Krantenwereld op z'n kop door veiling van Dagbladunie

Vijf van de zes landelijke Nederlandse dagbladen komen in de hand van één onderneming, Perscombinatie Meulenhoff (PCM), uitgever van de Volkskrant, Het Parool en Trouw. De harde overnamestrijd om de Dagbladunie (NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad) bracht de Nederlandse uitgeverswereld in rep en roer. In hun kleine wereldje van gezamenlijk overleg, compromissen en prijskartels - waar iedereen iedereen kende - waren PCM, Telegraaf, VNU en Wegener plotseling terechtgekomen in een sfeer van competitie, argwaan en geheimzinnigheid. Een reconstructie van de stoelendans rondom de Dagbladunie aan de hand van gesprekken met hoofdrolspelers.

“Kun je leveren?”, vroeg Elsevier-bestuurder Louk van Vollenhoven toen hij Perscombinatie-topman Cees Smaling op zondagavond 17 september thuis in het dorpje Deil belde. De vraag of PCM zijn bod op de Dagbladunie gestand kon doen, had een zware lading. Zes jaar daarvoor, in 1989, had Van Vollenhoven een dergelijke vraag al eens gesteld aan Smalings voorganger, Max de Jong. “Natuurlijk”, had De Jong toen euforisch gezegd. “Ik heb ze hier allemaal aan een touwtje”, doelend op de redacties van de Volkskrant, Trouw, Het Parool en de drie stichtingsbesturen van PCM. De zelfverzekerde De Jong achtte zijn achterban rijp voor de beoogde fusie tussen Perscombinatie en Elsevier-dochter Dagbladunie. Hij gokte verkeerd; de fusie strandde op massief verzet bij de stichtingsbesturen die nog altijd het ideële geweten van de Amsterdamse krantencombinatie vormen. Wat De Jong niet lukte, kreeg zijn opvolger Smaling zes jaar later wel voor elkaar. In het publieke debat overheersten berusting en zakelijkheid, maar achter de schermen voerden de grote krantenconcerns in Nederland een keiharde strijd.

Het bericht over de verkoop van de Dagbladunie kwam op 17 juli voor het Nederlandse uitgeverswereldje als een grote verrassing. Ook de hoofdredacteuren van NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad, kranten van de Dagbladunie, werden overvallen door het nieuws. Om de vier grote Nederlandse dagbladuitgevers te behoeden voor een al te grote schok, belden Bert van den Berg, directeur van de Dagbladunie, en Paul Vlek, bestuurder van Elsevier, de directies van Wegener, Perscombinatie Meulenhoff, De Telegraaf en VNU persoonlijk voordat het officiële bericht uitging.

Reed Elsevier had gekozen voor een veilingmethode die in Nederland vóór 1995 alleen was toegepast bij kleinschalige bedrijven waar geen haan naar kraaide. Pas in juni van dit jaar was het eerste grote bedrijf, Crédit Lyonnais Bank Nederland, door middel van zo'n veiling door de Franse moederbank verkocht aan de Belgische Generale Bank.

De besturen van Reed Elsevier en de non-executives (onder wie de Nederlandse commissarissen) hadden eind mei in de bestuurskamer van de New York Stock Exchange de knoop over de verkoop van de Dagbladunie doorgehakt. De top van Reed Elsevier was in de VS op uitnodiging van het beursbestuur ter gelegenheid van de notering van de aandelen Reed en Elsevier op Wall Street. Een perfecte plaats voor een Angelsaksische beslissing: Dagbladunie moest aan de hoogst biedende worden verkocht door middel van een veiling.

De veeleisende Britse en Amerikaanse aandeelhouders moest duidelijk worden gemaakt dat het concern de hoogst mogelijke opbrengst voor de verkoop van de publieksactiviteiten garandeerde.

Het 'kleine wereldje' van Nederlandse uitgevers, dat zich altijd had genesteld onder een dikke deken van gezamenlijk overleg, compromissen en prijskartels, zou op z'n kop komen te staan. Duitse, Zweedse, Noorse en Britse krantenconcerns vroegen in augustus het bidbook voor de Dagbladunie op. Het beruchte News Corp. van de Australische krantenmagnaat Rupert Murdoch toonde zich zeer geïnteresseerd.

