Van Gaal wil alles vernemen over lichamelijke ongemakken

Twee uurtjes slaap na een vliegreis van vijftien uur. Meer gunde Louis van Gaal Ajax niet na aankomst in Japan, waar dinsdag de wedstrijd tegen het Argentijnse Gremio om de wereldbeker wacht. Van Gaal verkoos zo snel mogelijk het dag- en nachtritme van Japan aan te nemen en wenst voortdurend van zijn spelers te horen hoe zij zich voelen. Hoe zwaar kan de huidige topvoetballer worden belast?

TOKIO, 25 NOV. Louis van Gaal vreesde de afgelopen weken nog eerder de vermoeienissen van de reis van Ajax naar Japan en de bijkomende jetlag dan de tegenstander van het duel om de wereldbeker. “We staan tegen Gremio al voor het begin van de wedstrijd met 1-0 achter, omdat deze ploeg reeds maandag in Tokio is gearriveerd”, luidde zijn opvatting. “Ik heb me laten vertellen dat je voor elk uur tijdsverschil een dag moet rekenen voor de acclimatisatie. Dan hadden wij acht dagen tevoren naar Japan moeten vliegen en dat was door het programma in de Champions League niet mogelijk.” Ook Arrigo Sacchi, de Italiaanse bondscoach, die deze week met veel belangstelling een training en de wedstrijd van Ajax in Madrid volgde, maakte zich zorgen over de late aankomst van de Amsterdammers voor het eenmalige treffen van dinsdag. Sacchi, die kan terugzien op twee wereldbekerwedstrijden met AC Milan, vertelde dat zijn spelers destijds last kregen van spierblessures.

De spelers van Ajax maakten tijdens de elf uur durende vlucht van donderdagnacht niet de indruk de overtocht naar Japan als een dringend probleem te beschouwen. Louis van Gaal had de boven-etage van de Jumbo van de KLM geheel laten afhuren. Daar ging een uur na het vertraagde vertrek vanaf Schiphol om 16.15 uur het licht uit. Finidi en Kanu, de twee Nigerianen, waren toen al weggezonken in een diepe rust. Sommige spelers hadden van clubarts Piet Bon een pilletje gekregen om te slapen. Maar Danny Blind vertoefde als enige zo fit als een hoentje op het maindeck. En was voor iedereen aanspreekbaar.

De aanvoerder moest lachen om al die drukte over een jetlag en verplicht slapen. “Misschien voel ik me de komende dagen ook als een gebakken pepernoot”, lichtte hij zijn slapeloosheid toe. “Maar ik kies ervoor om hetzelfde ritme aan te nemen als tijdens elk trainingskamp. Dus tussen drie en vijf uur 's middags slapen. Ik ben met Sparta ook verschillende keren deze kant opgevlogen. Ondermeer naar Hongkong, China en Japan. Ik heb nog nooit last van een terugslag gehad. De reis en het tijdsverschil mogen eigenlijk geen problemen opleveren. Toptennissers trekken de hele wereld rond. Heb jij er weleens één horen zeuren over een jetlag?”

Blind verkeert kennelijk in de kracht van zijn leven. In de nacht na de superieure wedstrijd tegen Real Madrid had hij tot kwart over vijf op de video naar andere Champions League-duels zitten kijken. “Om half zeven werd één van onze kinderen al weer wakker. Ik zei tegen m'n vrouw: 'Blijf jij maar liggen, ik kan straks zes dagen uitrusten.”

Daar kwam na aankomst in Tokio nog weinig van terecht. Van Gaal gunde zijn spelers na een reis van in totaal ruim vijftien uur twee uurtjes slaap. “Als je zag hoe ze daarna de gang opkwamen, dat was ongelooflijk”, aldus assistent Gerard van der Lem. “Ik was zelf ook nog van de wereld en riep allemaal rare dingen.”

Rond zes uur volgde een training op de tartanbaan bij het National Stadium. Wat rek- en strekoefeningen, korte sprintjes en daarna een rondo (het rondspelen van de bal met twee spelers in het midden die het speeltuig moeten veroveren). Louis van Gaal ontzag zichzelf niet en trainde even hard mee. Danny Blind zag er geteisterd uit.

