Leven voor het verhevene; Prozadebuut van Michaël Zeeman

Michaël Zeeman: De verduistering. Uitg. De Bezige Bij. 220 blz. Prijs: ƒ 32,50.

Ongeveer op de helft van zijn prozadebuut, De verduistering, laat Michaël Zeeman een boekenverzamelaar vermoeid verzuchten dat hij het lezen van hedendaagse verhalen en romans tijdverspilling vindt. Het is natuurlijk erg dubbelzinnig om in een verhalenbundel een verhaal te laten vertellen door iemand die beweert geen schrijver te willen zijn. Waarom hij de moeite neemt om al die slaapverwekkende volzinnen, over een verdwenen antiquaar, achter elkaar te zetten, wordt niet helemaal duidelijk. Het is maar een van de vele duisterheden in een bundel die vooral lijkt te willen bewijzen dat Zeeman behalve journalist, dichter en televisie-interviewer nu ook een proza-schrijver is. Alleen het slot van het verhaal is verrassend. Daarin wordt gesuggereerd dat de antiquaar misschien wel voorgoed verdwenen is.

Dat het in De verduistering om zaken van leven en dood gaat, is alleen al te zien aan het omslag, waarop een schilderij van Georges de la Tour is afgebeeld. Een vrouw zit peinzend in het schijnsel van een primitief olielampje te staren. Haar linkerhand heeft ze onder haar kin, haar rechterhand rust, bijna teder, op een doodshoofd, dat op haar schoot ligt. Haar buik is bol, maar blijde verwachting straalt dit tafereeltje niet uit. Onheilszwanger kun je het eerder noemen. Wat hier wordt uitgebeeld is de vergankelijkheid, waaraan ook het nu nog ongeboren leven ooit ten prooi zal vallen.

Net als De la Tour balanceert Zeeman in De verduistering tussen leven en dood, zij het ook iets minder elegant. Alle verhalen worden gekenmerkt door een soort negatieve levenslust: de behoefte om vast te leggen wat er niet is, het verlangen iemand te beschrijven die je niet kent, de begeerte naar een vrouw bij wie je niet wilt blijven, het koesteren van herinneringen aan vluchtige momenten. Dat zijn mooie omkeringen waarbij je je verhalen kunt voorstellen waarin het leven in al zijn vergankelijkheid wordt omhelsd. Maar in De verduistering blijft het bij een literair spelletje, bij een theaterstuk waaraan het leven totaal vreemd is. Zo mag een dienster tientallen bladzijden lang hooggestemd peinzen over 'die man', zonder dat er ook maar een vonkje van haar hartstocht overspringt. Haar gevoelens, als ze die al heeft, worden gesmoord in zwoegerige terugblikken: 'Ik herinner me de klank van zijn stem, niet wat hij zei, ik herinner me de aanrakingen, of liever gezegd, de manier waarop hij mij aanraakte. Dat beheerste en dat, laat ik zeggen, grammaticale van zijn bewegingen, waar ik al door gefascineerd was toen hij daar zat, bij het raam.'

De verduistering is een griezelige, spookachtige bundel. Niet omdat er een versteende foetus in voorkomt, of omdat er zelfmoord in wordt gepleegd, maar omdat er geen greintje warmte uit oprijst. Op liefde en intimiteit lijkt een taboe te rusten, terwijl er een opmerkelijke minachting aan de dag wordt gelegd voor vrouwen. Het hoogst bereikbare, op het gebied van de menselijke betrekkingen, is een indirect gesprek tussen twee vrienden. 'Ze hadden er al lang een gewoonte van gemaakt te spreken over de twijfel en de wanhoop', zo heet het plechtstatig, 'maar op een manier alsof ze veeleer een nieuw boek beoordeelden dan hun eigen leven.'

Het lijken onthechte types, de verhaalfiguren van Zeeman, die alleen leven voor hun boeken of voor hun eigen, verheven gedachten, maar van tijd tot tijd schieten ze om onnavolgbare redenen uit hun slof. Als wij hen mogen geloven, dan worden ze omringd door domoren en krankzinnigen, door kloten en lullen, door wijven en vrouwtjes, door lefgozers, impotente Italianen, morosekoppen, vlerken, tuig en varkenskoppen. Al die meningen en scheldwoorden zijn natuurlijk niet van Zeeman zelf, maar van zijn personages, die eenzaam zijn, of boos, of crimineel, of in de war, of in de rouw. Hij bedient zich in zijn bundel van zulke uiteenlopende stijlen en standpunten dat hij, om zo te zeggen, onpartijdig blijft. Want als hem iets goed gelukt is, dan is het wel de verduistering van de schrijver zelf.