Noten die het daglicht maar slecht verdragen

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons, m.m.v. Vadim Repin, viool. Schönberg: Fünf Orchesterstücke, op. 16. Prokofjew: Eerste Vioolconcert. Strauss: Suite uit 'Der Rosenkavalier'. Ravel: La Valse. Gehoord: 23-11 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling 24-11 aldaar.

Een overbelichte balzaal is fnuikend voor de wals, zo bleek uit Mariss Jansons' analytische benadering van de Suite uit 'Der Rosenkavalier' van Richard Strauss en Ravels La Valse. Jansons bracht beide werken, waarin de Weense wals uitdraait op een decadente obsessie, niet in het gedempte kaarslicht van flonkerende kroonluchters maar onder felle schijnwerpers. Zo werden ook die noten uit beide partituren die het daglicht slecht verdragen in hun onthullende kaalheid aan het publiek vertoond, met als resultaat dat de Weense wals haar broeierige betovering verloor. 'Tussen wervelende nevels door zijn in heldere momenten walsende paren te zien', schreef Ravel in zijn partituur van La Valse. Maar bij Janssons ontbraken de 'wervelende nevels'. In zowel Strauss als Ravel profileerde hij zich als een stroeve partner op de dansvloer, waardoor de flarden walsmuziek niet meer konden vieren en de musici soms ernstig in ademnood raakten.

Wel overtuigend was Janssons in zijn genuanceerde vertolking van Schönbergs korte maar gecompliceerde Fünf Orchesterstücke, een overgangswerk uit 1909 waarin Schönberg nog zonder een uitgewerkt systeem de grenzen van de tonaliteit probeerde te doorbreken. Janssons, die ongetwijfeld tot de beste dirigenten van de jongere generatie moet worden gerekend, vertaalde deze vijf sfeerstukken met een kaleidoscopische precisie en bracht er fascinerende contrasten in aan.

Ook het Eerste Vioolconcert van Prokofjew werd onder Janssons bekwame leiding in spirituele lijnen uiteengezet, waarbij de nog jonge Russische violist Vadim Repin als een diamanten as in een degelijk geolied radarwerk fungeerde. Repin heeft een uiterst verfijnde toonvorming en een vloeiende streek zonder hindernissen. Als instrumentalist moet hij wereldwijd als een topfiguur uit de moderne hogeschool van het vioolspel worden beschouwd, maar als musicus heeft de getalenteerde Repin iets onbestemds. Ondanks zijn violistische raffinement weet Repin maar zelden emotioneel te raken, zodat zijn delicate vioolspel vooralsnog teveel blijft steken in schoonschrijverij.