Elsevier zag steeds minder heil in kranten en steeds meer in wetenschappelijke publikaties en in elektronische media. Zeker na de fusie met het Britse Reed werd de druk van aandeelhouders groter om te investeren in hoogrenderende activiteiten. De omslag was al in 1982 ingezet, toen de nieuwe topman Pierre Vinken de Nederlandse Dagbladunie had laten wegstrepen uit de naam Elsevier-NDU. Na de mislukte fusie met de Perscombinatie in 1988 had zich een hele stoet Nederlandse en buitenlandse uitgevers en bankiers bij Elsevier gemeld. Peter Appeldoorn van Wegener klopte aan, Joep Brentjens van VNU volgde.

De voormalige topman van Perscombinatie Max de Jong, die na het mislukken van de fusie met de Dagbladunie nieuw emplooi had gevonden als voorzitter van de NOS, was niet vergeten dat Elsevier van haar dagbladenpoot afwilde. Hij dook in 1992 op toen Union Bank of Switzerland (UBS) een bod deed van rond 900 miljoen gulden op de Dagbladunie. Max de Jong zelf zou door UBS “in elke gewenste bestuurlijke positie” worden bijgeleverd. Maar net als alle andere vrijages ketste het UBS-bod af, doordat de top van Elsevier stug vasthield aan de toen nog vaste prijs voor de Dagbladunie: 1,2 miljard gulden.

Het nieuws over de voorgenomen verkoop van de Dagbladunie was nog niet bekendgemaakt, of Nederlandse uitgevers sloegen tot diep in de nacht aan het rekenen. De slag zou gaan tussen De Telegraaf, Wegener, VNU en Perscombinatie. In een stagnerende markt is overname van een concurrent nog de enige mogelijkheid om te expanderen. Voor de Perscombinatie, met de twee matig tot slecht renderende kranten Trouw en Het Parool, was het zelfs erop of eronder. In het oude Meulenhoff-gebouw aan de Amsterdamse Herengracht trok Cees Smaling, de topman van PCM, snel zijn conclusies. De dag na de aankondiging van de veiling van de Dagbladunie riep hij de commissarissen, directeuren en aandeelhouders van Perscombinatie Meulenhoff bijeen en zette hij in een inleiding de noodzaak van een overnamebod uiteen. De eerste woorden van die toespraak, 'N(D)U of nooit', zouden de naam vormen van Smalings eigen dossier over de verkoop.

Toen Smaling in februari 1990 als opvolger van Max de Jong van de Dagbladunie overstapte naar de Perscombinatie, formuleerde hij vrijwel direct een strategie om het concern de jaren negentig door te helpen. Een grotere omvang was noodzakelijk: overnamegesprekken met onder meer Het Financieele Dagblad en de Weekbladpers, uitgever van onder meer Vrij Nederland, liepen op niets uit. Een aanbod in 1992 van Wegener-topman Appeldoorn aan de Perscombinatie om zich bij het Wegener-concern aan te sluiten, werd door Smaling afgeslagen. Hij voelde er niet voor overgenomen te worden. Een jaar later sprak hij in het geheim ook met de Dagbladunie, in de persoon van directeur Bert van den Berg, over het losweken van de Dagbladunie uit de boedel van Reed Elsevier. “Als we het ooit weer doen, dan doen we het meteen goed”, hadden ze toen tegen elkaar gezegd.

Nu deed die mogelijkheid zich voor. De aandeelhouders van Perscombinatie Meulenhoff (PCM), de stichtingen achter de kranten Het Parool, de Volkskrant en Trouw, hadden al eerder laten weten akkoord te gaan met verwatering van hun aandelenbezit, als PCM nieuwe aandelen zou moeten uitgeven voor een grote overname.

Met de stichtingen op één lijn had Smaling al veel eerder zijn handen vrij dan de buitenwereld voor mogelijk had gehouden. De financiering van het geheel was bovendien geen probleem, mede als gevolg van de bikkelharde concurrentie tussen de banken om een goede deal. Smaling sprak met niet minder dan acht financiële partijen, waaronder de veilingmeester ABN Amro zèlf, die verscholen ging achter investeringsmaatschappij CVC. Uiteindelijk viel Smaling terug op twee persoonlijke relaties in de bankwereld. Wim Meijer is voorzitter van de raad van commissarissen van PCM en voorzitter van de raad van beheer van de Rabobank. PCM-commissaris Hans Verkoren is bestuurder van ING. Het waren uiteindelijk ING en Rabo die zouden strijden om de financiering van de overname van de Dagbladunie.

