Yesterday

Bij de echte liefhebbers is de cd van de Beatles niet in goede aarde gevallen maar het financieel succes is opnieuw overweldigend, hoorde ik van een kenner. Dat heeft een eenvoudige verklaring, zei hij. De Beatles hebben hun wereldsucces te danken aan de babyboomers. Op het juiste ogenblik heeft deze generatie de muziek van haar verlangen gekregen, of misschien sterker, van haar levensgevoel, haar interpretatie van de Zeitgeist. Vergelijkenderwijs heeft het gemiddelde der babyboomers zich goed in de maatschappij gehandhaafd. Dat betekent ook: meer dan het gemiddelde verhuizen. De muziek stond nog op singletjes en langspeelplaten. Bij verhuizingen gaat veel verloren, doordat het krast of breekt, maar het komt ook voor dat het plotseling als ballast wordt herkend. In de kale kamers van huizen die door babyboomers voor grotere onderkomens waren verwisseld, zag je destijds veel platen van de Beatles op de vloer. Nu, twintig jaar later, komt het eerste heimwee naar de jeugd. De eerste babyboomers zijn al met vervroegd pensioen. Oude afspeelapparatuur is spoorloos verdwenen, iedereen heeft een geluidstoren voor cd's en zo is het onvermijdelijk geworden dat er een cd van de Beatles verschijnt die als 'nieuw' wordt aangekondigd. Werkelijk nieuw is die natuurlijk niet. Deze sound van de sixties valt niet te vernieuwen - alle geschiedenis is onherhaalbaar - maar het heimwee naar de jeugd is nu ook bij de babyboomers zo krachtig geworden dat ze zich daarmee kunnen wijsmaken, 'weer even jong te zijn'. Daar is niets nieuws aan. Johan Andreas Dèr Mouw dichtte al:

'Om één jaar jong te zijn gaf 'k ziel en God, Ik die geluksdorst met ekstazen les: ja, ja, stompzinnig ergens in de Nes met dronken prolen slaan de boel kapot dan met een meid naar bed, en van genot schreeuwen en schreeuwen doen een keer of zes 'k Zou Brahman, vond ik Mephistofeles Zelfs ruilen voor Jehova Zebaoth.

Het gaat nog verder, zei deze Beatle-kenner, maar dit is de essentie; voldoende om te begrijpen hoe sterk het verlangen naar de voorbije jeugd kan zijn, ook bij iemand als Dèr Mouw, de Brahmaan. Auf der Heide blühen die letzte Rosen, ach die Jugendzeit ist schnell vorbei, schöne Jugend, tolle Jugend, zo gaat dat romantische lied waarvan maar heel weinigen de dichter kennen. Dat is geen bezwaar. Per slot van rekening willen we allemaal Strawberryfields forever maar alles wordt Yesterday. Iedere generatie heeft in dit opzicht haar eigen au fond smartelijke repertoire. Allemaal litanieën die overigens op het eerste gehoor nog wel als vrolijke liedjes kunnen klinken, maar vergis je niet: dat was toen. Nu zijn het klaagzangen.

Hoe zit het met de ouders van de babyboomers? vroeg ik.

Dat is moeilijk te zeggen, zei hij. Je had er die in de oorlog naar de Engelse radio luisterden. Als je de naam Geraldo noemt, klaart hun gezicht op. 'Hello again, here are we on the radio again,' beginnen ze te zingen. En dan bijvoorbeeld: 'She's a sweetheart in a million, oh-ho oh-ho, Aurora' maar ook weten ze van de schlagers. Ze noemen Evelyn Künnige, kijken dromerig en zingen: 'Wenn die Sonne hinter den Dächeln versinkt, dann bin ich mit mein Sehnsucht allein.'

Vertel verder! Is er een generatiekloof?

Dat is moeilijk te zeggen, zei hij. Je moet wel bedenken dat de voorlijksten van de ouders der babyboomers al in zekere zin de boodschap van de beat hebben meegekregen. Ik noem Cab Calloway die het Heybabereeba! wereldbekendheid heeft gegeven. Misschien niet in musicologische zin maar wel door de wisseling der generaties loopt van hem een rechte lijn naar Bill Haleys Rock Around The Clock dat van 1955 is maar ook wel als de Marseillaise van de jaren zestig wordt beschouwd. Hier bekend geworden door de film Blackboard Jungle. En dan kom je vanzelf terecht bij de Beatles en de Stones. Twee partijen eigenlijk, als Arminius en Gomarus.

Vind je niet dat de heimwee-industrie langzamerhand een hoge vlucht neemt?

Daar hebben wij niets over te zeggen. Al het verleden, de hele geschiedenis wordt geindustrialiseerd. Denk eens aan Jurassic Park. Je zou kunnen stellen dat de Schepping de grondslag voor één grote geldklopperij is geworden. De een is er handiger in dan de ander maar we doen er allemaal aan mee. Door mee te doen aan de vernieuwing laat je de mensen verdriet hebben om wat voorbij is en zowel met het één als het ander valt weer geld te verdienen. Op die manier blijft iedereen tevreden. Zo simpel is het in de wereld van het amusement. De Beatles zijn wel een voorbeeld maar geen uitzondering.