Te veel doden voor blijdschap in Sarajevo

SARAJAVO, 24 NOV. 'Het laatste oorlogsslachtoffer', staat op het papier dat tegen de muur van de bar is geplakt. Toen bekend werd dat in Dayton het vredesakkoord tot stand was gekomen, werden in het kleine hotel in de Bosnische hoofdstad de champagneflessen ontkurkt. “We moesten toch iéts”, zegt de manager. Dan kijkt hij omhoog naar de verbrijzelde lamp. Een kurk was recht tegen de plafondlamp aangeknald. De VN-waarnemer die eronder zat kreeg een douche van scherven over zijn hoofd. “Zodra het geluid van het glas klonk, dook iedereen meteen op de grond”, vertelt de manager. En het feestje was voorbij.

'Hopen we', heeft receptioniste Sejla (28) met viltstift achter de triomfantelijke mededeling 'laatste slachtoffer' gezet. Niet meer dan het voordeel van de twijfel geeft ze het vredesakkoord. “We zullen zien”, zegt ze terwijl ze een nieuwe klant inboekt. Maar vertrouwen? Nee, dat heeft ze niet meer. “Dat hebben we in Sarajevo afgeleerd.” Scepsis en gelatenheid. Daarmee wordt in Sarajevo het vredesakkoord ontvangen. Een vrouw met een boodschappentas haalt haar schouders op. Ze heeft er zéker niet op getoost. “Weet u wat voor mij nog het beste eraan is? Dat ik dan niet meer elke dag hoef te vrezen voor het leven van mijn zoon.” Ze vervolgt haar weg in de strooptocht om betaalbaar voedsel. Erg goed zijn de Bosniërs er in Dayton niet afgekomen, vinden ze zelf. De moslimenclaves Srebrenica en Zepa zijn voorgoed verloren. En aan hun droom van een multi-etnisch en ongedeeld Bosnië is feitelijk een einde gekomen. “Er zijn teveel slachtoffers gevallen om hier blij mee te kunnen zijn”, zegt Keno (40). In zijn versleten uniform klimt hij de heuvel op van de wijk Vratnik. Nee, hij is niet boos op zijn president Izetbegovic die in Dayton door de Amerikanen onder zware druk is gezet. “Hij kon niet anders”, meent Keno. Maar van de wereld had hij meer verwacht. “Alsof wij hetzelfde zijn als Serviërs en Kroaten. Alsof we niet zijn aangevallen door mensen die een etnisch gezuiverd Bosnië willen, terwijl wij altijd hebben gevochten voor een verenigd Bosnië.”

Hoger en hoger loop ik de wijk in. De ramen van de lage huisjes zijn nog steeds met plastic bespannen. Het wegdek glad van de bevroren sneeuw. Rechts een kerkhof vol verse graven. Er staan wat mensen in de winterzon. Zo klim ik steeds hoger, tot aan het uiterste puntje van de stad. Tot daar waar de frontlijn met de Serviërs is. Anderhalf jaar geleden had ik daar een jonge moslimsoldaat op zijn uitkijkpost ontmoet. “Ik zal hier nog honderd jaar zitten”, had hij voorspeld.

Pag.5: Hier is te veel gebeurd om blij te zijn

“Tot ik een lange grijze baard heb. Net als de cetniks daar.” Hij had me de gele lijn van zandzakken gewezen van waarachter de Serviërs de stad beschoten. Met zijn verrekijker kon ik de poppetjes zien. Nu is de soldaat verdwenen. En ook de vrouw in wier achtertuintje hij bivakkeerde is weg. Naar Europa vertrokken, vertellen de buren. Zoals duizenden andere inwoners van Sarajevo. “Maar de Serviërs zitten er nog hoor”, wijst de buurman. “Alleen schieten ze nu even niet.”

