Pocahontas

De indianen zijn bijna uitgestorven, maar hun mythische equivalent - de nobele wilde - is nog alive and kicking. Diens geestelijke vader, Jean-Jacques Rousseau, heet tegenwoordig 'Walt Disney Productions' en hij woont in Hollywood. Daar heeft hij nu een tekenfilm gemaakt over het leven van de zeventiende-eeuwse indiaanse prinses Pocahontas: een met New Age-klanken omlijnd eerbetoon aan de inheemse cultuur van Noord-Amerika.

De film is nu reeds bekritiseerd als 'politiek correct', maar dat gaat wel erg snel. Onopgemerkt blijft zo de verborgen symboliek in de film. De stem van het opperhoofd Powhatan is namelijk ingesproken door Russell Means, en dat is een bekende naam voor wie zich de jaren zeventig nog wil herinneren. Means was de leider van de gewapende indiaanse activisten die in 1973 het dorp Wounded Knee bezet hielden en in kruitdampen hun onvrede over de ondergang van hun cultuur afreageerden. Hij kreeg een vrijgeleide om met president Nixon te praten, maar werd - in lijn met de historie - in de boeien geslagen zodra hij een voet buiten het dorp zette.

Nu, twintig jaar later, is Means pas echt de stem van de indianen. Dat is niet 'politiek correct' maar een mooie loopbaan, en een nieuwe stap in de intellectuele verwerking van subcultureel verzet. Bovendien opent het allerlei nieuwe perspectieven: had de VPRO bijvoorbeeld, in plaats van die documentaire over de jaren zeventig, gevolgd door een debat tussen Gijs Schreuders en Frits Bolkestein, niet beter een tekenfilm kunnen uitzenden? Met stemmen van de nobele wilden Andrée van Es als Cinderella, Walter Etty als prins, en André van der Louw als Grumpy?

Eén probleem voor Frits en Gijs: wie had het opperhoofd moeten inspreken?