Waarom is oud zo 'mensonterend'?

Het is een onderwerp waarover menigeen zich wel eens uitspreekt: wanneer het leven niet meer zou hoeven. Wanneer 'ze er van mij een eind aan mogen maken' - bij verlies van beide benen, een oog, het geheugen, bij pijn, verdriet, langdurige angst. Er is gemakkelijk heel veel te bedenken waarvan we graag zouden willen dat het ons bespaard bleef. Een poosje geleden heeft minister Borst het gezegd: als zij zelf echt helemaal dement zou zijn geworden, dan mochten 'ze' met hun spuit of hun drankje komen.

In Trouw reageerde onder anderen verpleeghuisarts Bert Keizer buitengewoon kwaad op deze uitspraak van de minister. Hoe stelde zij zich dat voor? Demente bejaarden kunnen zich de beslissingen die ze hebben genomen toen ze nog heel andere mensen waren niet meer herinneren, en hun wensen zijn ook niet meer dezelfde. Dat maakt van de dokter een moordenaar met een papier in zijn hand. “Hier staat het toch, meneer Jansen? U wilt dood.” Maar meneer Jansen voelt zich niet aangesproken, die zit aandachtig te punniken.

Toch is het gevoel van de minister dat ze niet zo vergaand dement wil worden wel voorstelbaar, en wie laatst de reportage van Alfred van Cleef in het Zaterdag Bijvoegsel las over Alzheimerpatienten en hun verzorgers, wordt er vast niet geruster op. Sommige eindes zijn verschrikkelijk. Maar dement zijn, daar wijzen artsen en verpleegkundigen vaak op, hoeft voor de patient zelf helemaal niet verschrikkelijk te zijn. “Wie zijn wij om te beoordelen wat er in die hoofden omgaat?” vroeg een verzorgster. Dat lijkt misschien een makkelijke manier om zich ervan af te maken, gewoon maar vaag en hoopvol zeggen dat daarbinnen vast nog wel ergens een kaarsje brandt, maar ze had wel gelijk. Wat het leven de moeite waard maakt, dat kan de een niet gemakkelijk voor de ander beoordelen, en over het algemeen is het ook niet iets groots of iets dat zich laat samenvatten. Ieder leven bestaat elke dag weer uit een onthutsende hoeveelheid kleinigheden en details, ook een liggend leven, een zittend leven, een starend leven. “Hoewel een grafzerk ruimschoots groot genoeg is om, ingebonden in mos, de verkorte versie van een mensenleven te bevatten, zijn details altijd welkom”, schreef Vladimir Nabokov, die als geen ander hardheid met gevoeligheid wist te verbinden. Details zijn het leven zelf.

Is het flauw om, als iemand ziek wordt of invalide of dement, ineens te vinden dat een lichtval op een muur, een goedgelukte dichtregel, een zonder morsen gegeten bord soep, niet te verwaarlozen gebeurtenissen zijn? In plaats van dansen tot vroeg in de ochtend, een miljoenencontract sluiten, of van een besneeuwde helling afzoeven? Het zijn gebeurtenissen van een andere orde, gebeurtenissen in een kleinere wereld. In de al eerder genoemde reportage kwam een 23-jarige verzorgster aan het woord, die 'snoezelde' met een demente bejaarde en haar een spekkie gaf, waarop de bejaarde iets murmelde waarin het woord 'eten' te onderscheiden viel. De verzorgster zei: “Dit is de eerste keer dat ik haar iets concreets heb horen zeggen. Alleen daarom al is deze ochtend voor mij geslaagd.” Misschien ging deze verzorgster 's avonds wel eten met de man op wie ze verliefd was, misschien heeft ze als hobby diepzeeduiken, misschien zijn er allerlei grote dingen over haar leven te beweren - maar deze ochtend was voor een gezond 23-jarig meisje geslaagd omdat ze een oude vrouw een doodgewoon woord had horen zeggen. En wie wil dan zeggen dat het voor de bejaarde vrouw de zoveelste verspilde ochtend in een zinloos geworden leven was? Dat het mensonterend was, dat zitten en zingen en mompelen?

Het is misschien goed dat de minister haar angst voor oud en dement worden heeft uitgesproken, dat is tenslotte een angst die bijna iedereen kent. Maar de bijbehorende woorden zijn al gauw zo groot, het is al gauw 'mensonterend' en 'ontluisterend' en 'zinloos'. Men staat al gauw als een verwend kind te eisen dat ons en onze naasten alle leed bespaard moet blijven. En dat zou natuurlijk fijn zijn, maar het is niet af te dwingen. Er zit weinig anders op dan het leven maar gewoon zo aandachtig mogelijk te leven. Hopen op een spekkie en op iemand die zich erin verheugt dat wij nog weten dat dat 'eten' is.