Lijf en ziel zijn één

ANTONIO R. DAMASIO: De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk brein 329 blz., geïll., Wereldbibliotheek 1995, vert. L. Teixeira de Mattos (Descartes' Error 1994), ƒ49,50

Hedendaags klinisch onderzoek begint en eindigt met de grote getallen. Duizenden patiënten met eenzelfde aandoening worden geworven en volgens het lot toebedeeld aan behandeling A of B. Dat lot is blind, want patiënt noch arts kent de toewijzing en de code wordt pas aan het eind verbroken, als de effecten worden nagekeken. Verschillen ze meer dan op grond van toeval te verwachten zou zijn, dan is er een betere behandeling gevonden.

Velen zien in dit onderzoek, vooral gedaan bij kanker en hart- en vaatziekten, de mogelijkheid de geneeskunde te zuiveren van tradities, claims en rituelen door terug te keren tot de evidentie, de aangetoonde werkzaamheid. Ik geloof omdat het statistisch van betekenis is.

Toch komt inzicht in levensprocessen vaak bij toeval tot stand en uit de waarneming bij een enkele patiënt. De Amerikaanse neuroloog Damasio begint zijn boek met de uitgebreide beschrijving van zo'n befaamde patiënt en het vervolg ervan tot in onze dagen.

In de zomer van 1848 werkt een 25-jarige voorman, Phineas Gage, met zijn mede-arbeiders bij de aanleg van een spoorweg in New England. Er moet met dynamiet een weg door de rotsen worden gebaand en Gage doet daarbij het verantwoordelijke werk. Hij boort een gat in de rotsen, vult het met explosieven, legt de lont aan en dekt de opening met zand af. Met een ijzeren staaf wordt voorzichtig het zand aangedrukt.

Op een middag ontstaat daarbij een vonk, het kruit ontploft en de ijzeren staaf schiet als een pijl uit het boorgat. De linkerwang van Gage is de plaats waar het projectiel binnendringt, door de voorhersenen en de schedelbasis, om er boven aan de schedel weer uit te komen. De staaf wordt dertig meter verder teruggevonden. Gage overleeft en wordt in een ossekar naar een hotel gebracht en stapt zelf van de kar. Een arts komt, reinigt de wonden en verbindt ze, maar kan infectie niet voorkomen. Koorts begint, een abces wordt opengelegd en Gage geneest in twee maanden.

Het medisch verslag is er nog, droog en feitelijk, maar een bron van informatie. Gage kon lopen en spreken, horen en zien, althans met één oog, kon zijn handen gebruiken en toonde geen verstandelijke gebreken. Wat opviel was een karakterverandering. De capabele, rustige en vriendelijke Gage was veranderd in een man vol buien en plannen die hij weer liet varen, stug in gedrag en woorden, koppig en grillig in zijn bezigheden, kortom een radicale gedragsverandering. Gage kwam zonder werk, verhuurde zich aan boeren en kwam ten slotte als bezienswaardigheid, met staaf en wonden, terecht in een circus. In 1861 stierf hij, 38 jaar oud, in San Francisco na een plotselinge reeks toevallen.

Gage demonstreerde dat de hersenen niet alleen van doen hebben met waarneming, beweging en taal, maar ook met sociale en persoonlijke eigenschappen, zoals het omgaan met gedragsregels, het maken van een toekomstplan of het nemen van besluiten. Ondanks intact denk- en spraakvermogen, was er een dissociatie van persoonlijkheid en intellect, veroorzaakt door een specifiek en te localiseren letsel.

Het trok de belangstelling, niet alleen van circuspubliek, maar ook van de medische wereld. Toen Gage in het verre Californië stierf vond geen obductie plaats, maar zijn vroegere arts kreeg toestemming om het lichaam van Gage vier jaar na zijn dood op te graven. De schedel werd verwijderd en ligt sinds jaar en dag met ijzeren staaf in het medisch museum van Harvard in Boston.

Onlangs werd die schedel door onderzoek met magnetische resonantie en computergestuurde beeldvorming opnieuw onderzocht en kon het wondtraject worden gereconstrueerd. Het leek aannemelijk dat beschadiging van de onder- en middenzijde van beide voorhoofdskwabben verantwoordelijk was voor Gage's persoonlijkheidsdefect, het onvermogen een toekomst te voorzien, zich aan gedragsregels te houden of een strategie te kiezen die zinvol was voor zijn leven.

