'Nederlandse cultuurpausjes kijken geen tv'

Cees van Ede (Utrecht, 1947) heeft sinds 1976 voor de NOS gewerkt. Hij maakte o.m. Cinevisie, Cinemagazine en Cinema 3. De laatste jaren regisseerde hij een aantal documentaires over Nederlandse theatermakers. Tegenwoordig is hij, voor de NPS, eindredacteur van Het uur van de wolf:

“Het uur van de wolf is een programmeringsidee. Ik was minder gelukkig met het feit dat mijn theaterdocumentaires lukraak werden geprogrammeerd, als er ergens een gat viel. Ik heb toen, naar analogie van wat bijvoorbeeld in Engeland de gewoonte is, een voorstel ontwikkeld dat voorziet in één vaste plek, laat op de woensdagavond, voor kunstprogrammering in de breedste zin van het woord. Alle disciplines moeten aan bod kunnen komen. We zijn evenmin gebonden aan een bepaalde vorm. Hoewel we veel documentaires vertonen, is het niet specifiek een documentaire-plek. Er is bijvoorbeeld ook ruimte voor theateradaptaties, muziekuitvoeringen en televisie-experimenten. En als het even kan speelt de programmering indirect in op de actuele culturele agenda van Nederland. We vertonen zowel eigen als aangekochte produkties, ongeveer in de verhouding 1:2. Aankoop is altijd voordeliger. Alles zelf maken zou te duur worden. Daarbij komt dat er in het buitenland voldoende schitterende kunstprogramma's worden gemaakt.

Toen The Late Show verdween - het in brede kring gewaardeerde cultuurprogramma van de BBC - schreef Henk van Gelder in NRC Handelsblad dat we nu wel konden vergeten dat er in Nederland nog ooit zoiets zou ontstaan. Dat defaitisme vond ik erg stimulerend. De wolf in Het uur van de wolf is dan ook een knipoog naar het wolfje van The Late Show.

In het verleden bij de NOS betekende 'cultuur' in hoofdzaak muziek, dans en drama. Ik heb dat altijd nogal beperkt gevonden. Er is waarachtig wel meer aan de hand in die sector. Beeldende kunst, architectuur en fotografie kwamen mondjesmaat aan bod. En literatuur af en toe. De splitsing van de NOS is wat dit aangaat niet zonder gevolgen gebleven. De NPS biedt verhoudingsgewijs veel meer ruimte aan kunst en cultuur dan de NOS ooit gedaan heeft. Het idee voor Het uur van de wolf heb ik twee jaar geleden al bij de NOS op tafel gelegd. Toen voelde men er niets voor. Nu is er een andere programmaleider: Tom Kamlag een heldere, pragmatische denker die het programmaschema inzichtelijk probeert te maken.

Het uur van de wolf is geen apart eiland binnen de NPS. Het is nadrukkelijk opgezet als een samenwerking tussen de diverse afdelingen: drama, muziek & dans, documentaire, informatieve programma's en de aankoopafdeling. Die samenwerking is een noviteit. Al die afdelingen zijn via hun chefs vertegenwoordigd in de redactie.

Er wordt mij niet opgelegd welke kijkcijfers ik moet halen, maar persoonlijk zou ik het wel aangenaam vinden als er tweehonderdduizend mensen naar het programma zouden kijken. Die behoren er te zijn in een landje als Nederland. Nu schommelen we meestal rond de honderdduizend. Dat is geen reden om jezelf voor je kop te slaan. Het zegt vooral iets over de culturele interesse van het Nederlandse volk. Die is veel geringer dan je in een beschaafd land zou verwachten. Ondertussen zeggen veel meer dan honderdduizend mensen geïnteresseerd te zijn in kunst en cultuur. En men klaagt voortdurend dat de Nederlandse televisie geen moer voorstelt.

Ik vraag me ernstig af of er wel een culturele elite bestaat in Nederland. Anders zouden er toch wel meer mensen naar Het uur van de wolf kijken? Regelmatig wordt er, met name in NRC Handelsblad, een discussie aangezwengeld over het vermeende feit dat de NPS nauwelijks iets fatsoenlijks aan cultuur doet. Wie dat schrijft heeft kennelijk nog nooit naar de NPS gekeken. Dat vind ik pijnlijk. Zo'n Martijn Sanders, bijvoorbeeld, zegt maar wat. Dat heeft allemaal nog steeds te maken - deep down - met een dédain voor televisie. Daarvan ben ik heilig overtuigd. De zogenaamde cultuurpausjes van Nederland kijken geen tv. Dat kun je lezen uit de voorbeelden die ze geven en uit de theorieën die ze verkondigen. Dat vind ik heel gênant. En voor tv-makers is het nogal frustrerend om te worden tegengewerkt door de mensen die hen juist zouden moeten steunen. Ik geloof ook niet in de theorie van Sanders en de zijnen, dat er ruimte zou zijn voor commerciële cultuurtelevisie. Bovendien zijn kunst en commercie strijdige begrippen.

Tien jaar geleden werkte ik bij een ander medium dan nu. De televisie, de omroep als geheel is van karakter veranderd. Ik kom nog uit een generatie van televisiemakers die vinden dat je je best moet doen als je voor de televisie werkt. Tegenwoordig vraagt een redacteur van de Vijf-uur-show door de telefoon aan Kitty Courbois of ze zelf even wil vertellen wat ze zoal gedaan heeft. Gemakzucht en een beledigend gebrek aan belangstelling kenmerken de huidige televisie. En de neiging bestaat om de woorden 'kunst' en 'cultuur' letterlijk een beetje weg te moffelen in de presentatie van een kunstprogramma. Die woorden alleen al zouden de kijker kopschuw maken. Gelukkig mogen we ze bij de NPS nog wel gebruiken. Maar we moeten dus tegen de stroom in blijven knokken. Ik heb er vrede mee dat we laat op de avond zitten. Je moet daar realistisch in zijn. Midden op de avond zou een groot deel van het publiek afhaken. Het is logisch om programma's voor relatief kleine doelgroepen naar achteren te schuiven. Het aardige van mijn slot is dat het 'uur' tussen aanhalingstekens staat. Het duurt minimaal drie kwartier en maximaal vijf kwartier. En soms, als de Kamer met reces is, kunnen we uitlopen naar negentig minuten. Omdat we dan eerder kunnen beginnen.

De leader van mijn programma is een tikkeltje provocerend bedoeld. De ontwerpster ervan, Inez van Lamsweerde, heeft carte blanche gekregen. Ik ben er erg gelukkig mee. De leader begint een beetje als een 06-nummer, maar dan komt er een twist. Het is een wat stevige manier om aandacht te vragen voor dingen waarvan ik vind dat ze die aandacht verdienen. Het zijn lekkere programma's. Inez heeft er een zin uit Hitchcocks Notorious onder gezet: This is plain ordinary wishful dreaming.''