Hij draait zich om en kijkt over de stad. De besneeuwde daken, de zachte nevel waaruit de minaretten opsteken. Daar is de zogeheten 'sluipschuttersboulevard', waarachter de Servische wijken van de stad beginnen. Volgens het vredesakkoord moet Sarajevo weer één ongedeelde stad worden. Gelooft hij dat? De man aarzelt. “Het is allemaal zo dichtbij”, zegt hij. “En die mensen zijn ook inwoners van Sarajevo.” De burgers daar zijn niet schuldig aan de oorlog. Een paar van zijn oude collega's wonen in het Servische deel. Ze gingen daar soms samen naar het voetballen. “Maar er is zoveel gebeurd.” De oude man rilt in zijn dunne uniform. Het kwik wijst min tien graden. “Niemand wil zo graag als wij, die vier jaar aan het front hebben gezeten, dat dit akkoord ook vrede betekent”, zegt hij. Te veel vrienden heeft hij verloren. Vertrouwen heeft hij niet meer. Alleen iets als hoop. Dat heeft hem de laatste twee jaar op de been gehouden. “De hoop dat ik mijn vrouw en twee kinderen kan gaan zoeken.” Tijdens de oorlog met de Kroaten zijn ze in de stad Prosor verdwenen. Zijn vrouw verzorgde haar zieke moeder daar. Het enige dat hij weet is dat ze door de Kroaten zijn afgevoerd. Daarna heeft hij nooit meer iets van zijn gezin gehoord. De man probeert het bloed weer terug naar zijn handen te slaan. “Zo heeft iedereen hier zijn eigen verhaal”, zegt hij. “Iedereen heeft zijn eigen redenen om in het akkoord te willen geloven.”

Anders was dat in het Kroatische Split. Een stad waar de oorlog zelf nooit heeft gewoed. Opgewekt lazen de mannen op het vliegveld hun kranten. 'Het vredesakkoord is getekend', kopte de Kroatische krant Vresjnik. Pruttelend namen de wachtenden het akkoord met elkaar door. De nog onopgeloste problemen rond de Servische corridor in het noorden van Bosnië. De teruggaaf van een stukje Kroatisch gebied in het westen. “Dat kunnen we nooit toestaan”, zeiden de mannen. En daarna gingen ze nog een tijdje door elkaar luidkeels gelijk te geven. Bij het passeren van de Kroatisch-Bosnische grens klonk in de commentaren van de Kroaten al snel een toon van verongelijktheid. Langs de weg gaapten de littekens van de etnische zuivering. Honderd kilometer lang uitgebrande huizen, waaruit de Kroaten moslims en Serviërs hebben verdreven. “Dit is een verdrag van politici”, zeiden de mannen bij het benzinestation langs de weg. “Van de oorlogsmisdadiger Milosevic. En van Izetbegovic, die nog gevaarlijker is.” Het is misschien hún vrede, maar die van de Bosnische Kroaten is het zeker niet, gaven de mannen te kennen. Hun doel zou aansluiting bij Kroatië blijven. “Waarvoor hebben we anders gevochten”, zei een van de mannen en klopte op zijn zak waaruit hij even later een pistool tevoorschijn haalde.

“Als simpele oorlogstoerist zou ik zeggen: ik geloof er niets van dat het verdrag standhoudt”, zegt de Britse soldaat van de 'snelle reactiemacht', bij wie we instappen op de berg Igman. In het tentenkamp tussen de besneeuwde dennen was het al te koud geworden. Met hun jeep hobbelen ze nu de bergweg af, die sinds hun komst weer de enige open toegang tot Sarajevo is. Nou ja, open - aan de rand van de stad blokkeren VN-soldaten uur alle voertuigen die over de berg komen, omdat de Serviërs nu een paar uur vrije doorgang hebben.

Die avond, in een bar aan de Maarschalk Titostraat in Sarajevo hebben de jongeren zich verzameld. Ze luisteren naar Bosnische blues en Italiaanse liefdesliederen. Zoveel verhalen en zovele redenen om in het akkoord te willen geloven. Zoals Hadija (21) met zijn zwarte ooglapje voor. Hij raakte gewond in het 'veilige gebied' Gorazde, en werd per helikopter geëvacueerd. Al anderhalf jaar wacht hij nu om terug te gaan naar huis. Zou de afgesproken corridor tussen Sarajevo en het ingesloten Gorazde hem nu die kans bieden? Gorazde zal nooit méér worden dan een appendix van Sarajevo”, zegt hij. “Maar ik heb heimwee naar mijn huis.”

Verderop zit Eldin (23) achter een grote plak chocolade. Zijn gezicht is mager en grauw. “Als je elk hoger idee over democratie en eenheid opgeeft, ben je gelukkig met dit akkoord”, zegt hij. Niemand weet wat het is om vier jaar aan de frontlijn te zitten. Met de sneeuw tot over je lies door een mijnenveld te moeten lopen. De vrienden die doodvallen om je heen, terwijl je probeert niet aan angst te denken. Al zouden ze hem nu een miljard dollar bieden om daar vrijwillig nog een jaar naar toe te gaan. “Dan zeg ik: nee dank je. Ik heb genoeg gezien. Laat me gelukkig zijn met mijn armen en benen. Ik vecht niet meer voor ideeën, waarin ik trouwens nog steeds geloof.”