Afwijzende houding toptennissers geeft dubbelspel problematisch imago; Bijprogramma voor één week in hoofdrol

Hoe gaat het met het dubbelspel? Slecht, zeggen de toernooi-directeuren en sponsors. Goed, zeggen de tennissers die deze week meedoen aan het wereldkampioenschap voor dubbelteams in Eindhoven.

EINDHOVEN, 25 NOV. Bij vlagen speelden John McEnroe en Boris Becker briljant. Het was al laat, ze stonden in Ahoy' op de baan voor de halve finale in het dubbelspel van het jaarlijkse toernooi in Rotterdam, februari 1994. Maar ze wisselden die korte flitsen af met minuten van moeizaam gerommel. Aan de ene kant wilde McEnroe wel winnen, om het record van de Nederlander Tom Okker te evenaren. Aan de andere kant had hij met zijn vrouw, van wie hij is gescheiden, afgesproken dat hij de komende dagen op de kinderen zou passen, in New York. En hij vroeg zich af of Becker, die al had verloren in het enkelspel, per se naar huis wilde.

McEnroe en Becker verloren uiteindelijk in twee ongeïnspireerde sets van Jeremy Bates en Jonas Björkman. Daarmee miste McEnroe, in zijn laatste toernooi, het record van Okker. Hij bleef steken op een totaal van 77 dubbeltitels in zijn carrière. Okker heeft er één meer. Toch wordt John McEnroe, ook door de huidige generatie toppers, beschouwd als de beste dubbelspeler ooit. Hij won onder meer het WK-dubbel, dat destijds de Masters heette, zeven keer op rij van 1977 tot 1984. De eerste twee jaren versloeg hij met zijn partner Peter Fleming in de finale Okker en Wojtek Fibak.

“Ik heb heel veel van hem geleerd”, vertelt Mark Woodforde, de huidige nummer één op de ranglijst. “Ik had al een paar toernooien gewonnen met andere partners, en dacht dat ik wat van het spelletje begreep, maar toen ik met McEnroe begon te spelen, veranderde dat mijn manier van denken volledig.”

De Australiër, inmiddels 30 jaar oud, had McEnroe in 1988 twee keer verslagen in het enkelspel, onder meer op de US Open. De volgende zomer, bij een toernooi in Los Angeles, stond Woodforde toevallig naast de tour-manager toen McEnroe opbelde om te overleggen over een dubbelpartner. 'Ik wil wel, zeg hem dat ik wil spelen', mompelde Woodforde, en McEnroe vond het prima. Het duo won dat jaar onder meer de US Open.

Woodforde kreeg les. Waar hij moest staan, waar de bal heen moest op belangrijke momenten. McEnroe had een feilloos instinct voor wat hij van de tegenstanders kon verwachten. Hij sloeg niet altijd hard, maar gebruikte zijn touch, hij hield de bal laag. Hij leerde Woodforde om, na een goede return, als een team tegelijk naar voren te bewegen om de opponenten onder druk te zetten. “En hij ging in tegen wat ik van jongs af aan als een automatisme had beschouwd. Ik sloeg vrijwel altijd cross-court, maar McEnroe gaf, op heel specifieke momenten, aan wanneer de bal langs de lijn moest. Verder beschikte ik alleen over een slice-volley. Volgens McEnroe moest ik ook de topspin-volley beheersen.”

Woodforde ontwikkelde zich tot een van de opvolgers van McEnroe. Ook Paul Haarhuis en Jacco Eltingh slaagden er in de nummer één positie op de dubbelranglijst te bereiken. Dankzij de successen van die Nederlanders wordt er deze week in Eindhoven, onder auspiciën van de ATP, gespeeld om het wereldkampioenschap met de beste acht koppels. Het dubbel, dat meestal is veroordeeld tot een bijrol, speelt deze week de hoofdrol.

De rest van het jaar, behalve op grand-slamtoernooien waar het onderdeel is van de traditie, moet het dubbel steeds vechten voor zijn bestaansrecht. Toernooi-directeuren zijn daarin tamelijk opportunistisch. De dubbelpartijen zijn handig om de lege plekken in het speelschema op te vullen, en worden zelfs onmisbaar als een finalist zich geblesseerd terugtrekt. Maar de dubbelaars, en vooral de spelers die uitsluitend dubbelen, lokken geen extra toeschouwers naar het stadion, terwijl ze de organisatie wel geld kosten in de vorm van prijzengeld en hotelkamers.

Een deel van het problematische imago van het dubbelspel is te danken aan de afwijzende houding van de huidige tennissterren. Een dubbelwedstrijd tussen twee topteams is prachtig om naar te kijken. Met flitsende rally's en snel handenwerk aan het net. Maar sinds McEnroe is gestopt zijn de sterren slechts zelden in het dubbelspel te bewonderen. Björn Borg en Jimmy Connors waren de eersten die zich afzijdig hielden van het teamwerk. Boris Becker (veertien titels) en Stefan Edberg (zestien titels) deden aan het begin van hun loopbaan nog hun best, maar beperken de inspanningen in hun nadagen. Pete Sampras vormde vroeger een vast dubbel met Jim Courier - het duo haalde in 1989 het WK, waar het alle drie de groepswedstrijden verloor - maar is tegenwoordig slechts zelden met een partner op de baan te vinden. Hij won dit jaar weliswaar zijn tweede dubbeltitel op Queens, maar dat finale-weekeinde in Londen illustreerde waarom Sampras zo schuw is. Op zondagochtend speelde hij de uitgestelde halve finale in het enkelspel, op zondagmiddag de finale. Pas op maandag kon hij de dubbelfinale afwerken.

