Column

Mr./Drs.

Druilerige droefheid wandelt door mijn hoofd en ik weet niet waarom. Ik stuiter zachtjes door de krant en kauw op allerlei berichten. Is Arie van der Valk jaloers op Nick Leeson omdat hij, financieel gezien, in zijn eentje veel meer heeft gepresteerd dan zijn hele familie?

Is Nick Leeson op zijn beurt weer jaloers op Arie, omdat de Nederlandse gevangenis luxer is dan een gemiddeld Van der Valk motel en hij zijn dagen op de harde betonvloer van een Singaporese cel moet slijten? Moeten Gerrit en Toos vanaf nu afwassen? Heeft Charles de geraffineerde Di al gecomplimenteerd met haar heerlijke interview en is hij wederom onomkeerbaar verliefd op haar geworden?

Ik zit in Forum, een lekker café op de hoek van de Groningse Oude Boteringestraat en het Broerplein en kijk uit op de hoofdingang van de universiteit. Mooie taferelen schieten voorbij. Glunderende afgestudeerden met hun familie komen langs mijn raam en ik voel opwellende tranen. Waarom?

Het is zo aandoenlijk. De wat oudere student met zijn tuttige vriendinnetje loopt met een boeket bloemen voorop. Daar achter scharrelt wat familie, waaronder ouders die je nooit had willen zien. Keurige woonerftypes uit Dronten, Veenendaal of Hengelo, vader is districtsmanager in de voedingmiddelenbranche en moeder werkt parttime bij de plaatselijke thuishulp. Prima luidjes, goed voor oma, de tennisclub en de fiscus, maar ze moeten uit de buurt van hun studerende kinderen blijven. Ook op het moment dat ze hun diploma halen.

Ouders hebben in een studentenstad niets te zoeken. En zeker niet als er in de stoet ook nog wat tantes, broers, zusjes en - last but not least - aanstaande schoonouders stiefelen. Het maakt de studentenjaren zo zinloos als je die brave burgers erbij ziet. Studenten moeten dansen, bekvechten, drinken, lallen, nachtbraken, zingen en rondhangen in het centrum van hun stad. Ze moeten onophoudelijk zoeken en de leugens van de liefde en de waarheid van de dood ontdekken, maar dat moeten ze met elkaar doen en nooit wil ik weten wie hun ouders zijn.

Studenten moeten met hun geldnood en hun vuile was zo af en toe een weekeind naar het ouderlijk huis om vitaminen te tanken en daar mogen de ouders vragen wat ze willen, maar het mag alleen daar! Niet in de stad van de student. Dat moet een afgebakend territorium van de dolende jeugd blijven, de plek waar niemand over je schouder meekijkt en waar je meedogenloos kan uitglijden.

Je vrienden en vriendinnen mogen misschien de blauwe plek op je ziel zien, maar eigenlijk gaat dat al te ver. Je ouders hebben daar niets mee te maken. Tegen hen kan je door de telefoon liegen dat het elke avond lachen is, je heel goed eet, de liefde meezit en de studie als een zonnetje gaat, maar ze mogen het niet komen controleren. Nooit.

Ook niet als het papiertje wordt uitgereikt. En dat maakte mij gisterochtend zo droef. Vooral toen ik door de krant druppelde en de toekomst van de verse mr. of drs. zag. Mijn oog viel op de rechtszaak tussen de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond en trainer Wopke de Vegt. Het gaat er om in welk tricootje Wopke langs de baan gaat staan. Het pakje van de sponsor of een eigen shirtje. Het is een juridisch steekspel tussen de Bond, Aegon, Deloitte & Touche en Wopke.

En opeens denk ik aan al die afgestudeerde types bij Aegon en Deloitte, die serieus over een jack van een trainer moeten praten en ik schiet weer vol. Mr. Eric Vilé heeft in zijn stoutste studentendromen toch nooit gedacht aan het feit dat hij nog eens zo diep zou zinken en over dit soort onzin voor een rechter (ook afgestudeerd!) zou moeten babbelen met een andere advocaat. En al die onzin begint als je met je ouders van de diploma-uitreiking komt. Dan begint het échte leven. Ik keek de clubjes met hun ouders lang na en mompelde: “Het is hartstikke leuk wonen, in Alphen aan den Rijn.”