De AOW van overmorgen...

EEN EENVOUDIGE GRAFIEK laat zien dat begin volgende eeuw de generatie van de naoorlogse geboortegolf met pensioen gaat. Dat zet druk op de AOW, het collectieve pensioen dat gefinancierd wordt door een omslagstelsel. De AOW is een vorm van financiële solidariteit tussen generaties: iedereen onder 65 jaar met een inkomen betaalt premie, iedereen boven die leeftijdsgrens ontvangt een uitkering.

Het is de vraag of dit systeem valt vol te houden bij het dubbele proces van ontgroening en vergrijzing. De grote politieke partijen breken zich het hoofd over de toekomst van de AOW. Begin volgend jaar staat een discussie in het kabinet op de agenda. En het is een gevoelig onderwerp, daarover kan het CDA na het verkiezingsechec van vorig jaar, dat werd ingeleid door het voorstel om de AOW vier jaar te bevriezen, meepraten. Recentelijk heeft het CDA bepleit de AOW-uitkering te individualiseren en te beperken tot vijftig procent van het sociaal minimum per individu. De PvdA heeft dit weekeinde voorgesteld om nu een reservefonds te vormen, te vullen door een opslag op de AOW-premie en door begin volgende eeuw over de particuliere besparingen voor de oude dag ook AOW-premies te heffen. Dat idee van financiële solidariteit tussen ouderen onderling heeft de PvdA zonder bronvermelding overgenomen van D66. De VVD, ten slotte, heeft voorgesteld om de pensioengerechtigde leeftijd met twee jaar te verhogen.

DE BETAALBAARHEID van de AOW is van een technisch tot een politiek probleem verheven. Bij veel voorstellen dreigen de spaarders gestraft te worden. Wie nu vrijwillig geld apart zet voor een individueel pensioen, en dus consumptieve bestedingen naar de toekomst verschuift, zou later extra premie moeten betalen om het gebrek aan spaarzin van anderen bij te spijkeren. Het enorme spaaroverschot van Nederland geeft aan dat veel mensen bereid zijn financieel voor hun eigen oude dag te zorgen. Als er al zoveel besparingen in Nederland zijn, waarom moet er een reservefonds voor de AOW gevuld worden? Op die manier zouden de werkenden van nu twee keer betalen: de AOW-premies voor de huidige bejaarden en tevens de spaarpot voor later. Het is een open deur, maar de lastendruk in Nederland op arbeid is al hoog en tegenover een extra AOW-premie zou een verlaging van andere tarieven moeten staan.

De beste oplossing voor de AOW van overmorgen is om over te stappen van een omslagstelsel naar een dekkingsstelsel, waarbij iedereen voor zijn eigen AOW 'spaart' net zoals bij particuliere pensioenen. Dat had eigenlijk al veel eerder moeten gebeuren, maar zolang de urgentie niet groot was, bestond daarvoor geen politieke belangstelling. Want de overgang naar een dekkingsstelsel begint met de storting van een enorm kapitaal en de vraag die niemand graag beantwoordt is waar dat vandaan zou moeten komen.

DE INVOERING van de AOW in de jaren vijftig heeft een einde gemaakt aan het sociale probleem van armoede onder bejaarden. Nu de collectieve oudedagsvoorziening door demografische en financiële factoren onder druk komt te staan, moet voorkomen worden dat begin volgende eeuw een nieuwe generatie verpauperde bejaarden ontstaat. Dat is een individuele verantwoordelijkheid, waarbij de overheid voor het collectieve vangnet moet zorgen. Als dat uitgangspunt is vastgesteld, komt de vorm van financiering ook wel terecht.