Duitse bedrijven investeren liever in buitenland

BONN, 27 NOV. Duitse bedrijven verschuiven hun investeringen steeds meer naar het buitenland. Behalve het gevecht om een plaats op buitenlandse markten zijn de hoge produktiekosten in Duitsland en de harde D-mark daarvoor steeds duidelijker redenen. Volgend jaar zullen de Duitse investeringen in het buitenland een recordhoogte bereiken.

Dit concludeert de Duitse Industrie- en Handelskamer (DIHT) uit de resultaten van een enquête onder 9.000 Westduitse en 1.000 Oostduitse ondernemers. De groei van de investeringen in het buitenland komt overigens praktisch alleen van Westduitse bedrijven. Daar groeit het percentage bedrijven dat volgend jaar (meer) buiten eigen land wil investeren van 33 tot 39, terwijl 44 procent een gelijk niveau wil aanhouden. Maar 17 procent wil niet of minder investeren in het buitenland. Uit de enquête blijkt dat 30 procent van de Westduitse bedrijven volgend jaar minder in eigen land wil investeren.

Volgens het DIHT spelen kostenoverwegingen een steeds grotere rol bij Duitse investeringen in het buitenland. Dat geldt in het bijzonder voor arbeidsintensieve produkties. “Bij veel bedrijven zal uitbreiding van personeel daarom vooral plaatsvinden in het buitenland, en nauwelijks nog in Duitsland”, waarschuwt het DIHT. Een factor die ook zwaar weegt is dat de harde D-mark de Duitse export bemoeilijkt. Ondanks de “vlucht” van Duits investeringskapitaal naar het buitenland nemen de investeringen in eigen land dit jaar toch nog toe. Namelijk met twaalf procent tot omstreeks 76 miljard mark. Dat meldt het gerenommeerde Münchense economische onderzoek-instituut Ifo. Maar het tekent daarbij aan dat die stijging een geflatteerde indruk geeft omdat de binnenlandse investeringen in 1994 met negen procent waren gedaald. Voor volgend jaar verwacht het Ifo een teruggang van nieuwe binnenlandse investeringen tot vier procent.

Begin deze maand had Hans-Olaf Henkel, de voorzitter van het Duits Industrieel Verbond (BDI), al de noodklok geluid door te verklaren dat er wegens de dure mark en de hoge produktiekosten sinds 1990 netto 300.000 banen naar het buitenland zijn verdwenen. In dezelfde periode is uit Duitsland, waar een nieuwe arbeidsplaats gemiddeld 250.000 mark kost, voor 80 miljard mark meer in het buitenland geïnvesteerd dan aan buitenlandse investeringen binnenkwam, zei hij. De Duitse vakbonden verweten Henkel toen nog “manipulatie met cijfers”.

Maar twee weken later kwam de voorzitter van de IG Metall, Klaus Zwickel, met het aanbod om de lonen in de volgende, eventueel meerjarige, CAO alleen voor inflatie te corrigeren op voorwaarde dat de werkgevers tot het jaar 2000 een garantie voor 300.000 nieuwe banen zouden geven. Over dat “Solidariteitsplan voor de werkgelegenheid” wil kanselier Helmut Kohl begin volgende maand overleggen met werkgevers en werknemers.