...de armoede van heden

HET BEGRIP ARMOEDE heeft een beladen klankwaarde. Dit is helemaal het geval in een land als Nederland waar de verzorgingsstaat niet direct wordt geassocieerd met het bestaan van armoede. Het was dan ook opmerkelijk dat de regering dit jaar in de Troonrede een beroep deed op burgers, bedrijven, andere overheden en maatschappelijke organisaties om “gezamenlijk de sociale uitsluiting en stille armoede in onze samenleving eensgezind en met kracht aan te pakken”. Het was de eerste openlijke erkenning dat armoede ook in Nederland voorkwam.

Tot dan toe werd slechts gesproken over sociale minima. In de politieke discussie vormden zij de maatschappelijke ondergrens. Het sociaal gehalte van het voorgestane beleid werd afgemeten aan de bereidheid de sociale minima financieel tegemoet te komen. Wie armoede wil tegengaan, komt er echter niet met 'koopkrachtmaatregelen'. Armoede is niet synoniem voor minimum-inkomen. Bij armoede gaat het om personen of groepen van wie de middelen op het materiële, maar ook het culturele en sociale vlak zo beperkt zijn dat zij uitgesloten zijn van de minimaal aanvaardbare levenspatronen.

OM HIER WAT aan te doen is meer nodig dan de jaarlijkse rituele dans om de koppeling tussen lonen en uitkeringen. De nota 'De andere kant van Nederland' die het kabinet naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is een eerste bewijs van dat andere denken. Want als armoede geen generiek probleem is van dè sociale minima, zijn generieke maatregelen ook niet dè oplossing. Terecht stelt het kabinet arbeidsdeelname bovenaan als het gaat om armoedebestrijding. Hoe 'goed' de uitkering ook is, als er geen uitzicht wordt geboden om uit die eenzijdig afhankelijke relatie te komen, is het gevaar van sociaal isolement levensgroot aanwezig.

In praktische maatregelen betekent dit dat het kabinet met behulp van de bijstandswet de kansen op arbeidsdeelname wil vergroten. Dat hierbij allereerst wordt gekeken naar opvangregelingen voor de kinderen van alleenstaande vrouwen met een bijstandsuitkering past in deze lijn. Daarnaast wil het kabinet langdurig werklozen toestaan met behoud van uitkering onbeloonde activiteiten te verrichten. Dit getuigt van realisme.

Een andere hoofdlijn van het kabinet bij het bestrijden van de armoede is dat mensen moeten kunnen rondkomen van hun inkomen. Nu is 'kunnen rondkomen' een arbitrair iets. Zeker is dat de forse toename van de vaste lasten, vooral veroorzaakt door woonlasten, de beïnvloedingsmogelijkheid van het bestedingspatroon heeft beperkt. Dat het kabinet dan eerst kijkt naar een uitbreiding van de individuele huursubsidie om die vaste lasten te verlagen, ligt dus voor de hand.

MET EEN ARMOEDENOTA is de armoede niet opgelost. Belangrijk is wel dat armoede niet als louter financieel probleem wordt beschouwd. Het voorkomen van de vorming van een onderklasse vraagt om een scala van maatregelen.