Na grote successen twijfelt D66 over zijn eigen bestaan

DEN HAAG, 24 NOV. D66, de jongste regeringspartij, vertoont op nauwelijks dertigjarige leeftijd de kenmerken van een 'midlife crisis'. De partij kan terugzien op het schitterend succes bij de verkiezingen vorig jaar. Het boek over de verkiezingscampagne van 1994, getiteld D66 staat voor niets, draagt als triomfantelijke ondertitel 'Hoe D66 330 zetels won', waarbij de schrijvers doelden op som van vergaarde zetels in Tweede Kamer, gemeenteraden en Europarlement. Bovenal werd vorig jaar in de formatie tot stand gebracht waar de partij altijd al naar streefde: een paarse coalitie met verwijdering van de christendemocraten uit het centrum van de macht.

Maar op dit moment, anderhalf jaar later, is de partij bevangen door existentiële twijfels. Een gevoel van 'Is that all there is?' Meer in het bijzonder: wat moet de koers zijn van D66 met het oog op de volgende Tweede-Kamerverkiezingen? Zoals fractievoorzitter Wolffensperger zich onlangs liet ontvallen: “Ik kan in 1998 niet weer aankomen met de gekozen burgemeester.” En hoe kan de partij zich te weer stellen tegen het politiek geweld van de coalitievrienden PvdA en VVD? Maar bovenal de eeuwige vraag: wie moet de partij leiden als mister D66 Hans van Mierlo zou besluiten ermee op te houden na deze kabinetsperiode?

Vanavond en morgen gaat het halfjaarlijkse congres van de democraten in Lelystad over het hoger onderwijs en de professionalisering van de partijorganisatie. De verwachting is echter dat de partijleden in de wandelgangen de partij-elite in Kamer en Kabinet zullen 'debriefen' over het - althans in de beeldvorming - kwijnend bestaan van D66. Volgens de jongste peilingen zou de partij nog altijd kunnen rekenen op 22 Kamerzetels.

Het kan een verschijnsel zijn van politieke conjunctuur maar het gaat de D66-bewindslieden in het kabinet-Kok niet voor de wind. Nog maar drie weken geleden wankelde de positie van minister Sorgdrager (justitie) in het debat over de in de ogen van de Kamer al te riante afvloeiingsregeling voor de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. Daarbij komt dat deze minister met de rapportage van de enquêtecommissie opsporingsmethoden in het verschiet niet uit de gevarenzone is. In die zone bevindt zich verder D66-staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting). Hij kan, mede door zijn eigen onhandig opereren, ook al een parlementair onderzoek tegemoet zien over een Limburgse woningbouwcoöperatie.

In de Tweede Kamer onderkende de D66-fractie zelf al vóór de zomer dat het niet goed gaat met de 'zichtbaarheid' van de partij tussen PvdA en VVD. Vorige week nog typeerde PvdA-fractievoorzitter Wallage de D66-fractie als 'junior coalitiepartner'. Er zijn een paar hoofdoorzaken aan te wijzen voor het geringe profiel van de Tweede-Kamerfractie van D66: inhoudelijk zit de fractie vaak tussen VVD en PvdA. Maar bovendien reageren D66'ers vaak niet assertief, zoals D66-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Eddy Schuyer vanochtend zei in het dagblad Trouw.

Wolffensperger heeft nu zijn fractie aangespoord de punten waar D66 verschilt van PvdA en D66 uit te vergroten. Zoals hij afgelopen zaterdag tegen deze krant zei: “We mogen nooit in de sandwich raken. We moeten in de driehoek komen.”

Bovendien heeft de fractievoorzitter na de zomer de organisatie van de fractie drastisch aangepast. D66 heeft sinds kort, net als de PvdA-fractie, een fractiebestuur dat politieke beslissingen kan nemen. Dat gezelschap ging voorheen onder voormalig fractievoorzitter Van Mierlo over niets anders dan de 'potloden en de gummetjes'. Voor D66, de partij waar in principe alle leden stemrecht hebben op het congres mensen, is een 'politiek' fractiebestuur een revolutionaire ontwikkeling. Volgens Wolffensperger heeft de fractie dit echter geaccepteerd (Wolffensperger: “Dat was wel een stapje”) om de 'slagvaardigheid' te vergroten.

Als het gaat om de koers van de partij, tekent zich echter een richtingenstrijd af. In het blad van de Amsterdamse D66-afdeling, De olifant, kritiseerden D66-prominenten de huidige partijtop. Onlangs heeft Wolffensperger een commissie geformeerd die moet formuleren waar D66 de komende jaren voor staat. Die commissie bestaat uit de fractiebestuursleden Van Boxtel, Bakker en De Graaf, partijvoorzitter Vrijhoeff en fractie-voorzitter Schuyer in de Eerste Kamer. Tegenover Vrij Nederland legde De Graaf deze week uit waar het de commissie om gaat: “Je toetst je eigen gedachtengoed aan de ontwikkelingen die op je afkomen.” De notitie, waarin het werk van de commissie moet resulteren zou vergeleken moeten worden met recente strategienota's van PvdA ('Ideeën voor de toekomst) en CDA ('Nieuwe wegen, vaste waarden').

Maar waar dus aan de ene kant de roep om vastigheid en het formuleren van een nieuwe reden van bestaan overheersen, staat aan de andere kant de partijleider Van Mierlo. Hij is een verklaard tegenstander van alles wat maar zweemt naar beginselprogramma's omdat die verstarring in de hand zouden werken. Tijdens een discussie tussen Van Mierlo en Wolffensperger afgelopen zondagmiddag in Amsterdam sneerde de partijleider: “Iedereen denkt voortdurend dat als je iets op papier zet, een nieuw tijdperk begint.” Wolffensperger had tevoren al met het oog op de te verwachten kritiek van Van Mierlo gezegd dat hij niet van plan was de 'bijbel' van D66 te schrijven. Maar Van Mierlo blijft sceptisch: “Gerrit Jan heeft altijd meer gezien in het opschrijven van uitgangspunten. Ik geloof daar niet in.”