Terwijl PCM er alles aan deed de slag niet te missen, maakte De Telegraaf - financieel de machtigste partij - zich ook op voor een bod.

Pag.17: Met hoog bod sloeg Perscombinatie concurrentie knock out

Aan de Amsterdamse Basisweg besefte iedereen dat behoedzaamheid geboden was. De Telegraaf, die vrijwel geruisloos was geëxpandeerd door de oplagegroei van de eigen krant, en door overnames in Limburg en Noord-Holland, was in oplage al het grootste krantenconcern van Nederland.

Een volledige overname van de Dagbladunie zou het concern in één klap landelijke dominantie opleveren. De persfusiecode, waarbij de Nederlandse dagbladuitgevers drie jaar geleden hadden afgesproken dat geen van hen meer dan éénderde marktaandeel zou bemachtigen, was juridisch broos maar maatschappelijk een lastige klip om te omzeilen. De Holland Media Groep kon er over meepraten. De mediareus van programmamaker Endemol, de omroep Veronica, uitgever VNU en het Luxembrugse televisieconcern CLT was al door minister Wijers van economische zaken op de vingers getikt en 'aangegeven' bij het kartelbureau van de Europese Commissie. De 'trust-busters' uit Brussel demonteerden het consortium vervolgens hardhandig.

Directeur Bert van Aken van De Telegraaf hield al snel twee scenario's over: een minderheidsaandeel in een consortium van banken en beleggers of toenadering zoeken tot een andere uitgever. De eerste optie viel af, want financiers zouden vroeg of laat van hun aandelen af willen, waarna De Telegraaf toch weer een monopolie verweten kon worden.

Eind augustus nodigde Van Aken PCM-directeur Cees Smaling uit naar de Amsterdamse Basisweg te komen. De ontmoeting liep op niets uit. Smaling maakte al snel duidelijk dat hij samenwerking met De Telegraaf niet kon verkopen aan zijn redacties. Nadat de Perscombinatie als partner was afgevallen, vielen De Telegraaf en Wegener elkaar in de armen. De Telegraaf had al een kwart van de aandelen in de regionale dagbladonderneming in handen.

Wegeners eigenzinnige topman Peter Appeldoorn, die ooit begon als vertegenwoordiger bij de Rotterdamse huis-aan-huis krant De Havenloods, had zijn oog al eerder op de Rotterdamse regio laten vallen. Met de Dagbladunie had hij tevergeefs een bittere strijd geleverd om het Rotterdams Dagblad in handen te krijgen. Nog in juni van dit jaar was hij bij Dagbladunie-directeur Van den Berg langs geweest om te praten over een eventuele fusie. Eerder, in 1992, had hij al aan de deur van de Dagbladunie geklopt, maar een vraagprijs van 1,2 miljard was voor Wegener te hoog. Appeldoorn was aangewezen op een sterke partner om de 'Rotterdamse kwestie' voorgoed te regelen.

Joep Brentjens (VNU) had zijn kans op de Dagbladunie al een keer laten schieten. Nog in 1994 had Vlek de VNU-topman een belang van 50 en later zelfs van 60 procent in de dagbladonderneming aangeboden. Maar Brentjens bleef twijfelen, mede omdat hij de prijs veel te hoog vond. Nu de kans zich een jaar later opnieuw voordeed, kampte VNU met een strategisch probleem. De concurrenten Elsevier en Wolters Kluwer waren uit de jaren tachtig te voorschijn gekomen als multinationale uitgeverijen van hoogwaardige, professionele informatie. Rond VNU hing nog steeds de kleinsteedse sfeer van de Margriet en Donald Duck. De VNU-top had zijn aandeelhouders daarom beloofd de weg van Elsevier en Wolters te volgen en uit te zien naar hoogwaardige investeringen in het buitenland. Een oer-Nederlandse krantenuitgeverij paste op het eerste gezicht niet in VNU's voorland.

