Thilo Bode, manager van een milieu-multinational; Greenpeace kan de wereld niet redden

Greenpeace moet zich professioneel organiseren, maar zonder zijn radicaliteit te verliezen. Dat vindt de nieuwe executive director, de Duitse econoom Thilo Bode, die de interne structuur van deze milieu-multinational wil verstevigen. “Onze doelen moeten duidelijker zijn, onze campagnes zichtbaarder. Maar fysiek zullen we altijd het onderspit delven.”

Greenpeace staat in de schijnwerpers. Sinds de actie tegen de dumping van de Brent Spar en de strijd tegen de Franse kernproeven op Mururoa vormt zelfs het statige pand van 'de Coca Cola van de milieubeweging' aan de Amsterdamse Keizersgracht een attractie voor in rondvaartboten passerende buitenlandse toeristen. Beneden zetelt Greenpeace Nederland, met zeshonderdduizend donateurs een van de belangrijkste afdelingen van de milieu-actiegroep. Op de bovenverdieping resideert Greenpeace International, waar sinds 4 september executive director Thilo Bode (48) de scepter zwaait. Even voor ons gesprek geeft hij zijn eerste persconferentie, geflankeerd door twee collega-directeuren. De aanwezige journalisten ontvangen op honderd procent chloorvrij papier een terugblik op de 'Greenpeace successen 1995'.

Het Duitse weekblad Der Spiegel omschreef Bode onlangs als “een opvallend onopvallende, burgerlijke, stijve man” en als “een grijze muis met een staatsmanachtig steriel charisma, een automaat met een poker-face”. Zelf is hij het absoluut niet met die typeringen eens. “De werkelijkheid is complexer.”

De Duitser Bode - gescheiden, vader van twee kinderen, jaarsalaris 190.000 gulden - bewoont tijdelijk een gemeubileerd appartement in Amsterdam. Zodra ook zijn vriendin in de hoofdstad een baan heeft gevonden, gaat hij echt verhuizen. In de eerste maanden van zijn directeurschap van Greenpeace International bezocht hij de vestigingen in de Verenigde Staten, Brazilië, Mexico, Argentinië, Zwitserland en Frankrijk. Na een week vakantie in het Franse Normandië - net in de week dat Frankrijk de vierde in een reeks omstreden kernproeven op Mururoa houdt - gaat hij weer op reis naar Zweden, Rusland en opnieuw de Verenigde Staten. Daarnaast was zijn belangrijkste bezigheid het doorvoeren van een interne reorganisatie die 35 van de 170 personeelsleden van Greenpeace International hun baan kostte. Hij spreekt in de taal van een directeur van een grote internationale onderneming. “Ik wil tegelijkertijd extern en intern mijn prioriteiten stellen”, zegt hij gedecideerd. “In februari laat ik de directeuren van alle kantoren bijeenkomen. Ik wil ze duidelijk maken waar ik heen wil: een sterk directieteam opbouwen, het management en de campagneplannen verbeteren.”

Thilo Bode groeide op in een vaderloos gezin. Zijn moeder zag hij alleen in de weekeinden, zijn grootmoeder voedde hem op. “Ik maakte typisch de ontwikkeling door van een enig kind”, meent hij. “Moeite met het leggen van contacten, op mezelf gericht. Dat zit er nog steeds wel een beetje in. Ik heb weinig vrienden.” Hij is econoom en studeerde af op direct investment in Maleisië. Bij de Kreditanstalt für Wierderaufbau - een Duitse staatsbank voor ontwikkelingshulp - werkte hij drie jaar lang als projectmanager voor infrastructuurprojekten in Noord-Afrika. Later maakte hij deel uit van de directie van een metaalbedrijf, in 1989 volgt zijn benoeming tot directeur van Greenpeace Duitsland.

Bode beschouwt zichzelf als “zeer hardnekkig”. Hij heeft de neiging alles te serieus te nemen, vindt hij. “Ik wil altijd snel veranderingen doorvoeren, maar bij Greenpeace moet ik geduld betrachten. De organisatie is zeer snel gegroeid, we hebben kantoren in dertig landen. In Nederland of Duitsland maken we deel uit van het establishment. Als Greenpeace in Guatemala demonstreert, is dat op zichzelf al een uiting van een elementaire vorm van burgerrechten. Maar het blijft gevaarlijk je aan de top van de sociale beweging te nestelen: Greenpeace kan de wereld niet redden.”

