Waarschuwingen in Israel tegen 'orthodox fascisme'

TEL AVIV, 24 NOV. De moord op premier Yitzhak Rabin door de extreem-nationalistische orthodoxe rechtenstudent Yigal Amir heeft de kloof tussen seculiere en orthodoxe joden in de Israelische samenleving vergroot en het prestige van rabbijnen aanzienlijk ondermijnd.

Uit een deze week in het blad Yediot Ahronot gepubliceerde opiniepeiling blijkt dat 64 procent van de Israeliërs gelooft dat de afstand tussen de seculiere en orthodoxe joden sedert de moord groter is geworden, terwijl 68 procent minder respect heeft voor rabbijnen. Uit de opiniepeiling blijkt ook dat 39 procent van de religieuze zionisten van mening is dat de democratische wetten van de staat Israel moeten wijken voor de halacha, de joodse religieuze traditie, dat wil zeggen vóór een fundamentalistische, anti-democratische joodse staat is. De overgrote meerderheid van beide groepen - 91 procent - is echter voor toenadering tussen de seculiere en religieuze jeugd. De noodzaak van toenadering tussen beide sectoren in de Israelische maatschappij is ook de strekking van een artikel van de schrijver David Grossman in Yediot Ahronot, dat naast de opiniepeiling verscheen. Naast afkeer van de extremistische messiaanse deviatie van het religieuze zionisme heeft Grossman oog voor de versluierde gemeenschappelijkheid tussen de seculiere en orthodoxe Israeliërs, die uit dezelfde bronnen putten. Hij hoopt dat het traumatische effect van de moord op Rabin tot inkeer zal leiden. Daardoor zou een dialoog weer mogelijk moeten worden. Pogingen om een dialoog op gang te brengen hebben op verschillende niveaus plaats. Donderdagavond zaten voor de eerste maal sedert lange tijd vertegenwoordigers van de raad van joodse nederzettingen en van de 'Vrede Nu' beweging urenlang bij elkaar om althans, zonder afstand te doen van principes, tot een zinvolle en beleefde discussie te komen over de toekomst van Israel. Deze inspanningen kunnen de ideologische kloof tussen links en rechts, die gapende wonden in de Israelische samenleving heeft geslagen, echter niet verhullen. Invloedrijke publicisten waarschuwen dat het op inkeer lijkende zelfonderzoek van korte duur is, omdat in wezen de standpunten over de toekomst van Erets-Israel, het land van Israel, ongewijzigd zijn gebleven.

Niemand is zich daar meer van bewust dan Michael Ben-Yair, de rechtskundig adviseur van de regering, die gisteren besloot geen strafvervolging te gelasten tegen rabbijnen die een paar maanden geleden op halachische gronden besloten dat religieuze soldaten orders moeten weigeren om nederzettingen te ontruimen. “Dat zou meer problemen scheppen dan oplossen”, stelde hij vast. Gemakkelijker is het aanhangers van de Kach-beweging op grond van vier jaar oude beschuldigingen nu via de rechter achter slot en grendel te plaatsen, zoals deze week gebeurde. Reserve-kolonel Micha Regev, die opgroeide in de religieus-zionistische Bnei-Akivabeweging en vervolgens via een jesjiva-hesder (een theologisch opleidingsinstituut waarvan de studenten hun militaire dienstplicht vervullen, in tegenstelling tot studenten aan de jesjivot van de Harediem, God-vrezende joden die niet dienen) in een elite-eenheid diende, waarschuwde premier Rabin dit jaar dat kolonisten in reactie op de ontruiming van delen van de Westelijke Jordaanoever naar de wapens zouden grijpen. “De extremistische stroming onder het nationaal-religieuze segment van de bevolking is veel groter dan wordt verondersteld en de volgelingen daarvan zullen het vredesoverleg als verraad blijven zien”, zei hij. Regev, die de orthodoxie heeft ingewisseld voor een seculiere levensopvatting, waarschuwt voor de rampzalige invloed van rabbijnen op soldaten die van de jesjivot hesder komen en in het leger en in de maatschappij sleutelposities innemen die vroeger in handen waren van de jeugd uit de seculiere kibbutsiem. Jaarlijks sturen de rabbijnen tussen de 3.000 en 4.000 studenten naar het leger met de opdracht in welke eenheden te dienen. In de elite-eenheden, die op basis van vrijwilligheid recruteren, maken studenten van jesivot hesder inmiddels 30 procent van het aantal soldaten uit. In sommige eenheden hebben vier van de tien officieren een dergelijke achtergrond.

Professor Harskor, een bekende Israelische historicus, behoort niet tot diegenen die deze categorie soldaten onder de 'goede jongens' indeelt, zoals tot voor kort de gewoonte was in de Israelische samenleving. Zij droegen immers door hun pioniersgeest en wilskracht nog de schijn van zionistische waarden uit, die in de materialistische Israelische samenleving van vandaag ten onder gaan. Harskor waarschuwt dat Israel “verloren” is, als tegen destructieve fundamentalistische krachten niet snel maatregelen worden genomen. Wie het begrip 'fundamentalistisch' wat te gechargeerd vindt, krijgt van Harskor de volgende definitie voorgeschoteld waaronder de 'goede jongens' en hun geestelijke vaders, de rabbijnen in de bezette gebieden, vallen: “Het is orthodox fascisme. Laten we ons niet vergissen, het is fascisme, een irrationele gewelddadige beweging die een rechtse dictatuur wil.” Volgens professor Harskor hebben het joodse en islamitische fundamentalisme veel overeenkomsten, zoals verwerping van de Westerse cultuur en afwijzing van democratie en gelijkheid van de seksen. De doodstraf die wijlen imam Khomeiny in Iran tegen de Britse schrijver Salman Rushdie uitsprak, stelt hij op één lijn met din hamawet, het doodsoordeel dat over premier Rabin werd uitgesproken en door Yigal Amir werd voltrokken. “Wij in het bijzonder moeten ons hoeden voor het fascisme omdat daaruit de holocaust is voortgekomen”, waarschuwt hij.