Van Mierlo boos over defensief gedrag D66

LELYSTAD, 25 NOV. D66-leider Van Mierlo is kwaad over de paniek die volgens hem de afgelopen weken in zijn partij is ontstaan. “Als we in het kritische licht van de publiciteit komen te staan, stuwt de paniek omhoog en rijzen de Existenzfragen”, aldus Van Mierlo gisteravond in Lelystad tijdens een rede op het halfjaarlijkse congres van D66. Volgens de partijleider heeft D66 zich te veel in een verdedigende rol laten drukken.

Drie weken geleden kon D66-minister Sorgdrager (justitie) ternauwernood weerhouden worden van aftreden nadat de Kamer de gouden handdruk afkeurde die zij had gegeven aan de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. De kritiek binnen en buiten de partij richtte zich toen ook op D66-fractievoorzitter Wolffensperger omdat hij een afkeurende motie van PvdA en VVD hierover had laten mee-ondertekenen.

Van Mierlo noemde gisteren als “het grootste nadeel” van de gouden handdruk-affaire dat nu “mensen die hem niet krijgen denken dat ze wel goed functioneren”. Volgens de D66-leider was die handdruk “voor een deel” niet te vermijden. Sorgdrager noemde hij “een eersteklas minister van justitie maar die maakt ook fouten, zoals ook Gerrit Jan Wolffensperger fouten heeft gemaakt”. Maar de hoofdkritiek geldt volgens Van Mierlo de gehele coalitie “die buitengewoon slordig is omgesprongen met haar minister van justitie”.

Over de discussie die de afgelopen tijd is ontstaan over het leiderschap van D66 en over de eventuele opvolging van Van Mierlo zei hij dat “het leiderschap geen probleem is en de opvolging niet aan de orde”. Het lijsttrekkersschap is voor hem geen gespreksonderwerp “zolang er niet een andere autoriteit dan een van ons beide dat nadrukkelijk aan de orde stelt”.

In een reactie op de commissie die onder leiding van Wolffensperger werkt aan een notitie over de koers van de partij, zei Van Mierlo dat hij tegen zo'n notitie geen bezwaar heeft als het gaat om het benoemen van problemen die opgelost moeten worden. Hij keurde echter “het optekenen van onze identiteit” af. Van Mierlo: “We moeten eens ophouden met die identiteitsangst die we ons laten aanpraten door anderen.”