De zaak kreeg een andere wending toen de pas aangetreden Elsevier-topman Herman Bruggink op donderdag 28 juli in Haarlem een kennismakingsbezoek bracht aan Brentjens. De VNU-topman bracht het gesprek al snel op het Brabants Nieuwsblad, een dochter van de Dagbladunie. Brentjens zat al jaren te azen op deze ontbrekende schakel in VNU's krantenbelangen in het zuiden van Nederland. Nu het Brabants Nieuwsblad in andere handen dreigde te vallen, toonde Brentjens een ongekende besluitvaardigheid. Binnen enkele dagen liet hij weten akkoord te gaan met Brugginks vraagprijs. De Elsevier-managers gingen er na de verkoop van het Brabants Nieuwsblad van uit dat Brentjens niet geïnteresseerd was in de rest van de Dagbladunie. Later zou hij nog één keer als informele gegadigde opduiken.

Redacties en ondernemingsraad van de Dagbladunie waren zeer sceptisch over de vier partijen. De Telegraaf was te populistisch, de Perscombinatie te veel een concurrent met een trage consensuscultuur, Wegener te regionaal. En VNU riep noch sympathie noch weerstand op. Een zelfstandig voortbestaan zou de minst slechte oplossing zijn. Ook in 1988 had de redactie van NRC Handelsblad de mogelijkheid van een verzelfstandiging onderzocht als nooduitgang tijdens de toenmalige fusiebesprekingen met de Perscombinatie.

De ondernemingsraad nam deze keer Arie van der Zwan, voormalig Vendex-topman, oud-bankier en strategisch denker over de Nederlandse industrie, in de arm. Het was voor Van der Zwan spitsroeden lopen: hij moest financieel adviseur zijn, zonder dat hij de beschikking kreeg over de boekhouding van de Dagbladunie. De hele veiling voltrok zich in een sfeer van geheimhouding. Serieuze gegadigden konden bij het Elsevier-bestuur het bidbook opvragen met financiële gegevens van de Dagbladunie. Wie het bidbook eenmaal in huis had (uiteindelijk zestien partijen), was gebonden aan een geheimhoudingsplicht met zware sancties.

Tegen een tarief van 5.000 gulden per dag vatte Van der Zwan zijn taak breed op. Daarbij kon hij rekenen op maximale tegenstand van de Elsevier-bestuurders die uit waren op een zo hoog mogelijke opbrengst. Een zelfstandigheidsbod zou vrijwel altijd lager uitvallen dan andere biedingsvarianten. Het laatste dat Vlek en Van Vollenhoven wilden was een door het personeel afgedwongen overname, waarvan de lage opbrengst Elsevier in conflict zou brengen met de Britse Reedbestuurders en met de aandeelhouders. Het was Vlek en Van Vollenhoven al ter ore gekomen, en tot hun grote ergernis, dat Van der Zwan al met verscheidene financiers én met PCM zou hebben gepraat.

De sluimerende emoties kwamen tot een uitbarsting op 6 september, toen beide partijen elkaar voor 'spoedoverleg' ontmoetten op de directieburelen van Elsevier. Inzet van het gesprek was of Van der Zwan het Dagbladunie-bidbook mocht inzien en tegelijk kandidaten mocht 'sonderen'. Het karakter van de 'financiële macho' Vlek botste frontaal met dat van de eigenwijze Van der Zwan. Deze deed een officieel verzoek om met mogelijke kandidaten te gaan praten. Toen hij daarbij schermde met mogelijke arbeidsonrust, als Elsevier daar niet op in zou gaan, sprong Vlek uit zijn vel. Vlek zou zich “niet laten chanteren” door iemand die nota bene nog niet eens officieel was benoemd tot adviseur van de ondernemingsraad. “Dan gaan we wel weg”, reageerde Van der Zwan, en na een kort twistgesprek verliet de ondernemingsraad het Elsevier-gebouw. De ondernemingraad zou uiteindelijk via een kort geding tegen Elsevier op vrijdagmiddag 8 september inzage in het bidbook afdwingen.

De door de werknemers van de Dagbladunie fel begeerde verzelfstandigingsoptie, waarbij VNU als partner de voorkeur had, zou evenwel smoren in een curieuze samenloop van omstandigheden. Van der Zwan had 's ochtends in Den Haag een vertrouwelijke ontmoeting met Brentjens, waarin de VNU-topman hem duidelijk maakte weinig te voelen voor een grote investering in dagbladen, omdat dat niet in de strategie van zijn concern paste. Daarna vertrok Van der Zwan naar het kort geding van de Dagbladunie-ondernemingsraad in de Rotterdam, terwijl de VNU-topman naar een crematorium reed in Velsen om afscheid te nemen van Gerard Vermeulen, oud-hoofdredacteur van VNU-weekblad Panorama.