In vier jaar tijd is het aantal leden van Greenpeace afgenomen van 4,8 tot 3,1 miljoen, het budget voor 1995 is vooral als gevolg van teruggelopen donaties in de Verenigde Staten met tien miljoen gulden verminderd. Wat denkt u daaraan te kunnen doen?

“Ik heb geen enkel taboe bij de ontwikkeling van strategieën om groter te worden. Ik wil geen beweging zijn die een paar vissen redt: ik wil echt iets doen. En daartoe heeft Greenpeace maatschappelijke invloed nodig. Ik spreek niet over macht, maar over invloed. Dat kan alleen als we ons professioneel organiseren, maar zonder onze radicaliteit te verliezen.”

Toch lopen de belangen uiteen. Tijdens de Brent Spar-actie waagden sommigen in rubberbootjes hun leven, terwijl u intussen onderhandelingen voerde met de Shell-directie. De soldaten vechten aan het front, terwijl de generaals van de strijdende partijen onder het genot van een drankje besprekingen voeren.

“Zo was het niet. We hebben niets gedronken. Het waren harde gesprekken. Ik moest ze erop wijzen dat ze onze mensen in levensgevaar brachten. En ik moest ze zeggen: als u daarmee niet ophoudt, verhogen wij de druk.”

U heeft mediatraining gehad. Wat heeft u daarvan geleerd?

“Korte zinnen maken. Zes jaar Greenpeace hebben mij duidelijk gemaakt dat we met de media moeten leren leven, omdat zij onze bondgenoten zijn. Dat betekent ook dat wij moeten accepteren dat ze ons scherper in de gaten houden, naarmate wij invloedrijker worden. Natuurlijk hebben we ook echte vijanden, zoals de IJslandse journalist Magnus Gudmundsson. Mensen die jarenlang valse informatie verspreiden, bijvoorbeeld dat we geheime rekeningen zouden hebben.”

Die heeft u toch ook?

“Iedere internationale onderneming heeft ze. Dat moet. Uit bescherming tegen schadeclaims zijn wij gedwongen ons vermogen over meerdere maatschappijen te spreiden, maar we vermelden dat keurig in onze balans, alles wordt gecontroleerd door accountants. Het is dus smeerlapperij ons daarover lastig te vallen. Als wij een kerncentrale een dag lang stil weten te leggen, probeert men ons voor de schade aansprakelijk te stellen en desnoods beslag te leggen op onze bankrekeningen. Daarom zitten we in Nederland, waar stichtingen een verregaande financiële bescherming genieten. Als ons hoofdkantoor niet in Amsterdam had gestaan, waren we allang failliet geweest.”

U stelt herhaaldelijk dat de kwaliteit van de Greenpeace-acties dient te verbeteren. In welk opzicht?

“Wat betreft de Brent Spar: onze meetfout was ongelukkig - dat heeft natuurlijk met management te maken -, al heeft die op geen enkele wijze onze overwinning beïnvloed. Ik vind het absoluut correct dat we duidelijk hebben gemaakt ons vergist te hebben. Maar de manier waarop Greenpeace Londen zijn excuses heeft aangeboden was onhandig. Ze hadden dat van tevoren aan mij moeten voorleggen en dat is niet gebeurd.

“Dat we bij Mururoa onze schepen zijn kwijtgeraakt, was onvermijdelijk. De Fransen hadden een duidelijke strategie om ons lam te leggen. Ze houden onze schepen nog steeds vast. Illegaal, maar ze doen het. Dat is een daad van staatsgeweld. Wij zijn geen militaire macht: fysiek zullen we dus altijd het onderspit delven. Van te voren had ik niet durven dromen dat er zo'n wereldwijd protest zou ontstaan tegen de kernproeven. Daarover mogen wij dus tevreden zijn. Ook bij deze actie is het zo: in de nederlaag ligt onze overwinning besloten.