Receptoren Phinaes Gage was de eerste patiënt bij wie selectieve hersenbeschadiging alle mentale faculteiten intact liet behalve de laatste, rationele afweging, het kiezen van gedrag, strategie of toekomstplan. Damasio zag meer van deze patiënten, getroffen door ongeval of tumor. De neurobiologie van rationeel denken en handelen diende zich anatomisch aan. Het ontbreken van inzicht of besluitvorming komt ook bij andere neurologische aandoeningen voor waarbij de patiënt zijn ziekte, bijvoorbeeld een verlamming, niet herkent zonder enige emotie wanneer de beperking blijkt of zonder de problemen ervan te voorzien. Er blijkt dan een letsel van de amandelkern in de rechter hersenhelft te bestaan. Rede en emotie lijken elkaar te kruisen in bepaalde hersengebieden en kunnen geïsoleerd van alle andere persoonlijkheidstrekken door ziekte of ongeval veranderen. In die gebieden zijn ook talrijke receptoren voor serotonine aanwezig, één van de boodschappers van onze zenuwcellen, waardoor agressie wordt onderdrukt en sociaal gedrag gestimuleerd.

Damasio probeert te verklaren waarom het nemen van besluiten, de emotionele aspecten van gedrag, het onthouden van verdwenen beelden (het niet verlamde lichaamsdeel) en het maken van toekomstplannen gebonden zijn aan bepaalde hersenlocaties. Hij meent dat de interactie tussen signalen uit het lichaam naar de hersenen, zich daar niet alleen neurobiologisch representeren maar ook beelden vormen, die als ervaring worden geregistreerd en bewerkt zodat tussen organisme en omgeving een interactie ontstaat. De signalen komen en gaan tussen verschillende gebieden, zonder integratie op een centraal beeldscherm. Ze zijn op afroep beschikbaar, als kennisvoorraad en vormen in beeldseries het proces dat wij denken plegen te noemen. Ze dienen primair voor biologische reacties, maar ook voor controle van instincten in de neocortex, het door evolutie ontstane moderne brein, maar er is geen functionele scheiding tussen evolutionair oud en nieuw, drift en rede.

Gevoelens, van geluk, vrees, afkeer of boosheid, maar ook subtiele emoties of stemmingen komen tot stand door signalen uit het lichaam, door zenuwvezels geleid naar centra onder de hersenschors, maar ook via hormonen en andere chemische prikkels via de hersenvaten. Gevoelens ontstaan als het lichaam signalen afgeeft die corresponderen met de mentale beelden van die emoties, opgeslagen in een netwerk van en tussen hersenkernen.

Redeneren en besluiten gaan daarin samen, wanneer een selectie om een beslissing vraagt, een strategie van beantwoording op indrukken van buitenaf, het zetten van een logische stap. Zo vormen biologische drijfveren, lichamelijke toestand en emoties de basis voor rationele keuzen, besluiten en strategieën. In groot detail legt Damasio uit hoezeer het brein gestuurd wordt door het lichaam en uit die signalen beelden vormt die corresponderen met emoties, gevoelens en instincten met hun controle.

Hardware Wat is nu, naar de titel van het boek, de dwaling van Descartes? Descartes schreef het befaamde cogito ergo sum, ik denk, dus besta ik, als een verklaring voor de menselijke geest, zonder materiële connectie, vrij van het lichaam dat als een biologische klok zichzelf in stand houdt. Lichaam en geest zijn gescheiden en Descartes' opvolgers zien de hersenen als de hardware van een computer, waarbij de menselijke geest of ziel het software-programma is dat gebruik maakt van het netwerk, dat nu eenmaal van een biologisch intact lichaam afhankelijk is. Ook dan is de geest losgemaakt van het lichaam in een tweedeling die ook de praktijk van de geneeskunde tot op de dag van vandaag heeft gevormd.

Levende wezens hebben miljoenen jaren bestaan en ver terug in de evolutie is daarmee ook een elementair bewustzijn ontwikkeld, dat completer werd toen denken en spraak zich vormden. Het bestaan ging aan het denken vooraf en was geen bestaansvoorwaarde. Dus denken is een gevolg van de anatomische en fysiologische aspecten van ons biologisch bestaan, hoe ingewikkeld of verfijnd dat denken mag zijn geworden.

Damasio's boek is door vorm en inhoud stimulerend. Hij voert een gesprek met zijn lezer op alledaagse toon en neemt hem even terzijde als een neurologisch feit moet worden uitgelegd en blijkt dan een goede docent, met simpele en duidelijke voorbeelden. Hij vat zijn conclusies steeds samen en vermijdt simplificatie of de voorstelling van hypothese of speculatie als feit.

Zijn boodschap is dat de complexiteit van onze hersenen ontstaat door zintuiglijke en lichamelijke signalen naar het brein, in een interactief netwerk met knooppunten waar gevoelens en emoties, driften en instincten niet alleen elektrochemisch maar ook in beeldrepertoire worden vertaald, om te reageren op onszelf en onze omgeving. Die signalen vormen ons werkgeheugen, vermogen tot redeneren, ervaren van gevoelens en het nemen van besluiten, in een sociale omgeving. Daarbij overschrijdt hij de grenzen van een strikte neurobiologie en plaatst het hoofd weer op de romp - één organisme waarin lijf en ziel geen gescheiden werelden zijn.