Vertwijfeling bij hockeysters na nederlaag tegen Canada

ROTTERDAM, 24 NOV. Het optimisme waarmee de Nederlandse vrouwenhockeyploeg negen dagen geleden aan het olympische kwalificatietoernooi in Zuid-Afrika begon, is na de reeks teleurstellende prestaties omgeslagen in vertwijfeling. Gisteren was zelfs het reeds uitgeschakelde Canada met 1-0 te sterk voor het team van bondscoach Tom van 't Hek. Drie minuten voor tijd passeerde Karen McNeill uit een strafcorner doelvrouw Jacqueline Toxopeus in een wedstrijd waarin de ontzielde Europees kampioen geen moment aanspraak mocht maken op de overwinning.

De blamerende nederlaag tegen de hekkesluiter was Oranjes tweede verlies op het plaatsingstoernooi in Kaapstad en kwam niet geheel onverwachts, gelet op het bedroevende spel dat de nationale ploeg heeft laten zien. In de drie voorafgaande duels kwam het elftal niet verder dan een zwaarbevochten gelijkspel tegen achtereenvolgens Zuid-Korea, China en Groot-Brittannië. Alleen in de wedstrijd tegen Zuid-Afrika behaalden de hockeysters een benauwde overwinning (3-2). “Je kunt niet blijven roepen dat we beter kunnen dan we laten zien. Je moet je afvragen of we wel voldoende niveau hebben”, zei Van 't Hek direct na het duel tegen Canada, dat in de voorbereiding drie keer achtereen was weggespeeld, twee keer met 4-0, een keer met 2-0.

Na zes wedstrijden bezet Nederland in het tussenklassement een wankele vijfde plaats, net vóór China dat een minder doelsaldo heeft: -1 tegen -2. De bovenste vijf kwalificeren zich voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Atlanta. Morgen speelt Oranje in de afsluitende wedstrijd tegen koploper Duitsland. De lijstaanvoerder is als enige van de acht deelnemende landen al verzekerd van een olympisch startbewijs. China neemt het eerder op de dag op tegen nummer drie Argentinië, de vice-wereldkampioen die vandaag in het duel met Groot-Brittannië plaatsing veilig kan stellen.

“Duitsland kan vrijuit spelen, maar zal niets cadeau doen. Voor ons wordt het een alles-of-niets-wedstrijd. Misschien dat dat gegeven nu eindelijk eens bevrijdend werkt. Anders weet ik het ook niet meer. Ik heb alles al geprobeerd. Praten, troosten, kwaad worden, noem maar op. Het heeft allemaal niets geholpen tot dusverre. Ik zit nu al zo'n twintig jaar in de sport, maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt”, zei Van 't Hek vanmorgen. “Maar van radeloosheid of iets dergelijks is nog geen sprake. We dragen de ellende met z'n allen, dat is voorlopig het enige lichtpuntje.”

De oud-international heeft geen sluitende verklaring voor het collectieve falen van zijn team op het elfdaagse toernooi dat Van 't Hek vooraf herhaaldelijk heeft bestempeld als “wellicht het belangrijkste toernooi in de geschiedenis van het Nederlandse vrouwenhockey”. “Ik kan blijven zoeken maar ik vind het antwoord maar niet. Als ik het zou weten, zou ik het zeggen.”

“Feit is dat we tot dusverre keer op keer mentaal ten onder zijn gegaan. In nog geen enkele wedstrijd hebben we naar onze mogelijkheden en kwaliteiten gespeeld. We hebben het helemaal aan onszelf te wijten.”, aldus Van 't Hek die zijn lot als bondscoach verbonden heeft aan het welslagen van de missie in Zuid-Afrika. Als Nederland kwalificatie misloopt, levert Van 't Hek zijn nog twee jaar lopende contract onherroepelijk in bij de hockeybond.

Illustratief voor de malaise binnen de Nederlandse ploeg is de falende strafcorner. Oranje mocht in de afgelopen zes duels in totaal liefst 48 keer aanleggen vanaf de cirkelrand. Slechts drie keer sloegen de hockeysters raak vanaf vijftien meter. “Die strafcorner die maar niet loopt is een uiting van het volstrekte gebrek aan zelfvertrouwen.”

De glans van de Europese titel - de eerste internationale prijs in vijf jaar - die de ploeg eind juni in Amstelveen veroverde, is door de tegenvallende prestaties inmiddels grotendeels verbleekt. De hockeyvrouwen lijken terug bij af. Bij zijn debuut als bondscoach, nu ruim een jaar geleden, constateerde Van 't Hek een schrijnend gebrek aan mentale hardheid. Vlak voor het vertrek naar Kaapstad stelde de coach begin deze maand na het laatste oefenduel tegen Duitsland (1-0) nog opgewekt vast dat het gemis aan karakter tot het verleden behoorde. “Maar dit toernooi bewijst voorlopig helaas het tegendeel.”