Werkloosheid loopt op; Opleving Duitse conjunctuur is vrijwel voorbij

BONN, 24 NOV. De opleving van de Duitse econonomische conjunctuur, die vorig jaar in de vroege zomer inzette, is nagenoeg voorbij. De totale produktie van goederen en diensten groeit niet meer, de voor conjuncturele prikkels altijd gevoelige arbeidsmarkt staat stil.

Dit schrijft het Duitse ministerie van economische zaken in zijn maandbericht over november.

Het ministerie constateert dat er geen kans is “op een snelle en wezenlijke verbetering” van de werkgelegenheid, die 2,5 jaar na de zwaarste recessie die de Bondsrepubliek kende, nog steeds “uiterst onbevredigend” is.

In West-Duitsland daalt het aantal mensen met een baan nog steeds, alleen in juli viel het aantal actieven daar met 175.000 terug tot 28,4 miljoen, terwijl het aantal werklozen opliep tot 2,5 miljoen. In Oost-Duitsland groeien de economie (circa 7 procent) en het aantal banen (6,46 miljoen), maar vanaf een laag niveau. Toch loopt ook daar de werkloosheid sinds het tweede kwartaal op (tot ruim 1 miljoen), mede door het aflopen van allerlei werkgelegenheidsprogramma's van de overheid.

Zowel de vraag als de produktie viel in Duitsland in het tweede en derde kwartaal licht terug, waarbij de conjunctele flauwte in de bouwindustrie een duidelijke rol speelde.

Voor de export is de, internationaal gesproken, dure D-mark een handicap, terwijl de kostenverhogende effecten van de dit voorjaar afgesloten cao's voor de export én de nationale markt meetellen. Een lichtpunt noemt het ministerie van economische zaken de lage inflatie: de prijzen voor consumenten zijn maar 1,6 procent hoger dan een jaar geleden.

Het afvlakken van de groei was de afgelopen weken voor de Bundesbank en een reeks economische instituten al reden geweest om hun prognoses voor 1996 te corrigeren van drie naar twee procent, of zelfs nog daaronder. Uit enquêtes blijkt dat bedrijven in Oost-Duitsland aanmerkelijk minder optimistisch zijn dan een paar maanden geleden. Het aan ondernemersverenigingen gelieerde Berlijnse economische onderzoeksinstituut (IW) voorziet daarom ook in de vroegere DDR voorshands weinig groei van de werkgelegenheid.