Maastrichtse junks waaieren uit over stad

Vorig jaar ontruimde Maastricht het junkenpark. Sindsdien wordt een 'gestreng maar humaan' beleid gevoerd. De klachten zijn gebleven.

MAASTRICHT, 25 NOV. Het gras is weer groen in het voormalige junkenpark in het Maastrichtse stadsdeel Wyck. Waar zich tot juli 1994 dagelijks vele honderden verslaafden en dealers uit binnen- en buitenland ophielden en besmettelijke ziektes heersten, staat nu het materieel van een aannemer. Op die plek aan de Maas komt het café-restaurant van de zogenoemde 'platte zaal' voor feesten en muziekuitvoeringen.

Ruim een jaar nadat het parkje werd ontruimd, lijkt de rust in de stad te zijn teruggekeerd. Maar op de bruggen, in de winkelstraten of langs de uitvalswegen naar België ziet men ze toch nog onrustig en glazig kijkend rondlopen. Inwoners van veel Maastrichtse wijken klagen over overlast, want sinds het parkje dicht is, is er sprake van uitwaaiering over de hele stad. De burgemeester van het Belgische Voeren, zuidelijk van Maastricht, meldde dat hij na de uitzettingen van niet-Maastrichtse verslaafden meer drugsproblemen kreeg.

Sinds juli vorig jaar is tien procent (39 mensen) van het politiekorps district Maastricht in de Projectgroep verdovende middelen bezig met opsporing en aanhouding. Door de stad rijdt een geblindeerd busje waarin verdachte personen aan een diepgaand onderzoek, volgens de politie 'tot in de bilnaad', worden onderworpen. De burgemeester heeft door een artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid om verslaafden die niet ingeschreven zijn als inwoner, tot maximaal vier weken het verblijf in de binnenstad te verbieden. Zo verging het ook de manager, zoals hij genoemd wordt, die de bestellingen opnam op een bankje in een van de winkelstraten en die maar niet te pakken was omdat hij nooit drugs bij zich had.

In de in oktober door de gemeente gepubliceerde nota 'De integrale aanpak van de drugsproblematiek' staat dat na het sluiten van het parkje het aantal diefstallen uit auto's en woningen 'aanzienlijk' afnam; het aantal berovingen en winkeldiefstallen steeg daarentegen. Een winkelier in de binnenstad die deze week nog een verslaafde die wilde stelen, te lijf ging: “Ze vallen klanten lastig, ze komen steeds weer binnen met een 'aanbieding' en als ze zich gespoten hebben, zitten ze dizzy voor de etalageruit. Je belt de politie vijf keer; daarop wordt niet gereageerd. Dan wacht je je er wel voor om een zesde keer te bellen.” Een beschuldiging die de politie “ten zeerste verbaast, want alle klachten worden zo snel mogelijk nagetrokken en met de winkeliersverening hebben we periodiek overleg in de beste verstandhouding”. De roep om een knokploeg van 'junkenrammers' wordt volgens de winkelier steeds luider.

De tolerantie van de brave burger is aan slijtage onderhevig. Uit een onderzoek van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit van een paar weken geleden bleek dat 72 procent van de ondervraagden vindt dat verslaafden gedwongen moeten afkicken. Dat was volgens een NIPO-onderzoek een jaar eerder nog 50 procent.

Verminderde verdraagzaamheid meent ook voorzitter Richard (zijn achternaam heeft hij liever niet in de krant) van de Maastrichtse stichting De Wegwijzer, ook wel genoemd 'de junkenbond', te bespeuren. Die stichting stelt zich tot doel “het stigma dat alle gebruikers criminelen zijn een beetje af te breken”, zoals Richard het uitdrukt. Kort na het sluiten van het junkenpark werd in twee door de gemeenten beoogde opvangplaatsen voor uitsluitend Maastrichtse verslaafden brand gesticht. Daardoor werd van de plannen afgezien. “Wat nieuw is, is het optreden van groepjes jongeren die er een sport van maken om junks in elkaar te slaan. De politie verleent ze daar een excuus voor. Ze pakt verslaafden aan alsof het vieze ratten zijn. De aangevallenen zelf laten het erbij, want zeggen ze: we zijn toch maar junks.”

In de kantine van het opvangcentrum aan de Maastrichtse Sint Gerardusweg is een 'broodje gezond' te krijgen. In een van de kelderruimtes leeft een man zich uit met felle verfstreken op papier. Ernaast is een door de verslaafden zelf ingerichte fitnessruimte. In januari van dit jaar werd het centrum geopend onder fel protest van omwonenden. Richard: “We worden nog wel goed in de gaten gehouden, maar van agressie is geen sprake meer.” Eigenaar J. Hustinx van een meubelatelier pal naast het centrum plaatste op zijn gebouw verstralers die de hele nacht branden. Hij zegt: “De overlast valt geweldig mee. Maar we moeten ze hiernaast een beetje afremmen in hun drang om het centrum uit te breiden omdat het kennelijk zo goed functioneert. Er is zelfs een wachtlijst voor het methadonprogramma.”

In overleg tussen de gemeente, de politie, het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) en het buurtcomité werden op basis van een convenant voorzieningen getroffen: meer licht, struiken weghalen, periodiek overleg, politie-ingrijpen bij onraad. De junkenbond was niet uitgenodigd. Richard: “Dat is jammer. Ons is gebleken dat als je met de mensen in gesprek gaat ze zachter, minder veroordelend worden. Dan hoor je ze wel zeggen: jullie vallen ons toch wel mee.” Hijzelf gebruikt nu methadon. Hij studeert sociale dienstverlening.

Onder de klanten van het centrum zou een zekere vorm van sociale controle zijn ontstaan. Richard: “We zeggen tegen de mensen: ruim de rommel op, raap spuiten op als je ze ziet, ga niet in de struikjes zitten, meldt eventueel wangedrag. En dat werkt.” Aan de Gerardusweg komen de ongeveer tachtig Maastrichtse verslaafden bijeen die in het methadonprogramma zitten van het CAD. Ze werken volgens preventiemedewerker H. Narings van het CAD aan hun terugkeer in de samenleving. “Die misschien ooit weer een baan zullen vinden al komt dat tot dusver nog zelden voor.” Voorwaarden om te worden toegelaten zijn: een vast onderkomen hebben, cliënt zijn van het CAD, deelname aan het methadonprogramma en aan de activiteiten waarvoor men stipt op tijd dient te komen. Aan de Prins Bisschopssingel aan de overkant van de Maas, vlak naast het politiebureau dat nu wordt verbouwd, zitten in een tijdelijk opvangcentrum zestig mensen die (nog) niet tot 'een beter leven' bereid of in staat zijn.

De gemeente ziet toe en vindt dat het goed is. “De bijzondere aanpak volgens een integrale benadering is succesvol gebleken”, zoals het in de nota staat. De politiewoordvoerder: “De zaak is beheersbaarder geworden dan ten tijde van het junkenpark, al erkennen we dat er van een olievlekwerking sprake is.”