Sinds de invoering van het open tennis in 1968, waarmee de scheiding tussen amateurs en profs verdween, hebben, behalve McEnroe, slechts vier mannen in eenzelfde jaar grand-slamtitels behaald in het enkel- en dubbelspel: de Australiërs Newcombe, Laver en Rosewall en de Zweed Edberg (in 1987 in Australië). Dubbel is een specialisme geworden. Het bereiken van de top kost te veel inzet en energie om het te kunnen combineren met een toppositie in het enkelspel. De enige die er dit jaar in slaagde in beide disciplines de top-tien te bereiken, de Rus Jevgeni Kafelnikov, heeft aan het einde van dit seizoen last van blessures en heeft al aangekondigd dat hij volgend jaar in de grand-slams het dubbel zal laten schieten. Tenslotte valt er in het enkelspel heel wat meer (eer en dollars) te verdienen dan in het dubbelspel.

De twee beste dubbelteams van de laatste jaren, de Australiërs Mark Woodforde en Todd Woodbridge (de Woodies) en de Nederlanders Jacco Eltingh en Paul Haarhuis, hebben ook in het enkelspel hun sporen verdiend. Het viertal won in totaal tien toernooien. Haarhuis staat nu negentiende op de enkelspel-ranglijst, de anderen hebben ook in de top-dertig gestaan, maar het zijn geen jongens die nog eens Wimbledon of de US Open zullen winnen, zonder partner aan hun zijde. Mét partner doen deze twee teams niet onder voor de toppers uit het enkelspel. Het beste bewijs was de prachtige vijfsetter van Haarhuis/Eltingh tegen de Duitsers Becker/Stich in de Davis-Cupontmoeting van eerder dit jaar. De Nederlanders verloren weliswaar in de vijfde set, maar waren de hele wedstrijd minstens gelijkwaardig.

De Nederlanders en de Australiërs gedragen zich ook als ambassadeurs van het dubbelspel. Vooral Eltingh hanteert altijd de aanval als de beste verdediging. “Het publiek zou graag de grote namen zien spelen in het dubbel. Maar die hebben niet de inzet om regelmatig te dubbelen, waardoor ze zich niet voor het WK hebben geplaatst. Op het WK spelen de beste dubbels. Geloof me, ik speel graag een dubbel tegen Agassi, Sampras of Muster. Dat zijn voor ons de makkelijkste wedstrijden.”

Hij vergeet daarbij te vermelden dat de toppers, als ze al eens meedoen aan het dubbeltoernooi, dat vooral als een training beschouwen. “De topspelers doen in de grand-slamtoernooien mee om te kunnen oefenen en te wennen aan de ondergrond”, vertelt Woodforde. “En daarna doen ze niet meer hun best, en verliezen ze. Dat vind ik verwerpelijk. Het gebeurde ook in Essen, een paar weken geleden. Daar kwamen we in de halve finales zonder een wedstrijd te spelen. We moesten eerst tegen Agassi, maar die had in het enkelspel verloren en gaf op. En daarna gebeurde hetzelfde met Kafelnikov en Ferreira. Dat helpt niet voor de reputatie van het dubbelspel.”

De week na Essen, bij het toernooi in Parijs, kwamen de dubbelteams en de ATP, de organisator van de tennis-tour, bijeen om over de toekomst te praten. “Een raar gesprek”, zeggen Woodforde en Jacco Eltingh in koor. De ATP stelde dat het slecht ging met het dubbelspel, terwijl de spelers juist dachten dat het de afgelopen jaren een stuk beter is geworden. “Het geeft wel aan waar de ATP het meest naar luistert”, zegt Eltingh. “Niet naar de spelers, maar naar toernooi-directeuren en sponsors.”

“Alle spelers gaven aan dat zij tevreden zijn over hoe het dubbel zich ontwikkeld”, vertelde Eltingh. “Als het zo door gaat hebben we over twee drie jaar een perfect produkt. Als het publiek één keer kijkt, zijn ze verknocht aan het dubbel. Het is gewoon hartstikke gaaf, attractief, spannend. Alleen moeten de toernooien en de ATP wel hun best blijven doen. Met simpele details, zoals het opnemen van de dubbelteams in het programma-boek, is er op eenvoudige wijze meer waardering voor het dubbel te verdienen.”

Van de plannen van de ATP om het dubbelveld bij een gewoon toernooi in te krimpen van zestien tot acht teams, zien Eltingh en Woodforde voorlopig niet veel komen. “De toernooien willen graag vier dubbelteams en vier teams van spelers, die ook aan het enkelspel meedoen”, vertelt Eltingh. “Ze willen de eerste ronde kwijt. Daarin zitten te veel gasten die voor het toernooi geen impact hebben. Voor ons is dat kassa, maar het zal lastig zijn om het goed te organiseren.”

De dubbeltoppers hebben ook weinig reden tot klagen. Ze verdienen meer met dubbelen dan in het enkelspel. Woodforde en Woodbridge, Haarhuis en Eltingh hebben ieder drie tot vier miljoen dollar verdiend, het grootste deel dankzij hun specialisme. Toch blijven ze alle vier er op hameren dat hun prioriteit bij het enkelspel ligt. “Wij zijn professionele sporters”, zegt Woodforde. “We maken gebruik van alle mogelijkheden die de sport ons biedt. Wij zijn opgegroeid met het idee dat tennis uit enkelspel en dubbelspel bestaat. Ik vind het ook geen goede ontwikkeling dat er, ook op dit toernooi, spelers zijn die alleen dubbelen en nooit in het enkelspel uitkomen. Je kan die spelers niet hun baan afpakken door dat te verbieden. Maar als ze willen meedelen in het prijzengeld, kan je daar ook verplichtingen tegenover stellen.”