

Bovendien verlengden de hockeysters met de benauwde zege de ambtstermijn van bondscoach Tom van 't Hek. Voorafgaand aan het kwalificatie-toernooi had hij verklaard alleen aan te zullen blijven indien kwalificatie werd afgedwongen. “Daar had ik mij aan gehouden. Ik ben immers geen politicus die zijn woorden net zo makkelijk weer intrekt als hij ze uitspreekt. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het eventuele ontslag de afgelopen week door mijn hoofd heeft gespookt”, aldus de coach. Hij werd geconfronteerd met hetzelfde probleem als toen hij ruim een jaar geleden aantrad: een gebrek aan mentale hardheid. “En daar ben ik enorm van geschrokken.”

Het duel tegen Duitsland was het sluitstuk van een moeizame serie wedstrijden. De ploeg kon de afgelopen anderhalve week zelden imponeren in Athlone, een buitenwijk van Kaapstad. Alleen in de wedstrijden tegen Duitsland en toernooiwinnaar Zuid-Korea (2-2) kwam het elftal in de buurt van het niveau dat vijf maanden geleden in Amstelveen goed was voor de Europese titel. Bevangen door stress en nervositeit worstelde het team zich zonder enig zelfvertrouwen door de overige vijf duels. “Zoals volleybalcoach Peter Murphy ooit zei: je kunt heel veel energie stoppen in vrouwen. Het komt ooit naar buiten, maar je weet nooit wanneer”, zei Van 't Hek.

In de wetenschap dat China enkele uren eerder met 2-1 van Argentinië had gewonnen, drong voorafgaand aan het slotduel het besef door dat alleen een overwinning voldoende zou zijn voor een olympisch startbewijs. Volgens de bondscoach een meer dan cruciale wedstrijd, gelet op de afgelopen vijf jaar waarin Nederland geen enkele titel won en de ploeg internationaal een bijrol vervulde. “Om de aansluiting met de wereldtop te hervinden was kwalificatie daarom een absolute vereiste. Niets minder dan het voortbestaan van het Nederlandse vrouwenhockey stond op het spel. Met name de oudere speelsters beseften dat, natuurlijk mede met het oog op hun eigen interlandcarrière.”

Tegen de mentale druk bleek het team deze keer wel bestand, zelfs toen het al na zes minuten op achterstand kwam door een rake strafcorner van Franziska Hentschel. “Vanaf dat moment was het helemaal nu of nooit. Die vroege tegentreffer werkte gelukkig bevrijdend op sommigen. Al is het natuurlijk spijtig om te moeten constateren dat we opnieuw een externe prikkel nodig hadden om op gang te komen.”

Het speloverwicht resulteerde één minuut voor rust in de gelijkmaker van de stick van aanvoerster Wietske de Ruiter. Vlak na de onderbreking sloeg Dillianne van den Boogaard na een afgeslagen strafcorner in de rebound alsnog raak. Zeventien minuten voor tijd maakte uitblinkster De Ruiter haar tweede doelpunt van de wedstrijd, haar vijfde van het toernooi. Met een harde uithaal rondde de spits Oranjes achtste strafcorner van de wedstrijd doeltreffend af. In zeven duels mocht Nederland in totaal 59 keer aanleggen vanaf de cirkelrand, slechts viermaal scoorde de ploeg.

In de 65ste minuut verkleinde opnieuw Hentschel de achterstand, maar de hockeysters gaven in de resterende speeltijd hun tweede zege van het toernooi niet meer uit handen. “De Duitsers hebben gespeeld voor wat ze waard waren ondanks het feit dat ze zich al gekwalificeerd hadden.”

Na een vreugdevolle avond overheerste gisteren al weer het realisme bij Van 't Hek. “De waarde van de Europese titel is relatief, hoewel vier van de acht ploegen in Atlanta uit Europa komen. Maar de tijd dat Nederland het internationale hockey regeerde door eventjes drie weken in training te gaan, ligt ver achter ons. Australië en Zuid-Korea liggen een slag voor op de rest. Speltechnisch zijn we niet verrast, op het mentale vlak daarentegen wel. Het spelen van internationale wedstrijden is iets anders dan wedstrijdjes in de hoofdklasse.”

Voor de Olympische Spelen zijn geplaatst: Nederland, Groot-Brittannië, Argentinië, Zuid-Korea, Duitsland, wereldkampioen Australië, titelverdediger Spanje en gastland de Verenigde Staten.