Liedjes over mislukkende mensen

Voorstelling: Maarten van Roozendaal, met Kim Soepnel, contrabas. Gezien: 22/11 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t/m 25/11; tournee t/m 30/4. Inl 020-6129565.

Als een nachtvlinder zit Maarten van Roozendaal aan de vleugel, zijn schrale gestalte gehuld in een zwart pak met wit overhemd, zijn kaak gestoppeld en zijn mond vol liedjes over mislukkende mensen en tragikomische tegenslag. “Als de dood je zelfs niet is gegund / dan rest alleen de kroeg”, zingt hij bijvoorbeeld. En als hij er een sigaret bij heeft opgestoken, kringelt de rook mooi ouderwets in het zwart naar boven.

Hij was vorig jaar de winnaar van het Amsterdams Kleinkunstfestival met zijn aan flarden gescheurde stem, die af en toe aan die van Bram Vermeulen doet denken, maar ook Franse dichter-zangers in herinnering roept, en Amerikaanse als Tom Waits en Randy Newman. Maar bovenal heeft Van Roozendaal zijn eigen Weltschmerz-stijl. Hij vertelt en zingt wrange verhaaltjes, waarin vaak een verrassende draai verborgen zit - over de ochtend na een eerste liefdesnacht, de misplaatste openhartigheid van een vader op het sterfbed, het missen van de trein, de ietwat ongecoördineerde levenshouding van een afkickende junk en de navrant geworden toekomstplannen voor een kindje dat al vóór de geboorte is gestorven.

Fragmentarische observaties zijn het vaak, soms alleen maar flarden, maar hij zingt ze met een intensiteit alsof hij gulzig in de woorden hapt, en Kim Soepnel legt er op de contrabas - plukkend en strijkend - een mooie laag weemoed en luie swing onder. En hoewel sommige nummers nog slordig en onaf zijn, presenteert Van Roozendaal zich nu al als een chansonnier met het talent om nog heel veel bijzondere liedjes te zingen.