“We hadden niet de indruk mogen wekken dat we de Fransen zouden kunnen verslaan. Daar zijn zeker lessen uit te trekken, vooral van tactische aard. Onze doelen moeten duidelijker zijn, onze campagnes zichtbaarder. De Brent Spar was zo mooi, omdat het om een simpele boodschap ging: niet in zee dumpen dat ding, terwijl er tegelijkertijd een heleboel achter zat: Noordzee, vervuiling, olie. Kortom, een klassieke Greenpeace-campagne.”

Voor Greenpeace is de vertaalbaarheid van de boodschap dus belangrijker dan de inhoudelijke afweging?

“Helemaal niet. Bij ieder probleem moet je een hefboom zoeken waarmee je een complexe zaak kunt reduceren tot een eenvoudige eis die de mensen begrijpen, dat is de kunst. Een goede actie heeft een probleem nodig, een tegenstander en een symboolwerking. Er was bij Greenpeace een tijd van actie-inflatie. Als je twintig keer uit protest in een fabrieksschoorsteen klimt, interesseert dat niemand meer. Het blokkeren van een fabrieksuitgang is slaapverwekkend, daar zit geen emotie aan vast.”

De Greenpeace-acties bij Mururoa hebben tot interne conflicten geleid: campagneleider Ulrich Jürgens is overgeplaatst en daarna opgestapt; Thomas Schulz, coördinator voor ontwapening en atoomenergie, haalde tegenover de media hard uit naar zijn collega's die zouden zijn bezweken voor de verleiding om er een spectaculaire actie van te maken en daarmee de opdracht negeerden om de schepen niet in gevaar te brengen. Thilo Bode wenst zich niet in detail over deze kwesties uit te laten. “Over personele aangelegenheden praten wij nooit in de openbaarheid. Als de betrokkenen dat wel doen, is dat hun probleem.” Het vertrek van Jürgens betreft volgens hem in ieder geval “uitsluitend een persoonlijk verschil van mening”. Van een spanningsveld tussen 'actietypes' en burocraten wil hij niets weten. “Dat is een geconstrueerde tegenstelling. Neem bij voorbeeld de man die onze CFK-loze ijskast - toch geen sexy produkt - heeft ontworpen. Juist hij was een groot voorstander van de Brent Spar-actie.” Bode wijt de interne conflicten waar Greenpeace al zo lang mee kampt aan 'het grote gemeenschapsgevoel' bij zijn medewerkers. “Daarom ben ik ervoor dat er geen overidentificatie plaats heeft. Onze mensen moeten ook hobbies hebben, zodat ze niet dag en nacht alleen met Greenpeace bezig zijn.”

Om de waterscheiding tussen de actievoerders - intern vaak als helden beschouwd - en de anderen zoveel mogelijk te beperken, heeft Bode de oekaze uitgevaardigd dat voortaan ook de directie aan actietrainingen moet deelnemen. “Onze financieel directeur is net drie dagen op cursus geweest: op ladders klimmen, pseudo-politieagenten van zich af zien te houden.” Zelf demonstreerde Bode op het Plein van de Hemelse Vrede tegen de Chinese kernproeven. “Ik was bang”, zegt hij onomwonden. “Ik werd gearresteerd en zat 36 uur gevangen. Ik moest daar een in het Chinees gestelde verklaring ondertekenen. Je weet nooit van tevoren wat er zal gebeuren. Het had ook op een half jaar cel kunnen uitdraaien.”

De Greenpeace-directeur is evangelisch luthers, maar hij is uit de kerk getreden. “We weten nog veel te weinig om over God een oordeel te kunnen vellen.” Als we doorgaan onze eigen levensfundamenten te verstoren, zal de mens het als soort niet lang volhouden, verwacht hij. “De eerste door mensen veroorzaakte evolutionaire wending zal het verdwijnen van de mens zelf zijn. Nieuwe soorten zullen dan onstaan, maar dat mag geen reden zijn uitsterving van de huidige soorten niet te voorkomen. Als gevolg van het broeikaseffect zal de wereld misschien ooit in een woestijn veranderen. Maar de aarde is nu vier miljard jaar oud en zal ongeveer de acht miljard jaar halen. We zijn dus pas halverwege.”