Terug in het hotel Imperial, een van de duurste hotels van Tokio, waar een biefstukje 250 gulden kost, volgde een internationale persconferentie voor zeker honderd journalisten, voornamelijk afkomstig uit Japan. Van Gaal tot zijn gehoor: “I'm pleased to be in the land of the rising sun. But I have no news.” Blind, Frank de Boer (“Ik speel voor tachtig procent niet”) en broer Ronald de Boer waren door de technisch directeur ook uitgenodigd om achter de tafel plaats te nemen “omdat zij de leiders zijn van het elftal.”

Van Gaal had voor het vertrek naar Schiphol nog geen seconde video bekeken van tegenstander Gremio. Hij heeft vier cassettes van de Braziliaanse ploeg meegenomen en een dikke map met gegevens van hoofdscout Ton Pronk. Ook die had hij nog niet ingezien. Wel liet hij zich de afgelopen weken uitgebreid informeren over de mogelijke fysieke problemen die Ajax de komende dagen te wachten staan.

Samen met clubarts Piet Bon consulteerde hij inspanningsfysioloog Jos Geijsel. En een arts van de KLM op Schiphol die hem schema's overhandigde voor een juiste dagindeling. Hij koos ervoor zo snel mogelijk het dag- en nachtritme van Japan aan te nemen. Daarmee week hij af van de aanpak van de volleyballers, die momenteel tijdens het olympisch kwalificatietoernooi, eveneens in Japan, pilletjes (Melatonine) nemen om het juiste bioritme terug te krijgen. De noodzakelijke energie wordt hen geleverd door het onschuldige pepmiddeltje creatine. De wielrenners deden het vijf jaar geleden bij het wereldkampioenschap wielrennen weer anders. Zij arriveerden heel kort voor het mondiale evenement om snel erna weer te vertrekken. Een aanpak die overigens weinig succes had.

Van Gaal: “Vanaf maandag kunnen we pas daadwerkelijk aan de voorbereiding van de wedstrijd beginnen. Veel zal de komende dagen afhangen van de communicatie met de spelers. Iedereen moet aangeven hoe hij zich voelt. Vroeger wilde een voetballer een lichamelijk ongemak nog weleens verzwijgen, maar tegenwoordig is het verantwoordelijkheidsbesef van de prof groter. Daarom zal ik afgaan op mijn gevoel en intuïtie.”

Hoe ging het vroeger, 23 jaar geleden toen Ajax een reis van 24 uur aanvaardde om in Buenos Aires het eerste van de twee duels tegen Independiente te spelen? De eerste mogelijkheid om de wereldbeker te spelen had het gouden team, dat steeds meer concurrentie krijgt van de huidige formatie, aan zich voorbij laten gaan. Wedstrijden van Europese ploegen in Zuid-Amerika ontaardden nog weleens in veldslagen. Ook het politieke klimaat onder het generaalsbewind stond Ajax niet aan. “Maar in 1972 zwichtte het bestuur onder druk van de spelers die ook de wereldbeker aan hun erelijst wilden toevoegen”, diept Bobby Haarms, de eeuwige assistent-trainer van Ajax, op uit de oude doos.

De medische staf had toen om de jetlag te voorkomen geen halve maatregelen getroffen. Dr. John Rolink deelde na vertrek oordopjes, ooglappen en slaappillen uit. Dat laatste middel was echter niet bedoeld voor de vliegreis maar voor de hotelkamer. Gerrie Mühren en Barry Hulshoff hadden dat niet helemaal begrepen en slikten hun pilletje al in de bus naar binnen. Zo kon het gebeuren dat ze slaapdronken, ondersteund door hun ploeggenoten, het hotel in Buenos Aires binnenwaggelden. In het vliegtuig klapte de verzorger ome Henk de Haan in het gangpad een massagetafel uit. Haarms: “We sliepen op elkaars stoelen. Als de één een tukje deed, ging de ander een wandelingetje maken.”

