Beleggers kapittelen adviseurs en 'woud aan beleggingsfondsen'

AMSTERDAM, 25 NOV. Gebrekkige informatievoorziening door beleggingsfondsen en de ondoorzichtigheid van de markt leiden ertoe dat de adviezen van beleggingsadviseurs vaak klakkeloos door particuliere beleggers worden opgevolgd. “Zo kan het niet langer”, foeterde gistermiddag scheidend directeur mr. R. de Haze Winkelman van de Vereniging van Effectenbezitters, op de jaarlijkse clubdag van de VEB: de Dag van het Aandeel.

“Het woud van beleggingsfondsen is ondoorgrondelijk. Wat zijn nu eigenlijk hun doelstellingen en wat is het risico dat een belegger ermee loopt?”, vroeg De Haze Winkelman retorisch.

Zijn woordkeuze schoot in het verkeerde keelgat bij prof.dr. J.J. van Duijn, lid van het beleidscomité van Robeco, dat 70 miljard gulden beheert voor particuliere en institutionele beleggers. “Ondoorgrondelijk is uiterst suggestief”, kaatste Van Duijn terug. “Bij de effectenbeurs en de Nederlandsche Bank, de toezichthouder, moeten we precies aangeven wat onze fondsen doen. En we informeren onze klanten maandelijkse schriftelijk”, deelde hij mee aan ruim 1.500 toehoorders in de Amsterdamse RAI.

Maar De Haze Winkelman nam daarmee geen genoegen. Hij richtte zijn pijlen op een van Robeco's grootste fondsen, Rorento, dat internationaal in obligaties belegt. Vorig jaar daalde dit fonds circa twintig procent in waarde. Niet alleen door grote koersverliezen op de obligatieportefeuille, maar ook door een fors valutaverlies. Volgens De Haze Winkelman moet Robeco duidelijker aangeven welke risico's een particulier loopt die zijn spaargeld in Rorento steekt.

Van Duijn kreeg steun van directeur drs. G.H. Heida van ING Investment Management, dat 75 miljard gulden onder beheer heeft. Hij gaf aan Robeco zorgvuldig te volgen. “En uit wat onze concurrent aan informatie publiceert kan ik een redelijk beeld krijgen van wat hij aan het doen is.”

De Haze Winkelman haalde vervolgens een van zijn stokpaardjes van stal: beleggingsadviseurs van banken splitsen particuliere beleggers bij voorkeur één van de huisfondsen van hun bank in de maag. Dit staat volgens hem op gespannen voet met de onafhankelijke status van die adviseurs.

Onzin, meende Van Duijn. “Als ik naar de Volvo-dealer ga, verwacht ik dat hij me voornamelijk Volvo's laat zien. Hetzelfde geldt als iemand Robeco Advies belt.”

Zijn collega Heida nuanceerde dat door erop te wijzen dat het aanbevelen van eigen fondsen grenzen kent. Als de adviseur de particuliere belegger niet de best renderende fondsen aanraadt - van de bank zelf of van de concurrentie - dan lopen op termijn zijn klanten teleurgesteld weg.

Pag.16: Van Duijn hekelt 'terreur fondslijsten'

“Uit welbegrepen eigenbelang worden soms ook produkten van de concurrent geadviseerd”, aldus de ING-directeur.

Een probleem met beleggingsfondsen is dat ze vaak moeilijk onderling vergelijkbaar zijn. Dat is vervelend voor de particulier. Die wil graag zoveel mogelijk weten over de kwaliteit van een fonds: hoe verhoudt de beleggingsstrategie zich tot het voorgespiegelde risicoprofiel? Om de belegger terwille te zijn publiceren sommige week- en dagbladen met regelmaat overzichten van de resultaten van beleggingsfondsen. Volgens Van Duijn is “die terreur van de hitlijstjes uit Amerika hier naartoe overgewaaid”. Hij vindt het waanzin dat beleggers zich daarop richten. “Beleggen is staren in een duistere toekomst. Daarbij worden hoe dan ook fouten gemaakt. Beleggers moeten zich niet blind staren op die lijstjes. Hoe belegt een fonds en wat is de visie die daarachter zit, daar draait het om.”

Op 'de Dag van het Aandeel' wordt sinds enkele jaren een prijs uitgereikt aan de onderneming die het best de relatie onderhoudt met aandeelhouders, vermogensbeheerders, analisten en financiële pers. Dit jaar kwam deze Investor Relations prijs toe aan Philips.

Topman J. Timmer nam de prijs, een plaquette, in ontvangst. Timmer aarzelde of hij de zaal wilde toespreken: “Je moet tegenwoordig zo oppassen met wat je zegt.” Daarmee herinnerde hij aan de ophef die recentelijk ontstond vlak na Philips' publikatie van de cijfers over het derde kwartaal. Het concern meldde toen aan analisten de jaarvergadering in 1996 niet zoals gebruikelijk in mei te houden, maar al in maart. Doordat deze verschuiving slechts in kleine kring bekend was gemaakt, wisten enkele partijen uit die informatie een slaatje te slaan op de optiebeurs. Handelaren aldaar spraken schande van Philips' nalatigheid om het niet tegelijk aan de hele markt te melden.

“Jammer dat we volstrekt ongewild een stormpje ontketenden”, aldus Timmer. “We hebben er wel een les mee geleerd. Al denk je het zelf nog zo goed te doen, dan kunnen andere daar kennelijk toch moeite mee hebben.”