Elsevier-bestuurder Van Vollenhoven hoorde 's avonds van een relatie die bij de crematie was geweest, dat Brentjens er kennelijk van op de hoogte was dat hij en Vlek “erg onaardig tegen Arie” waren geweest. Hoe wist Brentjens dat? Van der Zwan en Brentjens hadden klaarblijkelijk, tegen de opgelegde geheimhouding in, contact met elkaar gehad.

Toen Van Vollenhoven de volgende zaterdagochtend Brentjens belde om dit te verifiëren, gaf de VNU-topman de bijeenkomst toe. Op zijn beurt erkende Van der Zwan in een brief aan Elsevier-topman Bruggink dat er een ontmoeting was geweest. Maar, aldus Van der Zwan, Brentjens en hij hadden uitdrukkelijk niet specifiek over de Dagbladunie gesproken, maar over de strategische overwegingen van VNU.

Dat verweer was tevergeefs. De VNU-topman stond in zijn hemd tegenover Reed Elsevier. Een jurist van veilingmeester ABN Amro verklaarde tegenover de ondernemingsraad van de Dagbladunie zelfs dat Brentjens een miljoenenclaim aan zijn broek zou kunnen krijgen. Mocht VNU nog enige zin hebben gehad in een bod op de Dagbladunie, dan was dat nu verleden tijd. Op dinsdagmiddag 12 september viel tijdens de vergadering van VNU's raad van bestuur, onder leiding van Brentjens, het doek voor het overnameplan. Het verzelfstandigingsscenario was van tafel, zeker nadat Van der Zwan op basis van het bidbook een financieel model had doorgerekend. Binnen de ondernemingsraad ontstonden toen twijfels over de financiële risico's.

Telegraaf-directeur Bert van Aken zag zijn kans schoon. Peter Appeldoorn van Wegener en hij hadden een bod in elkaar gesleuteld dat niet te overtreffen zou zijn, dachten ze. De Telegraaf zou een aandeel van 45 procent in de Dagbladunie krijgen en Wegener 35 procent. Veilingmeester ABN Amro droeg zijn eigen investeringsmaatschappij ABN Amro Participaties aan, die een maand eerder nog bij de Perscombinatie op de stoep had gestaan. De participatiemaatschappij zou de resterende 20 procent nemen.

Appeldoorns hartewens ging met het bod in vervulling. Alvorens de Dagbladunie te kopen, zou het felbegeerde Rotterdams Dagblad door Wegener apart worden overgenomen. De opbrengst van die overname zou weer naar de Dagbladunie vloeien om zo het geringe eigen vermogen, dat Elsevier de Dagbladunie had toebedeeld, op te schroeven.

Telegraaf en Wegener meenden dat hun compromis goed was te verkopen aan het personeel van de Dagbladunie. De Dagbladunie zou immers 'zelfstandig' blijven, de drie partners zouden elk slechts een minderheidsbelang krijgen. Van der Zwan had helemaal niet op pad hoeven te gaan.

Was het 'klunzigheid' of naïviteit? Vast staat dat al op vrijdagmiddag 15 september, toen De Telegraaf en Wegener hun kampioensbod bekendmaakten, het plan op alle onderdelen werd aangevallen. Het Rotterdams Dagblad liep zich die avond al warm voor een staking wanneer zij uit de Dagbladunie zou worden getild. De zeggenschapsverhoudingen die De Telegraaf en Wegener onderling waren overeengekomen, hadden volgens de buitenwereld meer weg van een argwanend compromis dan van een broederlijk plan. Hoewel De Telegraaf en Wegener er een 'legertje' juristen op hadden losgelaten, stond geenszins vast of het marktaandeel van de Dagbladunie inderdaad slechts voor 45 procent aan De Telegraaf mocht worden toegerekend.

