Slowakije voert druk op Hongaarse minderheid op

In maart ondertekenden de Hongaarse premier, Gyula Horn, en zijn Slowaakse ambtgenoot, Vladimír Meciar, in de residentie van de toenmalige Franse premier Balladur, een basisverdrag waarin de betrekkingen tussen beide landen werden geregeld.

Acht maanden later heeft het Slowaakse parlement dat verdrag nog steeds niet geratificeerd. Het parlement nam wèl een nieuwe taalwet aan die de betrekkingen met Hongarije op een dieptepunt heeft gebracht: Hongarije riep gisteren zijn ambassadeur uit Bratislava terug om te protesteren tegen de taalwet, die volgens Boedapest van de 560.000 Hongaren in het buurland tweederangs burgers maakt.

De taalwet, die op 1 januari van kracht wordt, bepaalt dat het Slowaaks moet worden gebruikt in contacten van burgers met hun overheid en in het verkeer tussen ambtenaren onderling, ook in gebieden waar de Hongaren een meerderheid vormen. De wet voorziet in een 'taalpolitie' die namens het ministerie van cultuur moet toezien op de naleving van de wet.

De wet heeft bij de Hongaarse minderheid in Slowakije tot consternatie geleid, temeer omdat de wet wordt vergezeld door plannen en voorstellen die soms zeer ver gaan. Een van die voorstellen betreft de verplichting buitenlandse films, inclusief Tsjechische, in het Slowaaks te ondertitelen. Dat voorstel is gezien de overeenkomsten tussen het Tsjechisch en het Slowaaks en het feit dat in Slowakije iedereen het Tsjechisch beheerst, zelfs door de Slowaakstalige media als “compleet stupide” veroordeeld. Een parlementslid van de oppositie zei tijdens de behandeling van de ontwerp-wet schamper dat Italiaanse opera's voortaan in het Slowaaks moeten worden gezongen.

De taalwet bepaalt dat “advertenties, aankondigingen en teksten in winkels, stadions, restaurants, op straat, langs en boven wegen, in luchthavens, in bus- en in treinstations in de [Slowaakse] staatstaal moeten zijn opgesteld”. Slowaaks is ook de enige officiële taal op de scholen, in de ziekenhuizen en in de media. Voor anderstalige bladen komen nog aparte wetten. Ook bij plechtigheden in kerken moet Slowaaks worden gesproken. Een Hongaarse man en een Hongaarse vrouw moeten dus in een Hongaarse kerk ten overstaan van een Hongaarse priester Slowaaks spreken als ze in het huwelijk treden en Hongaarse ouders moeten hun kinderen in het Slowaaks laten dopen. De kerken zijn niet geconsulteerd over deze “onaanvaardbare stupiditeit”, zoals Gyula Bardos, een Hongaar die lid is van het Slowaakse parlement, de bepalingen noemde. Bij overtreding van de wet kunnen boetes tot een miljoen kroon, 34.000 dollar, worden opgelegd. De Slowaken presenteren de wet als een poging “de Slowaakse taal te zuiveren”. In etnisch gemengde gebieden is het Slowaaks decennia lang verwaarloosd, zo voeren ze aan. Dat heeft geleid tot “aantasting van het Slowaaks, beschadiging van het prestige van het Slowaaks en van Slowakije en een sluipende magyarisering van de gemengde gebieden”, zoals voorstanders van de wet aanvoeren.

Voor de Hongaren is de wet een poging, een eind te maken aan het voortbestaan van de Hongaarse minderheid en haar te assimileren. Miklós Duray, de leider van een van de drie partijen van de minderheid, noemde de wet “fascistisch” en “de grootste rechtenroof van een minderheid sinds 1948”. De wet komt mede zo hard aan omdat de Slowaken ook het tweetalig onderwijs in de gemengde gebieden willen afschaffen, althans in de praktijk. Parlementslid Eva Gajarova bepleitte onlangs zelfs de sluiting van alle Hongaarstalige scholen als dè oplossing van de minderhedenproblematiek in Slowakije. Eerder dit jaar brak in Roznava een rel uit toen het hoofd van de Hongaarse school werd ontslagen omdat hij Hongaars had gesproken op een bijeenkomst van Hongaarstalige docenten. De taalwet is een compromis tussen Meciars Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS) en haar coalitiegenoot, de extreem-nationalistische Slowaakse Nationale Partij (SNS), die de taalwet een voorwaarde voor haar steun voor het basisverdrag met Hongarije heeft gemaakt. Dat levert de paradox op dat de Hongaarse minderheid in Slowakije het slachtoffer wordt van een basisverdrag dat geacht wordt haar rechten te beschermen. De SNS wordt geleid door Jan Slota, een openlijke bewonderaar van Jozef Tiso, de leider van de fascistische marionettenstaat Slowakije in de Tweede Wereldoorlog die na de oorlog als oorlogsmisdadiger werd opgehangen. Tijdens een recent radiopraatje zei Slota dol te zijn op Hongaarse goelasj “op voorwaarde dat Duray en Bugar erin zijn verwerkt”. Hoe ver de Slowaakse nationalisten kunnen gaan bleek onlangs in de stad Senec (Szenc), waar Hongaren met een plaquette graaf János Esterházy wilden eren voor de moed waarmee hij zich in 1942 verzette tegen de deportatie van joden. De plaquette mocht er niet komen van het stadsbestuur van Senec, omdat Esterházy in 1951, op het hoogtepunt van het stalinisme, als verrader is gebrandmerkt.