Befaamd zijn ook nog steeds de verhalen van de tussenlandingen. Op Sal, een van de Kaapverdische eilanden, joeg trainer Stefan Kovacs de spelers de landingsbaan op voor een looptraining in de zinderende hitte. Haarms: “Omdat het toestel twee keer moest bijtanken zijn we ook nog op Recife in Brazilië geland. Daar heerste een verschrikkelijke armoede. Een vader bood ons zijn twaalfjarige dochter te koop aan.”

Ook in Buenos Aires maakten de Ajacieden onthutsende taferelen mee. Haarms: “Toen we het stadion van Independiente betraden waren er meer mensen op het veld dan op de tribune. Tussen de menigte stond heel potsierlijk de wereldbeker op een blauw-wit-plateau. We hadden de grootste moeite om in de menigte de spelers na de warming-up weer terug te roepen. Het bestuur had geen plaats en stond ineens naast ons in de kleedkamer. Nadat Henk de Haan tijdens de wedstrijd een keer met de waterzak het veld op was gelopen, zagen we dat hij allemaal sneetjes in z'n nek had waar bloed uitkwam. Bleek dat de mensen op de tribunes geslepen muntjes naar ons op het veld wierpen.” Het was de wedstrijd waarin Johan Cruijff na een half uur werd “geliquideerd” zoals Haarms het noemt. “Hij had heel slim bij het eerste doelpunt na een dieptepass van Pietje Keizer zijn tegenstander aan zijn broekje getrokken.”

Haarms, onderdeel van het meubilair in De Meer, is bij Ajax tegenwoordig ook de zogenoemde hersteltrainer. Spelers die na een blessure weer conditie moeten opdoen, komen bij hem aan de beurt voor een speciale behandeling. Volgens hem is de lichamelijke conditie van de topvoetballer tegenwoordig sterk verbeterd. “Dat heeft ook met de leefwijze te maken. De spelers gaan beter met hun lijf om. Vroeger gingen ze na een wedstrijd nog weleens een uurtje de stad in. Maar keurige jongens zijn de besten in het veld.”

Het is de vraag hoe zwaar de huidige topvoetballer kan worden belast. In Madrid vielen Frank de Boer en Arnold Scholten af met blessures die zich openbaarden tijdens de training. “Als de spieren vermoeid raken neemt de kans op blessures toe”, redeneert Van Gaal simpel. Fysiotherapeut en ex-voetballer Pim van Dord vindt dat de spelers wel een stootje kunnen hebben. “Deze groep is erg fit. Ik heb begrepen dat dokter Kessel van het Nederlands elftal zich zorgen maakt over ons drukbezette programma. Daar is geen reden voor. Een voetballer kan moeiteloos twee zware wedstrijden per week afwerken. Aan de ene kant maken ze zich over ons zorgen bij de KNVB, aan de andere kant plannen ze juist extra oefeninterlands. Dan ben je lekker bezig.”

Het relatief geringe aantal blessures bij Ajax is volgens Van Gaal en Van Dord deels te danken aan de voorbereiding. Van Dord legt uit: “Als voetballer liep ik me altijd de pestpokken in de eerste weken. Tot Tomislav Ivic bij Ajax kwam als trainer. Onder hem heb ik nooit een duurloop gedaan. Alleen kort werk met de bal. Hoogstens een uur en een kwartier. Je was in september in conditie en je bleef het hele jaar fit. Dat gold ook voor spelers als Hulshoff, Suurbier en Krol, die in de herfst van hun carrière waren.”

Met Beenhakker voerde Van Dord urenlange discussies over de juiste trainingsaanpak. “Je hebt snelle en langzame spiervezels. Een voetballer moet de snelle vezels trainen en dan heb je niets aan duurtraining. Ja, maar je behoort basisconditie op te bouwen, riep Beenhakker dan. Toen we na een voorbereiding in Doorwerth, waar de spelers zelfs tegen een heuvel moesten oplopen, een keer heel veel blessures in de ploeg hadden, zijn we gestopt met duurwerk. Sindsdien is het aantal blessures sterk afgenomen. Toch zijn er nog steeds elftallen die drie weken lang enorme afstanden lopen en kort voor de competitie even snel gaan sprinten.” Van Gaal daarover: “Er zijn nu videobanden van onze trainingsaanpak. Misschien dat we in dit opzicht eindelijk navolging krijgen.”