Ook de dubbelrol van ABN Amro, dat in opdracht van Reed Elsevier de veiling verzorgde, maar nu zelf opdook als deelnemer aan een bod, leidde tot opgetrokken wenkbrauwen. Topman Vlek van Elsevier had weliswaar toestemming gegeven, maar toch voelde de bank nattigheid. Nog voordat De Telegraaf en Wegener hun bod openbaar maakten, bereidde ABN Amro de pers al voor met een apart bericht dat de bank zelf deelnemer zou zijn aan een bod. De bank wees daarbij op de ondoordringbaarheid van de 'Chinese Muren' die afdelingen binnen de bank van elkaar moeten scheiden. Op die manier zouden interne belangenverstrengeling en informatie-overdracht worden tegengegaan. Maar die verklaring hielp niet. Al op vrijdagavond liet een van de bieders op de Dagbladunie zich door ABN Amro-topman Jan Kalff persoonlijk bellen. Kalff kon beter een bouwbedrijf beginnen als hij zo goed was in Chinese Muren, zo luidde de boodschap.

Op het hoofdkwartier van de Perscombinatie aan de Amsterdamse Herengracht werd intussen de aanvalsstrategie bepaald: 'een stevig bod, snelheid en geen gedoe'. ING's topman Aad Jacobs beschouwde de PCM-deal als “een mooie zaak”, die beide bedrijven samen gingen klaren. Jacobs en Smaling hadden elkaar gevonden. ING bood aan de volledige financiering van een bod van Perscombinatie-Meulenhof te verzorgen. Om de financieel sterkere Telegraaf/Wegener-combinatie uit te schakelen was een knock-out bod noodzakelijk.

Smaling ging er van uit dat Reed Elsevier geen trek had in een smerige biedingsoorlog. Het lag voor de hand dat een bod van De Telegraaf zou zorgen voor politieke onrust over het te grote marktaandeel dat De Telegraaf zou krijgen. Bovendien lag de overname van NRC Handelsblad door De Telegraaf gevoelig bij de lezers van NRC Handelsblad. Smalings juridische adviseur had al een draaiboek klaar om in politiek Den Haag stennis te schoppen over het bod van De Telegraaf. Met name D66 zou een sleutelrol vervullen als het 'fout' mocht gaan. De Tweede-Kamerfractie van deze partij zou een Telegraaf-overname aankaarten bij partijgenoot en minister van economische zaken Hans Wijers. De minister zou overigens ook met een probleem komen te zitten bij een overname van de Dagbladunie door PCM. Dat zou een concern opleveren met een marktaandeel van 32 procent. Dat paste weliswaar in de persfusiecode die de dagbladuitgevers zelf overeengekomen waren, maar dat aandeel zou toch groter zijn dan het maximum van 25 procent dat door de Europese Commissie in Brussel als plafond is vastgesteld. Tot nu toe heeft de minister geen actie ondernomen.

Smalings stevige bod 'zonder gedoe' - 865 miljoen gulden - werd iets voor twaalf uur vrijdagmiddag 15 september door een koerier afgeleverd op de Foppingadreef in Amsterdam Zuid-Oost, het adres van veilingmeester ABN Amro. Ook de biedingen van vijf concurrenten waren op tijd binnen.

De Chablis '92 en de Chateauneuf du Pape '78 smaakten uitstekend, die zondagmiddag 17 september in het fraaie achttiende eeuwse huis van Elsevier-bestuurder Paul Vlek in Abcoude. Bruggink, Vlek en Van Vollenhoven wilden, voordat zij een beslissing namen, de stemming peilen bij de hoofdredacteuren Ben Knapen (NRC Handelsblad) en Peter van Dijk (Algemeen Dagblad) en Dagbladunie-directeur Van den Berg. Projectleider Houwink van Elsevier-adviseur ABN Amro was ook aanwezig.

De zes biedingen die Elsevier de vrijdag ervoor had ontvangen, droegen de sporen van een kolderieke stoelendans onder banken en beleggers. Citicorps beleggingsmaatschappij CVC had eerst samen met ABN Amro PCM benaderd, toen samen met partcipatiemaatschappij HAL VNU gepaaid en bleek nu met HAL en Deutsche Bank-dochter Morgan Grenfell een bod te hebben gedaan. Dan was er een bod van CWB Capital Partners, een samenwerking van het Britse Charterhouse en de Duitse bank WestLb. Mees Pierson was na een tocht langs Duitse uitgevers terechtgekomen bij het Belgische Gevaert, onder meer eigenaar van de krant De Standaard. Ook Rabo had, na de mislukte PCM-exercitie, een plaatsje bemachtigd in het Gevaert-bod, samen met de Nationale Investeringsbank. Union Bank of Switzerland (UBS) deed na de mislukte poging uit 1992 met Max de Jong wederom een bod, samen met de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley en investeringsmaatschappij Alpinvest, die voor de helft in handen is van ABN Amro. Zelf was ABN Amro als investeerder aanwezig bij De Telegraaf en Wegener, en ING bij PCM.

