Zelfgenoegzaamheid breekt De Schelde op

VLISSINGEN, 24 NOV. In de zomer van 1994 kondigde het bestuur van Koninklijke Schelde Groep (KSG) niet zonder trots aan dat de onderneming zich wilde losmaken van de overheid en streefde naar een beursgang voor of omstreeks de eeuwwisseling. De Schelde, zoals het concern in Zeeland nog altijd wordt genoemd, was na het RSV-debâcle begin jaren tachtig met steun van de staat (nu 90 procent van de aandelen) en de provincie Zeeland (10 procent) weer op de been geholpen. En mede door de monopoliepositie die de onderneming innam bij de bouw van schepen voor de Koninklijke Marine (vooral fregatten) ging het KSG - netto winst vorig jaar bijna 19 miljoen gulden - financieel redelijk goed. Zelfs zo goed dat twee jaar geleden werd besloten alle winstrechten van de grootaandeelhouders met terugwerkende kracht te voldoen. Die maatregel was een voorbereiding op een onafhankelijker positie, KSG liet op die manier potentiële nieuwe aandeelhouders zien dat het in staat was tot dividendbetaling en dacht zo de kapitaalverschaffers voor zich in te nemen.

Het is heel anders gelopen. Met een harde klap is KSG in de harde wereld van de vrije concurrentie geland. De afgelopen periode kon het bedrijf vooral wat betreft de marinebouw behaaglijk achterover leunen: de opdrachten kwamen toch wel. Maar die situatie is voorbij. De serie van acht M-fregatten is opgeleverd. Momenteel bouwt de werf nog aan een amfibisch transportschip voor de marine en deze zomer kreeg De Schelde de opdracht voor de bouw van twee luchtcommandofregatten. Maar dat is niet voldoende om de vervette onderneming winstgevend te laten draaien. Het gevaar van onderbezetting ligt op de loer, getuige de voorbeelden in Duitsland en Denemarken waar gerenommeerde marinewerven recentelijk onderuit zijn gegaan. Na de val van de Muur zijn marineopdrachten schaars geworden. En ook de andere markten waarop De Schelde zich beweegt - ketels voor afvalverwerkinginstallties en energiecentrales en apparatenbouw - is de concurrentie, onder meer uit het voormalige Oostblok en het Verre Oosten moordend.

“We waren verwend en een beetje in slaap gesust”, zegt de voorlopig als gedelegeerd commissaris optredende mr. R.C. van den Heuvel. Deze oud-Fokker bestuurder (hij vertrok bij de vliegtuigbouwer in 1987) wil er bij De Schelde fors tegenaan en schuwt harde woorden en maatregelen niet. Hij is naar eigen zeggen de drijvende kracht geweest achter de rigoureuze ingreep van de commissarissen die de complete raad van bestuur aan de kant hebben geschoven om plaats te maken voor nieuwe verse krachten en een bestuursvoorziter van buiten die er “als een soort slavendrijver” op zal moeten toezien dat KSG het nu aangekondigde actieplan ook werkelijk uitvoert. Van den Heuvel: “We maken nu en ook in 1995 nog winst en we hebben nog wat vet op de botten. Maar als we op de huidige voet doorgaan wordt het vijf over twaalf, dan is het laat. Eind 1996 of begin 1997 zullen we dan met de liquiditeit door de nullijn zakken en waarschijnlijk ook in de verliezen terechtkomen.”

Van den Heuvel (sinds kort de baas van investeringsmaatschappij Greenfield Capital Partners in Utrecht) vindt De Schelde veel te fabricage-geörienteerd. “We moeten veel marktgerichter worden, ons invechten op nieuwe markten.” Hij praat over het Vlissingse hoofdkantoor als een “bastion” dat niet goed communiceerde met de mensen die de produkten moesten verkopen.

De situatie bij KSG moet wel dramatisch snel zijn verslechterd als Van den Heuvel, mede ter rechtvaardiging natuurlijk van het plan om 425 banen te schrappen, opmerkt: “Het is cliffhanging, met je nagels aan het muurtje”. Toch ziet hij voor het concern mogelijkheden. Hij voorspelt bij het succesvol uitvoeren van het actieplan om De Schelde leaner and meaner te maken voor 1996 een nulresultaat, oplopend tot circa 30 miljoen winst in het jaar 2000. “Het kan, we hebben talent genoeg. Alleen hebben anderen misschien wat voorsprong.”

Intussen blijkt bij de werknemersvertegenwoordigers een opmerkelijke eensgezindheid te bestaan over de noodzaak van de ingrepen. Zowel ondernemingsraad als vakbonden willen uiteraard zoveel mogelijk banen proberen te redden, maar vinden de door commissarissen geschetste problemen wel herkenbaar. “Het grote probleem bij De Schelde is de zelfgenoegzaamheid. Er is echt een cultuuromslag nodig. De klanten staan niet meer vanzelf op de stoep. Plotsklaps staat het bedrijf vrij in de wind. Het beschermende hek is weggevallen”, zegt ook P. Hazelager van de Industriebond FNV.

De plannen zijn ambitieus, maar het blijft de vraag waarom de problemen nu pas zijn onderkend. “Ik denk dat we een beetje voor onze beurt hebben gesproken”, zegt men nu in Vlissingen. Maar ook MeesPierson meende anderhalf jaar geleden nog dat een beursgang tot de mogelijkheden behoorde. Later raadde ING Bank die operatie af.