'Boksen is niet gevaarlijk of zo, hoor'

Ik heb nu dertien wedstrijden gebokst. Maar eentje heb ik er verloren. Dat was onterecht. Toen ze zeiden dat die ander had gewonnen, begon het publiek te schelden op de jury. Beetje maar, hoor. Ze riepen boeh en zo. Ik was zelf toen ook een beetje boos.

Ik vind boksen leuk en zo. Daarom ben ik er mee begonnen. Ik ging een keertje mee met een vriendje en vond het meteen leuk. Dat was tweeënenhalf jaar geleden. Ik wil graag Nederlands kampioen worden. En meedoen aan de Olympische Spelen. En ook prof worden als dat kan. Dat duurt nog even.

Sparren is het leukste. Daar ben ik ook goed in. Een beetje op de hoogste hand stoten van mijn coach Henny Mandemaker en andere spelletjes doen in de zaal. Ik train ook met oudere jongens. Dat kan best wel. Ik moet nog wel veel leren. Mijn verdediging en stoten van de tegenstander goed weghalen.

Boksen is niet gevaarlijk of zo, hoor. Ik ben niet bang iemand anders pijn te doen. Soms krijg ik zelf ook wel eens een klap. Dat doet dan een beetje pijn, maar dat geeft niet. Ik probeer punten te maken, een beetje te knokken en op snelheid te winnen. Ja, ik denk dat ik een puntenbokser ben.

Muhammed Ali was een hele goede bokser, vind ik. Ik was er toen nog niet, maar dat heb ik gehoord en wel eens gezien op de televisie. Orhan Delibas is ook heel goed. En natuurlijk Mike Tyson, maar ik geloof dat die gestopt is. Ik kijk vaak naar boksen op Eurosport. Ik kijk dan naar de technieken en probeer die na te doen. Niet thuis voor de spiegel, maar op de trainingen. We trainen elke dag als we willen. Soms een uurtje en een half, soms ook minder of meer.