Vlek vertelde de Dagbladunie-delegatie die zondagmiddag dat Elsevier uit de zes bieders twee serieuze kandidaten had geselecteerd: De Telegraaf en PCM. Van Vollenhoven mopperde over het feit dat ABN Amro Participaties zich had aangesloten bij het bod van De Telegraaf-Wegener. Om die reden vertrok de ABN Amro-bankier Houwink, zodra de hoofdredacteuren waren gearriveerd. De Elsevier-bestuurders vonden zijn positie moeilijk wegens de dubbelrol van de bank, waarvoor Vlek zelf twee weken daarvoor toestemming had gegeven. Voor de opgeluchte hoofdredacteuren Knapen en Van Dijk was het een teken dat de Elsevier-bestuurders hun conclusie al half hadden getrokken.

De Elsevier-bestuurders maakten de balans op. PCM had met 865 miljoen gulden verreweg het hoogste bod gedaan, op meer dan 100 miljoen gulden gevolgd door UBS en De Telegraaf-Wegener. Naast de dubbelrol van ABN Amro, die vooral Van Vollenhoven irritant vond, was de opstelling van het Dagbladunie-personeel jegens De Telegraaf grotendeels afwijzend. Het Rotterdams Dagblad dat moest worden verkocht aan Wegener, was rijp voor een staking. En dan dreigde nog het politieke gekrakeel en een toetsing door Brussel.

De opstelling van Knapen en Van Dijk vergemakkelijkte de beslissing om de biedingsprocedure af te breken. De hoofdredacteuren kondigden aan het Telegraaf-bod de volgende dag hard af te wijzen in de kolommen van hun krant. Van Vollenhoven hakte de knoop door: het zou de Perscombinatie worden. De heren wandelden nog wat rond door de ruime tuin van Vlek, naar het tuinhuisje. De Elsevier-managers die toch bezorgd waren geweest over hun toch al slechte imago als kille geldverdieners waren opgelucht. Het was “een nette oplossing”.

Chronologie

1989 - De beoogde fusie tussen Perscombinatie en Dagbladunie stuit op bezwaar van de PC-aandeelhouders. Ook bij de redacties van de Dagbladunie-kranten NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad bestaat weinig enthousiasme.

1993 - Perscombinatie-directeur Smaling heeft een 'verkennend' gesprek met Dagbladunie-directeur Van den Berg.

1994 - Elsevier-bestuurder Vlek biedt VNU-topman Brentjes een belang van 60 procent in NDU. Brentjes vindt de prijs te hoog en gaat niet in op het aanbod.

juni 1995 - De Reed Elsevier-top besluit in New York de publieksuitgaven van het concern te verkopen. Elsevier kondigt op 17 juli de verkoop van de Dagbladunie aan door een veiling.

3 augustus 1995 - Elsevier verkoopt het Brabants Nieuwsblad aan VNU.

18 augustus 1995 - ING-topman Jacobs bezoekt PCM-topman Smaling om de financiering van overname van de Dagbladunie te bespreken. PCM verkiest ING boven de Rabobank als financier.

28 augustus - Het bidbook van de Dagbladunie is klaar, 18 geïnteresseerde partijen vragen het op, waaronder News Corp van krantenmagnaat Rupert Murdoch.

8 september 1995 - De Elsevier-top komt erachter dat Dagbladunie-adviseur Van der Zwan een ontmoeting heeft gehad met VNU-baas Brentjens. Het doek valt over het plan van Van der Zwan waarbij VNU een minderheidsbelang neemt in een zelfstandige Dagbladunie.

15 september 1995 - Zes biedingen op de Dagbladunie. PCM brengt het hoogste bod uit: 865 miljoen, ruim 100 miljoen gulden meer dan De Telegraaf. De Elsevier-top besluit exclusief met PCM door te praten over de verkoop van de Dagbladunie.