'Ook al zijn wij klein, het is toch prettig baas in eigen huis te zijn'

In Paramaribo groeit de irritatie over de Nederlandse bemoeizucht bij de wederopbouw van Suriname, zo liet een getergde president Venetiaan gisteren merken. onze redacteur

PARAMARIBO, 24 NOV. Een half uur voordat de president van de republiek de pers te woord staat (“Gaat u allen staan, hier is de heer Venetiaan”), zijn twee Surinaamse klusjesmannen in de weer met een menshoge kokosplant. In de serre van het gerenoveerde presidentiële paleis, waar kelners de glazen klaarzetten voor het drankje na afloop, proberen ze een plek voor de plant te vinden. Met de hand aan hun honkbalpetten bespreken ze de mogelijkheden. Soms is Suriname net een slapstick. Moet de plant op de trap, die de president dadelijk zal bestijgen, alvorens in de serre aan te schuiven? Of moet-ie in de serre, een metertje van de presidentiële tafel? Ze hebben nog 25 minuten, leert een blik op het horloge, en nemen een sigaret voor beraad. De plant blijft in de serre, besluiten ze.

Journalisten druppelen binnen en nemen plaats aan de tafel. De klusjesmannen bedenken zich. Met een zucht tillen ze de plantenbak op en een tengere vertegenwoordigster van de Weekkrant Suriname krijgt de bladeren in het gezicht gedrukt als de twee de bak met gezwinde spoed op de trap plaatsen. De president is al in aantocht. Wenetiaan is een bloedserieuze man met het hoofd tot de kruin kaalgeschoren. Hij gaat gekleed in een grijsgestreept, boordloos kostuum en maakt een overgeconcentreerde indruk. De 'internationale pers' is duidelijk niet zijn favoriete gesprekspartner. Die pers bestaat uit twee groepen: ervaren Nederlandse reporters die al in Suriname kwamen toen minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) nog lid was van het kabinet-Den Uyl, en Surinaamse verslaggevers die er hun levenswerk van maken de verhoudingen tussen de eindeloze reeks politieke partijen op de voet te volgen. Groot gewicht kennen ze bij voorbeeld toe aan het gerucht dat VHP-leider en Venetiaans politieke partner Lachmon recentelijk bij Haagse politici een balletje heeft opgeworpen over een vervanging van de president na de verkiezingen van volgend jaar. En in de partij van de president, de NPS, gaan stemmen op om Venetiaan het voorzitterschap te ontnemen in ruil voor het behoud van het presidentschap. Althans, als de NPS samen met zijn partners in het Nieuw Front de verkiezingen volgend jaar goed doorstaat. En dat hangt ook weer af van de ontwikkelingen bij twee andere Front-partners, de Javaanse KTPI en de arbeiderspartij SPA. Om maar te zwijgen van de NDP van Bouterse en vele andere partijen. De president hoort alle vragen geduldig en vriendelijk aan en formuleert zinnen die de indruk wekken dat bij het begin niet vaststaat hoe ze aan hun einde zullen komen. Er is een windje opgestoken, de kokosplant op de trap wankelt en de klusjesmannen gaan erop af. Venetiaan komt toe aan een antwoord op de vraag over zijn kansen bij de verkiezingen: “Wij zijn van mening dat wij tot taak hebben dat dit land na de verkiezingen goede bestuurders dient te hebben.”

Zo kabbelt het voort. Een verzoek om te voldoen aan het horen van Bouterse en Graanoogst heeft hem (van Nederlandse zijde) nog niet bereikt, dus Venetiaan kan er niets van zeggen. Hij wil bevestigen dat er 'problemen' in het land zijn. Een verslaggever van de Wereldomroep, een station dat zowel in Suriname als Nederland uitzendt en intensieve belangstelling voor het land heeft, krijgt ineens een veeg uit de pan: “U hebt ook een bijdrage helpen leveren aan onze problemen.”

En er komt alsnog leven in de brouwerij. De Wereldomroep presenteerde vlak voor de onafhankelijheidsviering een opinie-onderzoek, waaruit blijkt dat ruim de helft van de Surinamers de oude koninkrijksbanden wil herstellen. Venetiaan: “Wij gaan een week voor koninginnedag ook niet een onderzoek doen naar de monarchie in Nederland. Uit respect.” De toon is gevonden. Venetiaan blijkt behalve verheugd vooral getergd door de Hollandse hulpvaardigheid van de laatste tijd. Na jaren van relatieve afzijdigheid vertonen de alomtegenwoordige Nederlanders in Suriname volgens hem klassieke paternalistische trekjes. “De Nederlandse invloed moet niet te groot worden”, zegt hij. “Men moet grenzen in acht nemen. Ook al zijn wij klein, we vinden het toch prettig om baas in eigen huis te zijn.” Op dat moment waait de kokosplant met een klap van de trap. Omstanders lachen besmuikt. De president negeert het tafereel, terwijl de klusjesmannen achter zijn rug de plant een nieuwe locatie geven: de serre.

De president begint constructies en feiten te vermengen. “Zekere politieke kringen in Nederland”, zegt hij dreigend, “hebben een agenda die wij niet kennen. Zij willen de oude kolonie herstellen”. Het wantrouwen over de Nederlandse bedoelingen blijkt bijzonder diep te zitten. Het voorstel van oud-minister Hirsch Ballin eerder deze week om de zorgzame samenleving een transnationaal karakter te geven via samenwerking in kleine Nederlandse en Surinaamse verbanden, ziet de president als een poging “om achter de rug van de politieke leiding zekere zaken te bedisselen”. En, construeert hij verder: “Was Hirsch Ballin niet de man die de Antillen en Aruba onder curatele plaatste?” De samenwerking die de oud-minister de afgelopen jaren op poten zette tussen politie en justitie in beide landen, leidde ook tot “ontwikkelingen waarvan het topbestuur van dit land niet op de hoogte was”.

Volgens de Nederlandse regering is het feest in Suriname. Verstoringen van de feestvreugde mogen daar niets aan afdoen, dus op Venetiaan wordt niet gereageerd. Het programma gaat voort. Gisteren werd Fort Zeelandia, plaats van de Decembermoorden, officieel teruggebracht in zijn eerdere staat van museum, op een plechtige bijeenkomst waar niet onder stoelen of banken werd gestoken dat het zover kon komen dankzij de steun van de Nederlandse regering.

Dat kritiek als van Venetiaan Nederlanders niet ongevoelig laat, bleek dinsdag al, toen oud-premier en Venetiaans partijgenoot Henck Arron de rol van Nederland de laatste twintig jaar op de hak nam. Arron, die in 1980 als premier in de gevangenis belandde, zei dat de coup van Bouterse door Nederland welwillend werd begroet. Hij presenteerde hetzelfde type klachten als Venetiaan: het Hollandse paternalisme van nu gaat te ver, na een periode waarin Nederland te lang onverschillig toekeek. De Nederlandse ambassadeur baron van Heemstra reageerde er bijzonder gebeten op, toen hij Arron later die dag in kleine kring ontmoette.