Ook keurmeester krijgt met agressie te maken

AMSTERDAM, 24 NOV. De keurmeester kreeg een flinke dreun voor zijn hoofd toen hij proces-verbaal wilde opmaken. Behalve ambtenaren van de sociale dienst, aanbrengers van wielklemmen en treinconducteurs krijgen ook inspecteurs van de Keuringsdienst van Waren steeds vaker te maken met agressie. Vooral in Amsterdam. Meestal blijft het bij woorden, maar soms vallen er klappen.

Het gebeurde vorig jaar in Amsterdam. De functionaris van de Keuringsdienst van Waren had zojuist een bakkerij geïnspecteerd die totaal vervuild bleek te zijn. De bedrijfsruimte hing vol spinrag en insekten vlogen lustig rond. De deegmachines waren bedekt met schimmel. De keurmeester kon niet anders doen dan proces-verbaal aankondigen en op dat moment viel de bakker hem aan.

Het incident staat vermeld in het jaarverslag 1994 van de dienst, regio Amsterdam, die behalve de hoofdstad nog negentien andere gemeenten omvat. Lijfelijk geweld tegen keurmeesters kwam twee keer voor, verbaal geweld (“Als je niet oprot, krijg je een mep”) aanzienlijk vaker. “Ja, de agressie tegen onze mensen neemt toe”, bevestigt directeur dr. G.B. Sieswerda. “Vooral in Amsterdam, waar men de persoonlijke vrijheid zo hoog in het vaandel draagt. Bezoek van een keurmeester wordt als een inbreuk op die vrijheid gezien. Dan krijg je al gauw een grote bek, een typisch Amsterdamse eigenschap.”

Inspecties in de avonduren worden om die reden met twee keurmeesters, zowel mannen als vrouwen, uitgevoerd. “Speciaal in die gebieden die een verhoogd risico opleveren, zoals de binnenstad van Amsterdam”, aldus Sieswerda. “Bovendien wordt altijd de politie in zo'n rayon ingelicht als er keurmeesters in aantocht zijn. Ze hebben een draagbare telefoon bij zich om in bedreigende situaties alarm te slaan, zodat de sterke arm snel kan ingrijpen.”

Wie na de gebruikelijke opleiding als keurmeester in dienst treedt, krijgt een speciale traning om weerspannigheid het hoofd te bieden. Sieswerda: “Die cursus moet de mensen weerbaar maken en hun stressbestendigheid vergroten. Ze leren met lastige klanten om te gaan en zich te beheersen.

Ook dat laatste is van groot belang. 'Nooit terugslaan' luidt het parool. Na zo'n klap en ook bij ernstige verbale bedreiging is het raadzaam te vertrekken.''

Pag.7: Training tegen stress, nooit terugslaan maar vertrekken

Wat niet betekent dat de agressie onbeantwoord blijft. Sieswerda: “In zulke gevallen wordt meteen de politie ingeschakeld. Bij lijfelijk geweld is een schikking met de officier van justitie uitgesloten. Zo'n zaak komt voor de rechter. Die bakker uit het begin is ook veroordeeld. Het andere incident betrof een restauranthouder, ook in Amsterdam, die 's avonds door twee keurmeesters, een man en een vrouw, werd bezocht. De man kreeg de klappen. Deze affaire is justitieel nog niet afgewikkeld.”

Vorig jaar hebben de 25 Amsterdamse keurmeesters circa 23.000 (onaangekondigde) inspecties uitgevoerd. Bij één op de vier waren ze genoodzaakt maatregelen te nemen. Er zijn ruim 5.000 schriftelijke waarschuwingen en ongeveer 400 processen-verbaal uitgereikt. Ruwweg de helft van de inspecties werd uitgevoerd bij horecabedrijven. In bijna 30 procent van de onderzochte zaken constateerde men hygiënische tekortkomingen. Daarvan kwam tweederde op naam van uitheemse restaurants: Chinees, Thais, Grieks, Turks, Surinaams, enzovoort. Daarom is het aantal bezoeken aan dergelijke ondernemingen opgevoerd. In plaats van tweemaal per jaar, zoals Hollandse restaurants, krijgen ze drie keer een keurmeester over de vloer.

Directeur Sieswerda: “Vooral ondernemers van buitenlandse afkomst zijn vaak niet op de hoogte van de eisen die de Nederlandse Warenwet stelt. Ze kennen het warenwettelijke kader niet.”

Voor de horecasector in het algemeen geldt dat besef van hygiëne en specifieke vakkenis nogal eens ontbreekt. Uit het jaarverslag: “In een grillhouse zag de keurmeester levende muizen in verpakkingsmateriaal, zoals friet- en frikandelbakjes. De muizen hadden zelfs bezit genomen van de roestige, vettige koelkast en deden zich te goed aan restanten beschimmelde etenswaren.”

Als een proces-verbaal niet tot verbetering leidt of als de volksgezondheid direct ingrijpen vereist, kan de officier van justitie een 'voorlopige maatregel' opleggen. Dat betekent dat de bedrijfsvoering onmiddellijk dient te worden gestaakt. Op advies van de keuringsdienst is dat vorig jaar zes keer gebeurd. Eén van de zes gevallen betrof een 'bereidplaats' van tempeh, een gefermenteerd sojaprodukt, dat eruit ziet als zachte kaas. Al in 1993 was het bedrijfje wegens verregaande vervuiling tijdelijk gesloten, maar de eigenaar was niettemin doorgegaan met de produktie. Dat leidde in 1994 tot inbeslagneming van alle apparatuur en definitieve sluiting.

De bloemlezing 'afwijkingen' vermeldt ook andersoortige kwesties: “Bij inspectie van een vleestransportwagen rook de keurmeester een wel zeer penetrante bederflucht. Die werd veroorzaakt door een hoeveelheid destructievlees, dat tegelijk met enkele lamsbouten werd vervoerd.”

Bij de keuringsdienst worden ook monsters van food en non-food onderzocht. Vorig jaar gebeurde dat 11.428 keer. Van al die monsters bleken er 1.629 (14,3 procent) niet in orde te zijn. Een greep uit de gebreken: restanten desinfectiemiddelen in consumptie-ijs; slecht geglazuurd aardewerk, waardoor giftige bestanddelen (lood en cadmium) in levensmiddelen terecht kunnen komen; kant-en-klaar-maaltijden met een overdosis van de smaakversterker glutaminaat, waar de consument ziek van kan worden; te zwaar bemeste kasgroenten, die als gevolg daarvan te veel nitraat bevatten.

Amsterdam scoort hoog als het om opgespoorde ongerechtigheden gaat. Hoger dan de andere twaalf regio's die de Keuringsdienst van Waren telt. Van alle waarschuwingen en processen-verbaal die landelijk uit inspecties en monsternames voortvloeien, komt 20 procent voor rekening van Amsterdam. De verklaring die Sieswerda voor dit verschijnsel geeft, ligt voor de hand: “Deze stad kent nu eenmaal een groot uitgaansgebied met een omvangrijke horecasector.”