GroenLinks op zoek naar eigen gezicht

Vandaag viert GroenLinks haar eerste lustrum. De achterban roert zich over gebrek aan eigen geluid.

DEN HAAG, 25 NOV. 'Nieuwe deuk in internationaal prestige van Nederland', stond er twee weken geleden boven een persbericht van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks. Het was geschreven naar aanleiding van het terugtrekken van de kandidatuur van oud-premier Lubbers voor de post van secretaris-generaal bij de NAVO. GroenLinks vond het “jammer voor de heer Lubbers” en wilde van de Nederlandse regering weten hoe het zo had kunnen mislopen. Vandaar het overleg tussen de Tweede Kamer en minister Van Mierlo (buitenlandse zaken), afgelopen dinsdag.

GroenLinks dat zich bekommert om een hoge post bij de NAVO. GroenLinks dat zich zorgen maakt over het internationaal prestige van Nederland. GroenLinks dat zich bezighoudt met een andere baan voor een oud-premier van CDA-huize. De andere oppositiepartij van links, de Socialistische Partij, zag het hoofdschuddend aan. SP-fractievoorzitter J. Marijnissen: “Ik begreep al die ophef niet. Die Lubbers heeft toch al lang werk?”

Of de achterban van GroenLinks het wel heeft begrepen zal vandaag ongetwijfeld blijken in de wandelgangen van De Hanzehof in Zutphen. Daar vergadert de partij en wordt feestgevierd ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan. Was dit wat erfgenamen van PPR, PSP, CPN en EVP bedoelden toen ze in 1989 besloten hun krachten te bundelen?

GroenLinks-fractieleider P. Rosenmöller is als slim en scherp debater de informele oppositieleider vinden zowel vriend als vijand in de Tweede Kamer. Niet gehinderd door een bestuurlijk verleden kan GroenLinks het kabinet veel gemakkelijker ter verantwoording roepen dan het CDA. Maar de vraag van de partij-achterban van GroenLinks is vervolgens wel hoe het met het eigen geluid staat.

In het GroenLinks-magazine van deze maand komen verschillende leden aan het woord die hierover teleurgesteld zijn. “Ik hoopte dat GroenLinks een spraakmakende oppositiepartij zou worden die de kiezers zou verlokken tot het alternatief van een duurzame samenleving”, aldus Cor Ofman, voormalig EVP-voorzitter en lid van het eerste bestuur van GroenLinks. “Helaas werd de partij meer aangever van kritische vragen voor journalisten. Het is meer een redelijk alternatief voor grote stadsyupppen geworden dan een herkenbare vertegenwoordiger van de onderkant van de samenleving.”

Ook voormalig PSP-lid en oud-Kamerlid voor GroenLinks Andrée van Es loopt niet over van enthousiasme. “GroenLinks is niet helemaal geworden wat ik ervan verwachtte. Ik hoopte op meer zetels, meer uitstraling en vooral een steviger rol in het aanzwengelen van debatten en het naar zich toe halen van maatschappelijke thema's. Ik ben niet gedesillusioneerd, maar het duurt allemaal langer dan verwacht.”

Tenslotte Rouke Broersma, oud PPR-lid: “Alleen oppositie voeren is niet genoeg. Het verhaal over wat GroenLinks wèl wil hoor je weinig; nieuwe ideeën, sprankelende oplossingen.”

Als “kwaliteitsoppositie” bestempelt fractieleider Rosenmöller het optreden van hem en zijn vier partijgenoten voor GroenLinks in de Tweede Kamer. Deze week herhaalde hij het nog eens tegenover het ANP: “Invloed in de Kamer, dat is waar GroenLinks naar moet streven.” Daarbij past volgens hem niet het aura van getuigenispartij. Kwaliteitsoppositie betekent in de praktijk gouvernementele oppositie. De vragen over de kandidatuur van Lubbers bij de NAVO zijn daarvan een goed voorbeeld. Het milieu en de laagstbetaalden worden er geen haar beter van, maar een oppositiepartij die een kabinet moeilijk wil maken, stelt ook hierover vragen.

Het begrip in de partij daarvoor is groter naarmate het eigen geluid ook voldoende voor het voetlicht komt. Maar daar schort het aan, getuige de aangehaalde uitlatingen van de GroenLinksers van het eerste uur. Als het gaat om het opkomen voor de laagstbetaalden spreken de vertegenwoordigers van de Socialistische Partij een voor de doelgroep veel herkenbaarder taal dan GroenLinks. De oude wijken zijn voor de SP, niet voor GroenLinks. De groene kwaliteitstoets kan de partij gemakkelijk doorstaan. Maar hier is het probleem weer dat het milieu op dit moment niet het meest aantrekkelijke electorale thema is.

Van één probleem is GroenLinks vergeleken met anderhalf jaar geleden verlost: van een leiderschapscrisis is geen sprake meer. Fractievoorzitter Rosenmöller heeft in het parlement een zichtbare herkenbare plaats verworven. Zijn succesvol oppositioneel optreden in Den Haag straalt af op de rest van de partij. Maar tegelijkerijd wil de partij meer zijn dan kritisch volger van het kabinet. In het jongste nummer van het GroenLinks-tijdschrift 'De Helling' geeft Rosenmöller toe dat hier nog een terrein braak ligt. “Wat voor soort samenleving willen wij eigenlijk? Dat profiel van GroenLinks die koppeling van idealen en realisme, dat vergt een nadere uitwerking.”

Over die inhoudelijke plaatsbepaling voert GroenLinks vandaag slechts een oriënterend debat. Aan besluitvorming doet de partij deze keer nauwelijks. Niet zonder trots vermeldt de agenda dat er voor het congresgedeelte “slechts vijftien amendementen” zijn ingediend. Ook dàt was vroeger wel anders bij GroenLinks.