Struikrover in vele gedaanten

STEPHEN KNIGHT: Robin Hood, a complete study of the English outlaw

308 blz., Blackwell 1995, ƒ44,10

GRAHAM PHILLIPS en MARTIN KEATMAN: Robin Hood, the man behind the myth

186 blz., Michael O'Mara 1995, ƒ50,35

Voor vele van de historische figuren die een plaats bezetten in de Engelse verbeelding kan in Nederland een equivalent bedacht worden. De Ruyter voor Francis Drake, Christiaan Huygens voor Newton, Wolff-en-Deken voor Jane Austen, Thorbecke voor Gladstone, Couperus voor Henry James. Niet Vondel voor Shakespeare, dan liever Rembrandt. Alleen een figuur als Robin Hood heeft Nederland nooit gehad.

Toch weet iedereen wie wij ons bij de naam Robin Hood moeten voorstellen. Een roverhoofdman die in het bos bij Nottingham woonde en de rijken bestal ten behoeve van de armen. Maar was hij dat ooit; of is hij alleen, net zo fictief als Hamlet of Mr Pickwick? Die vraag moet beantwoord worden met “niet van toepassing”. Robin Hood hoort in een derde categorie, als historische figuur van wie niets anders bekend is dan zijn verschillende verzonnen levens.

Ballades

De vroegste verhalen over hem zijn vastgelegd in ballades die in de vijftiende eeuw zijn opgeschreven na een tijd lang mondeling overgeleverd te zijn. Een nieuwe Hood, met een enigszins gewijzigde sociale rol, kreeg vorm in zestiende- en zeventiende-eeuwse toneelstukken. Later is hij romanfiguur geworden, wat hem niet lag. Hij heeft het beter gedaan in de film, eerst in de gedaante van Douglas Fairbanks Sr. in 1922, toen in die van Errol Flynn in 1938, en ook na de Tweede Wereldoorlog, laatstelijk nog vrijwel gelijktijdig in de gedaantes van Kevin Costner en Mel Brooks. Wat zijn avonturen waren, mocht voor ieder scenario opnieuw bedacht worden, als hij maar met een troep merry men in het bos woonde, under the greenwood tree, en in natuurlijke rechtschapenheid optrad tegen de corruptie van vorsten en stedelingen.

Waar de figuur en de naam vandaan kwamen, ergens uit de geschiedenis van eerder dan 1400, is een probleem waar Stephen Knight, hoogleraar in Cardiff, zich niet lang door laat afleiden van zijn onderwerp: het overzicht van al de verhalen over Robin Hood in zijn zeshonderdjarig bestaan, en van de verschillende waarderingen die hem toegekend zijn. Oorspronkelijk was hij een vriend des volks die optrad in volksvertellingen. Toen hij op het toneel verscheen tegen Shakespeares tijd moest hij in de smaak vallen bij een ander soort publiek en ging zijn maatschappelijke status omhoog. Hij werd een edelman die door intriges aan het hof genoopt was tijdelijk in het bos te gaan wonen en in zijn eigen onderhoud te voorzien, totdat het recht zegevierde en hij in zijn stand kon terugkeren. In Hollywood begon hij ook aan het hof, als vrije Amerikaanse jongen tegenover de starre Europese samenleving; niet zo'n serieuze rebel als voorheen, maar een stimulerend voorbeeld voor bioscoopbezoekers in alle werelddelen.

Het heeft geen zin al die gedaantes die Robin Hood in de loop van de eeuwen heeft aangenomen te herleiden tot interpretaties van één veertiende-eeuwse roverhoofdman. Hij moet niet als een man opgevat worden, hij is een begrip, of een complex van begrippen. Wat hij vertegenwoordigt, zegt Knight aan het slot van zijn boek, is het goed tegen het kwaad, de groep tegen het individu, onderdrukten tegen de onderdrukker, natuur tegen cultuur, man tegen man en nog enkele tegenstellingen, te veel voor een jolige historische figuur.

Door hem op te vatten als een mythe zijn wij behalve van zijn natuurlijke beperkingen ook verlost van de pijnlijke vraag of hij wel thuishoort in de omgeving van Nottingham, de stad waar het toerisme op hem gericht wordt bijna zoals dat van Stratford op Shakespeare. Al kwam de figuur in sommige van de balladen wel eens in Nottingham waar hij overhoop lag met de sheriff, als vast adres voor hem werd opgegeven niet het Sherwood Forest ten noorden van die stad maar het Barnsdale Forest veertig kilometer verder weg. Tenzij er een ander Barnsdale Forest zou bestaan - en waarachtig, dat blijkt het geval te zijn. Er ligt ook een weinig opgemerkt Barnsdale dat ooit door bos omringd was een eindje ten zuidoosten van Nottingham. Een nieuw spoor dat naar de historische Hood lijkt te leiden.

Degeen die met het andere Barnsdale aankomt, is Stephen Knight. Hij maakt er geen punt van. Al zou hij een ontdekking gedaan hebben, hij ziet er niets definitiefs van komen en houdt zich liever aan de mythe.

Degenen die er iets mee hadden kunnen doen, zijn Phillips en Keatman van het tweede recente boek over Robin Hood, maar het zuidelijke Barnsdale is hun ontgaan. Eerder bekend geworden door de ontdekking van de ware Koning Arthur, delen zij zelf mee, hebben zij nu de ware Robin Hood opgespoord.

Drie personen

Het is een teleurstelling voor de lezer dat die Hood uit drie personen blijkt te bestaan. De balladen en de latere werken laten zich ook door deze speurders niet op één enkele persoon terugvoeren. Zij nomineren een Robert Hood die in 1320 in Wakefield in Yorkshire gevestigd was en misschien aan een opstand heeft meegedaan, en twee twaalfde-eeuwse edelen die aan oudere overleveringen ontleend zouden zijn. Zij tonen zich onvermoeibare onderzoekers, met de namen van alle bekende Hood-kundigen in hun bibliografie. Dat zij niet helemaal serieus kunnen worden genomen, komt voor ten minste de helft door hun populaire stijl die niet harmonieert met historische nauwkeurigheid. Hun laatste hoofdstuk is een beschrijving van het themapark Tales of Robin Hood in Nottingham. “There are no fewer than 250.000 leaves on the trees in the centre and each one was dyed and wired by hand.”

Hoe zij ook schreven, met hun drie namen, die al in vroeger Hood-onderzoek genoemd zijn, zouden Phillips en Keatman nooit het laatste woord kunnen opeisen. Wie de ware oude rover wil leren kennen, moet eerst in een bibliotheek Rhymes of Robin Hood door Dobson en Tyler vinden, of de bescheiden herdruk van dat uitverkochte werk die volgens Knight onlangs in Nottingham verschenen is. Daar staan veertien van de balladen in, en delen van de toneelstukken. De romans mogen overgeslagen worden, maar het zal de moeite waard zijn om de beste van de films te zien.

Wie zover gekomen is, zal nog niet overreed worden door de zoekers naar een historische Robin Hood, maar beter begrijpen wat hen bezielt. Zo'n sprekende aanwezigheid, die zulke onmiskenbare elementen van onze eigen rusteloze natuur in zich heeft, zou ergens moeten bestaan of bestaan hebben. Een lezer die zich niet in bedwang houdt, zou zelf kunnen zwichten voor de verleiding van het onderzoekerschap: naar Sherwood Forest of Barnsdale Forest gaan - wat er nog van staat - en proberen de sporen van de merry men te onderscheiden. Natuurlijk lukt dat dan niet. Robin Hood heeft geen sporen nagelaten, hij leeft voort.