Ajax-gevoel leeft alleen buiten Tokio

TOKIO, 27 NOV. Ondanks hun rode trainingspakken winkelen de Ajacieden zaterdagmiddag onopvallend in het populaire discount district Akihabara van Tokio, waar radio's, discmans, pocketphones en videorecorders als warme broodjes over de toonbank gaan. Niemand vraagt om een handtekening, niemand wil met een van de spelers op de foto.

De Ajax-mania is niet doorgedrongen tot de Japanse hoofdstad. De ochtendtraining wordt slechts door journalisten bezocht. Niets wijst erop dat in het voormalige Olympisch Stadion van Tokio, gebouwd voor de Spelen van 1964, morgen dé wedstrijd om de wereldbeker op het programma staat. De Japanners maken zich momenteel meer druk om het sumoworstelen in het kader van de Keizersbeker.

Er is slechts één moment van herkenning. In een van de winkels voor audiovisuele apparatuur waar Patrick Kluivert en Frank de Boer een nummertje karaoke ten beste geven, grist een van de personeelsleden een Japans voetbalblad onder de toonbank vandaan. Driftig begint hij in het tijdschrift te bladeren en ziet zijn vermoeden bevestigd aan de hand van enkele foto's. Opgewonden wijst hij naar Kluivert, De Boer en Overmars. Maar dit is die ene uitzondering.

De spelers van Ajax kunnen voor het overige ongestoord over straat. Zoals ze eveneens bijna onopgemerkt in de tuin van het keizerlijk paleis en in een tempel “een stukje cultuur kunnen opsnuiven”, zoals coach Van Gaal het noemt.

Toch is er wel degelijk grote belangstelling voor het duel om de wereldcup, dat morgen om 11.10 uur Nederlandse tijd begint. Het wordt al sinds 1980 uit promotionele overwegingen door de mondiale voetbalbond FIFA elk jaar aan Tokio toegewezen en door de firma Toyota gesubsidieerd. De 55.000 toegangsbewijzen waren dit jaar al binnen twee uur uitverkocht. De meeste bezoekers komen niet uit de hoofdstad, maar met een georganiseerde reis van buiten Tokio, waar de J-League het voetbal populair heeft gemaakt. Zij hebben voor een goede plaats negenduizend yen betaald (144 gulden). “Maar op de zwarte markt is de prijs al opgelopen tot dertig- of veertigduizend yen (480 of 640 gulden)”, aldus een woordvoerder van de organisatie. “Wij spreken dan ook van platina-kaartjes.” De verwachting is dat twintig procent van de Japanse televisiekijkers, naar schatting 28 miljoen mensen, de wedstrijd live in de huiskamer zullen volgen.

Pagina 17: 'Kolere, wat is biefstuk duur'

Het voetbal in Japan heeft in de tweeëneenhalf jaar dat de J-League bestaat een grote vlucht genomen. De Japanners staan open voor nieuwe fenomenen. Voetbal spreekt hen aan omdat een teamsport past in een cultuur met een grote homogeniteit. Dat blijkt uit de toeschouwersaantallen.

De meeste wedstrijden zijn nagenoeg uitverkocht, hoewel dat ook te maken heeft met de geringe capaciteiten van de stadions (maximaal 25.000 toeschouwers). De duels die live uitgezonden worden op tv hebben een kijkdichtheid van dertien miljoen mensen. Dat is redelijk veel op een bevolking van 123 miljoen mensen. Soms doet het voetbal qua populariteit niet onder voor het honkbal, de sport nummer één. Toch is de grote boom voorbij. De zender NTV (Nippon television), die de duels in de J-League op het scherm brengt, gaat de live-uitzendingen verplaatsen naar de middag. De geldbedragen die omgaan in de J-League zijn gigantisch. Jubilo Iwata, de club van trainer Hans Ooft, Gerald Vanenburg en André Paus, werkt met een budget van tachtig miljoen gulden, het dubbele van Ajax. De elf sponsors van de J-League brengen alle tien miljoen gulden per seizoen in. Aan merchandising wordt tweeëneenkwart miljard gulden verdiend. “Het aanbod creëert de vraag”, zegt Merijn Boender, die de voetbalcontacten verzorgt tussen Nederland en Japan. “De Japanse voetbalbond (JSL) heeft er goed aan gedaan voor een geografische spreiding van de clubs te zorgen.

Zo werd een club uit de omgeving van Tokio gewoon in Hiroshima neergeplant. De JSL heeft met tweehonderdduizend voetballers misschien nog niet veel actieve beoefenaars, maar juist onder de jeugd groeit de belangstelling voor het voetbal massaal.'' Het organiserend marketingbureau Dentsu ziet de wedstrijd om de wereldbeker als een klein opstapje naar het WK van 2002 dat Japan graag wil organiseren. De J-League ontbeert nog een hoog technisch niveau en wat dat betreft is het de bedoeling dat de voetballiefhebbers bij Gremio-Ajax kunnen zien hoe het spel gespeeld moet worden. De populairste buitenlandse club in Japan zal voorlopig echter wel AC Milan blijven dat in 1989 en in 1990 de beker mee naar Italië nam. De Serie A is de bekendste buitenlandse competitie in het land van de rijzende zon. De afgelopen weken besteedden de Japanse media uiteraard ook aandacht aan Ajax en Gremio. Het dagblad Yomiuri, de grootste krant die twee keer per dag uitkomt in een oplage van 10 miljoen exemplaren, zette Louis van Gaal in de schijnwerpers. Er werd kond gedaan van zijn kritiek op de Nederlandse scheidsrechters, waarbij zelfs de gedragscodecommissie werd vermeld die hem op het matje heeft geroepen.

“Geen halfzachte kritiek en helder geformuleerd”, noemde de krant zijn grieven. Daarnaast aandacht voor zijn notitieblok, “dat na de wedstrijd pikzwart is van de aantekeningen”, en de jeugdopleiding van Ajax. Op televisie werd bovendien zijn karatesprong tijdens de Europa-Cupfinale eindeloos herhaald. In Japan weten ze dankzij de media inmiddels dat de Ajax-supporters nogal heetgebakerd kunnen zijn. Naar aanleiding van ongeregeldheden in een KLM-vliegtuig meldt The Daily Yomiuri, dat de Nederlandse voetbalfans gerekend mogen worden tot de meest gewelddadige van Europa. Als Ajax de wereldbeker verovert, ontvangen de spelers een relatief bescheiden premie. Een geldbedrag dat niet in verhouding staat tot de verdiensten in de Champions League (vorig seizoen 4,5 ton per speler). Ajax ontvangt dan ook geen inkomsten voor dit duel, waar de gebruikelijke reclame-uitingen niet zijn toegestaan. De FIFA dekt wel een groot deel van de kosten. Het is de vraag of Ajax daarmee uitkomt. De Amsterdamse delegatie vertoeft in een hotel waar de kamers duizend gulden per nacht kosten en een biefstukje al gauw 250 gulden. Zelfs voor voetbalmiljonairs onwezenlijke bedragen. “Kolere”, reageerde Sonny Silooy geschokt. “Bij Appie Heijn kost zo'n stukje vlees maar vier gulden vijfennegentig.”