Verstand of profijt

De Gids 1995/11+12. Uitg. Meulenhoff, 203 blz., ƒ 32,50.

De Gids is niet meer wat hij geweest is. En dat is heel plezierig. Er ligt nu een dubbelnummer over vrouwenlevens, een onderwerp dat jaren- en jarenlang, zeg maar sinds de vorige eeuw, ondenkbaar zou zijn geweest voor dit blad. Deze honderdachtenvijftigste jaargang is een revolutionaire gebleken, sinds in september 1994 een nieuwe, jonge en deels vrouwelijke redactie aantrad. Nog pas acht jaar geleden koos De Gids zijn allereerste vrouwelijke redacteur, en nu stelt Christel van Boheemen in haar inleiding van dit vrouwennummer de vraag 'Hoeveel verder zijn wij in 1995 dan Mary Wollstonecraft tweehonderd jaar geleden?'

Een beetje beteuterd klinkt ze, over de keuzemogelijkheden die een vrouw had en heeft in deze patriarchaal geordende wereld. “Er speelt meer bij de levenskeuze van een vrouw dan het verstand of het profijt.” De rollen liggen nog altijd muurvast, 'intrapsychisch' gezien, maar er zijn vrouwen, opvallend vaak schrijvende, die zich ontworsteld hebben aan de beperkingen zónder zich daarbij buiten de samenleving te plaatsen. Over zulke vrouwen en hun strategieën gaat De Gids, met zeventien artikelen en zes dagboekfragmenten. Helemaal aan het eind van de ruim 200 bladzijden staan oudredacteuren Frits Staal en H.B.G. Casimir met korte bijdragen over natuurkunde en filosofie, die enige tijd geleden wel zes keer zo lang en prominent vóóraan in De Gids zouden hebben gestaan.

Zinaida Hippius, Hélène Cixous, Julia Kristeva, Leni Reifenstahl, Else Lasker-Schüler, Clara Schumann, Simone de Beauvoir, Lou Andreas-Salomé, Marina Tsvetajeva, Irère Joiliot-Curie (dochter) en Janet (zusje) Jackson - allemaal sterke, creatieve vrouwen aan wie het goed optrekken is. Virginia Woolf ontbreekt nu eens een keer, in haar plaats kwam de door Woolf aan het stof onttrokken achttiende-eeuwse Engelse protofeministe Mary Wollstonecraft. Martien Kappers beschrijft haar als een krachtige, actieve vrouw die smolt tot een zielig hoopje ellende en afhankelijkheid door een liefde - “dezelfde vrouw die had geschreven [in A Vindication of the Rights of Women, 1792] dat vrouwen hersens hadden gekregen om ze te ontwikkelen en niet alleen om voor het eten en het linnengoed te zorgen, vertrouwde nu haar minnaar toe dat ze nieuwe boeken ongeopend terzijde legde. 'Ik wacht tot jij ze me voor kunt lezen terwijl ik de sokken stop', schreef ze.” Weg ratio, en het zou Wollstonecraft nog een keer overkomen dat ze al haar verstandelijke principes graag liet varen voor haar gevoel en een 'hartstochtelijke huiselijkheid'. Kappers windt zich er tweehonderd jaar later nóg over op, maar Van Boheemen vreest niet zomaar dat veel van de hedendaagse autonome vrouwen als het erop aankomt Mary Wollstonecrafts zullen zijn.

De zo bij uitstek door gevoelens gedreven dichteres Marina Tsvetajeva, met haar buitensporig tragische levensloop, wordt door Johan de Boose 'bijna mannelijke moed' toegeschreven, maar een strategie volgde zij niet. Ook al geen bruikbaar voorbeeld voor moderne vrouwen dus. Nelleke Noordervliet vindt geen uitgezette tactiek in het werk van de dames De Staël, Wolff, Van Zuylen en Burney; hooguit een gemeen hebben van talent, uitzonderlijkheid, onverschrokkenheid, ambitie, en moed conventies te trotseren. Fysicus Frans Saris ziet in (bèta)onderwijs hèt middel; Winnie Sorgdrager adviseert vrouwen voor een optimaal maatschappelijk succes vooral 'zichzelf te blijven' maar daarbij wel, net als zijzelf, de emoties in toom te houden. Clara Schumann slaagde in haar leven als moeder, echtgenote, dochter, pianiste en componiste, heel anders dan Winnie Sorgdrager, door een gecompliceerd spel met maskers, door 'projectieve identificatie' zoals analytica Halberstadt-Freud het in haar analyse noemt. “Mijn conclusie is dat Clara en Robert zowel emotioneel als professioneel elkaars complement vormden. Zijn gedrag vertolkte haar verdrongen passiviteit en depressiviteit. (-) Ik neem aan dat Clara het kleine huilende meisje in zichzelf tot zwijgen kon brengen door haar zwakheden in haar partner te projecteren en ze zo mee te beleven.” Geen advies om direkt ten uitvoer te brengen; en bovendien kóós Clara niet voor de zorg voor haar zeven kinderen en zes kleinkinderen naast haar carrière - er waren eenvoudig geen goede voorbehoedsmiddelen, en de zorg liet ze over aan personeel.

Welke nuttige strategieën vallen er dan te distilleren uit deze dikke Gids? De 'strategieloze overgave' van Else Lasker-Schüler? Het vegetarische huwelijk van Lou Andreas-Salomé? Het lang niet altijd geslaagde 'bewuste zelfontwerp' van Simone de Beauvoir dan? Riefenstahl werkte voor Hitler en Goebbels, Tsvetajeva hing zich, 'mannelijke moed' ten spijt, op, en Janet Jackson toont weliswaar 'total control' maar is eigenlijk nog te jong om goed ontleed te worden. Het inspirerende artikel 'Nationaliteit: literair' van Christa Stevens over Hélène Cixous trekt nog het meest. Ze delegeerde haar 'vrouwelijke levenstaken' aan moeder en grootmoeder, en schreef als een bezetene een oeuvre van 45 boeken - “adem, ademhalen, een noodzaak net zo dwingend als opstaan, aanraken, eten, kussen, je behoefte doen. Als ik niet schrijf, is het alsof ik dood ben”. Cixous maakte volgens Stevens een Gesamtkunstwerk van haar leven. De hamvraag komt in het stuk over De Beauvoir van filosofe Karen Vintges: “Vrouwen kunnen meesterwerken hebben geschreven, carrières hebben gemaakt, grote politica's zijn, maar slechts één ding interesseert ons: WAS ZIJ GELUKKIG?”